Eindejaarsgedachte
Tussen twee duisternissenheeft mijn spetterkaarsjeeven fel gebrand. © André Degen
Tussen twee duisternissenheeft mijn spetterkaarsjeeven fel gebrand. © André Degen
Sinds de Kerst niet meer wit isen het landschap tijdens die dagenniet langer toegedekt wordtdoor een koude, warme dekendie geluiden dempt, verdriet verzachten ruzies afkoeltlaat ik de kerstdagenliever blanco. Ik wil ’s winters buiten lopendat het knerpt,ingesneeuwd raken in een landschapwaar takken aanrakensneeuwbuitjes losmaakt. Kijken naar wiegelende sneeuwvlokkenmet hen traag…
Volgens het boekjewaarvan wij de zinnenhelemaal uitliepenlag het dorp van onderkomenaan de andere kantvan de bladzijde. Links deinden bomendoor onzichtbare branding.Een hert aan de bosrandstak de kop opkeek mij secondenlang aan;een blik die een telescoopvizierdoorborend maakt. Vele vogelswaren onze hoofdenin- en uitgevlogen. Nu liepen wede laagstaande zonzo in de armen.…
Ik schraap mijn gezichtvan de spiegel.De afvoer is spreekbuisvan mijn vermoeidheid.Als ik opduikuit de wasbak,zijn mijn trekken dan weggespoeld?Ik hang mij opin de strop van fatsoenschuifel langsdichtgeplamuurde façades.De bus is een rijdende wachtkamer.Doordeweekser kan de dag niet zijn.Op de toetsenborden worden weerongehoorde rêverieën gespeeld.In mijn hoofd ligt grijze boetseerkleite grijp…
(Vandaag onder de rubriek ‘Gedicht van de week’ bij uitzondering een prozagedicht. Ik doe dat omdat het over John Lennon gaat en dat vond ik natuurlijk passend op zijn sterfdag -AD-) Hij loopt de vliegtuigtrap af – langzaam, blijft even dralen tussen hemel en aarde, alsof hij denkt: waar hoor…
Een dichter is nooit jong geweest.Getijdelijk stromen hemeeuwige waarheden in en uit.In zijn oog is allesal verkeken tot herinnering.Zijn gezicht is eindpuntvan het licht van dode sterren.Een dichter is nooit jong geweest. © André Degen
Aan mijn bedbungelt slap bulletin infuusmoet opnieuwleren lopen voedseldringt mijn lichaam binnen elke behoefteschreeuwbrengt kamerschermen een zeiltjevangt water volgezakt metverloren mineralen tussen bedrand en toiletpotgaapt een ravijn mijn spierenleggen zich neer de uitgangeen carrousel © André Degen
De moederleest weet nog:Tegen mij klopte het,het kreeg vorm. Toen, na het dichtnaaienging hetvan mij uitde wereld inmaar wie mijn kinddragen zou? Ik wisthet wordt straksuitgeschoptafgetraptdoorsoptverzooldmijn lieveling,na een leven volop stapen weer stilstaan. Een schoenis een woningen een reis. © André Degen
Ik mis haar nu al,de schuchtere groenesteeds wijkende.´Kom terug!´ had ik daarom willen roepenmaar de kraanvogelsmet de dalende zon als tikakeken omhoog naar hun bestemminggingen opin de luchtspiegeling van Atlantis. © André Degen
Mam, nu wij niet langerop de zonneweide liggende badlakens verschoten zijnjouw jurk uitgelopenzie ik dat ook jouw jeugdblootstond aande camera Verkleedkleuren in optochtde projector schroeithet stof wegniet te lang stilstaanbij een diaanders brandt hij door Als het donker maareen lichtraam heeften mijn moedergeen leeftijd aanneemtben ik niet bang Mam, zie…