Woudlopers

Een ademtocht zo diep dat druppen moesten volgen blies zich uit in een vogelzwerm in de knikkende kruinen. En het bos werd een schip met duizenden masten dat zacht de wereld uitdreef.   Wij waren tot de zeebodem verzonken aardmannetjes. Het licht raakte verstrooid. De reuzen van het woud spraken…

Lees verder

Aanstoot

De wijn, je trouwste vriendin, had je tuitmond paars geverfd als voor een slotfeest (je trouwste vriendin, ja: niet onze naam maar die van bordeaux zou op je lippen liggen als jouw lucht op de bodem van de duikersklok opgebruikt was).   Wij vielen binnen vonden jou aan de keukentafel…

Lees verder

De Gieselgeer

Waar de duivelsstok in het water roert, waar de donderpad schuins uit de modder loert;   Waar knistelkruid groeit, gamander, wiepeldoorn, waar oempig de roep klinkt van de dompelhoorn;   Waar de loop over sluikpaden ploddig gaat, waar de tijdsstroom hangen blijft achter het verlaat   Daar ligt het onland…

Lees verder

Op retour

Ik wil mijn dementerende vader gewezen leraar Frans nog eenmaal meenemen naar Zuid-Frankrijk langs velden vol zonnebloemen.   Die noemde hij steevast ‘een leger in slagorde dat wacht op bevelen van de zonnegod.’   Hij vond dat een mooie vergelijking van zichzelf. Ik vind dat nu ook.   Voor de…

Lees verder

Afdracht

Ik heb besloten een deel van mijn lachen af te staan, contributie voor mijn schaamteloze verderleven. De lucht die ik bij het proeven van rode wijn naar binnen zuig zou eigenlijk in jou moeten vloeien, zou net als wijn hartversterking moeten zijn.

Lees verder

Tekens

Mijn vader was leraar. Laten we daarom zeggen dat de krijtstrepen daarboven door hem zijn getrokken.   Van alle woorden die hij op ’t bord schreef is niet een gebleven. Deze boodschap is voor de nablijvers.

Lees verder

Rosse verlangens

Met ��n klik stellen zij mechanismen in werking die oud zijn als de wereld zelf.   Hun rose rosse dageraad trekt mij uit de tochtige nacht.   Over de demarcatielijn; wie in de rode zone wordt betrapt heeft identiteitsbewijs hard nodig.   Ik ben de volkomen vreemde verwachte bezoeker die,…

Lees verder

Conformist

Wereldleed teruggedrongen tot knusse knisperkrant. Aan dat verticale tafelkleed smul ik van ellende elders.   Met miniatuurdrietand sloop ik suikergoedbouwsel laat dwergijsberg afsmelten in duisterheet kaboutermeer.   Als ik mij stilhoud tussen oude taarten kleertjeshondjes als disgenoot gaat misschien aan mij voorbij   wat bijtgraag aan mij snuffelen komt waar…

Lees verder

Een heel gewone jongen

‘Je bent maar een hele gewone jongen’ werden mijn ouders niet moe mij in te wrijven wanneer ik weer eens zo stom was hun in de kaart van mijn jongensdroomkoersen te laten kijken. Hun woorden kortwiekten torenhoge mijlenbrede ambities. De onderliggende boodschap was mij duidelijk: ‘Heb het hart niet ons…

Lees verder

Pretpark

Nooit droever dan in pretparken waar het vrolijk storten afgronden in altijd weer opstanding met zich meebrengt.   De papegaai bij de ingang kan geen afstand doen van zijn eentonige triangel.   Onverschillig op de grond gestrooide pindaschilletjes wijzen erop dat er geen pad terug is naar het weggetrokken reuzenbos.…

Lees verder