
vrouw op een motor/brommer op Bali in 1991.
Gisteren (4 juni 2026) las ik dit horrorverhaal in het Dagblad van het Noorden: Nederlands stel gaat op een huurscooter sightseeing doen aan de oostkant van Bali. Raymond en Anya Ripassa hadden er net een leuk dagje op zitten en zouden onbekommerd terug tuffen naar hun resort. En toen ging het akelig mis. Raymond moest uitwijken voor een vrachtwagen die recht op hen af kwam en kwam daarbij ten val, met als gevolg dat hij en zijn vrouw zwaar gewond raakten.
Hoe naar dit bericht ook was, het bracht mij onmiddellijk terug naar bijna 35 jaar geleden. Ik was destijds met mijn vriendin (het jaar daarna mijn vrouw) op Bali en huurde eveneens een tweewieler, in ons geval een motor, om het eiland te verkennen. Wij verbleven in Ubud, destijds al een zeer toeristische plaats op het zuiden van het eiland.
Ik schreef zojuist wel dat we een motor huurden, maar in feite ging het om niet meer dan een opgevoerde brommer: de jongeman van verhuurbedrijf Alit Shop kwam op die morgen van 7 augustus 1991 aanzetten met een 100 cc Honda. Nou ja, maar goed ook eigenlijk, want teveel motorvermogen zou onder mijn handen wellicht alleen maar tot ongelukken leiden.
Over ongelukken gesproken: mocht je daarbij betrokken raken, dan was jij als toerist altijd de sjaak, daar was de Lonely Planet-reisgids duidelijk over: ‘Whatever you do, try not to have an accident – if you do, it’s your fault.’
Goed, dat wisten we dan ook weer. In het begin reed ik daarom overdreven voorzichtig – bij 30 km/u had ik de Honda in het eerste uur al in zijn vier – maar toen ik mij zekerder voelde, reed ik 30 km/u in de twee. En na enkele uren rijden durfde ik het aan om op rechte stukken 90 km/u te rijden.
Noem het jeugdige overmoed (ik was destijds 28), maar ik was niet bang voor de gevaren die op en naast de weg op de loer lagen. Zo schreef ik lefgozerig in mijn vakantiedagboek van dat jaar:
‘Ik voelde me al helemaal vergroeid met de Honda. Onbekommerd toeterde ik honden van de weg, haalde andere motoren in en joeg, nauwelijks remmend, langs kuilen groot als meteorietinslagen’.
Ja, ja, toe maar, doe maar lekker stoer. Ik ben in de loop van mijn leven echt geen angsthaas geworden, maar zoals ik daar destijds met mijn vrouw over ’s Heeren wegen raasde, in een T-shirt en korte broek, zonder deugdelijke helmen op, zou ik nu niet meer op een brommer/motor rijden op Indonesische landweggetjes, waar kippen, geiten en varkens soms gewoon over de weg lopen. Voor hetzelfde geld loopt zo’n rit immers uit op een nachtmerrieachtig ongeval zoals Raymond en Anya Ripassa dat was overkomen.