In terrassen ligt het tempelcomplex
tegen de bergwand aan.
De geest moet dus klimmen
om de moedertempel te ontstijgen
en het goede zicht te krijgen.
De bamboestaken
aan weerszijden van de tempelingang
zijn tot instrument gekerfd
om vanuit die pijn het leed
uit alle windrichtingen te bezingen.
Bij totale windstilte
komt een adem van verre zich uitblazen
in deze windorgelpijpen.
Waar de drempelvrees
voor het daglicht begint
kijk ik dat donkere hol in.
Een vleermuis daarbinnen
kantelt steeds van iets weg.
Van wat? Wat achtervolgt hem?
Wat wil hij ontwijken
dat ik niet zie?
Wat komt aanruisen
dat alleen zijn ultrafijne oren
kunnen horen?
© André Degen
Noot van de auteur: ‘Pura kelap’ betekent ‘donkere tempel’ in het Bahasa Indonesia.