Ik wandel mij los

Een foto die ik tegen het eind van mijn stadswandeling van 31 januari maakte.

Ik heb op dit weblog al meermalen verslag gedaan van de ‘stadswandelingen’ die ik maak in mijn woonplaats. Eergisteren (31 januari 2021) was het weer raak: ik deed mijn bergschoenen aan en begon aan mijn – inmiddels 31e – stadswandeling.

Wandelen doe ik zo’n beetje mijn hele leven al, maar ik was nooit op het idee gekomen mijn eigen stad te voet te gaan verkennen, dat is echt door de coronacrisis gekomen. Ik ben daar anderhalf week na het ingaan van de eerste lockdown op 16 maart 2020 mee begonnen en het smaakte meteen naar meer.

Op de laatste dag van de maand januari richtte ik mijn schreden weer eens zuidwaarts in mijn woonplaats. Ik was al een paar keer die kant op gegaan en daarom verbaasde het mij dat ik nog op zoveel straten stuitte die ik niet kende; ik woon al ruim dertig in Groningen, maar dat er dan nog zoveel straten bestaan waar ik nog nooit van gehoord had, verwonderde mij wel. Maar goed, ik liep vandaag dus in zuidelijke richting.

Zodoende kwam ik, onder andere, door de Gerard Revelaan en ik moest denken aan wat de Grote Volksschrijver eens heeft verzucht over de twijfelachtige eer die je als schrijver in Nederland te beurt valt, namelijk dat er een straat naar je vernoemd wordt. Hij toont zich daarbij nogal cynisch over de postume roem van een auteur:

‘Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?’

Zo erg is het met Gerard Reve gelukkig niet gesteld, maar heel fanatiek wordt hij niet meer gelezen door de huidige generatie. Maar goed, dat is een ander verhaal.

Ik liep door vrijwel verlaten straten, waar ik door passanten vriendelijk gegroet werd. Ik liep langs vijvers, over smalle paadjes achter schuttingen langs en passeerde huizen, waar ik een korte blik naar binnen wierp.

Het viel me op dat de heer of de dame des huizes mij dan nooit wantrouwig bekeek, als onze blikken elkaar toevallig kruisten; men zag aan mijn veerkrachtige tred dat ik niet een verdachte struiner was die je in de gaten moest houden, omdat hij kwaad in de zin had. Ik liep snel door, bleef niet hinderlijk rondhangen.

In parken hoorde ik kinderen spelen. Ze riepen naar elkaar en naar hun ouders. Hun stemmen klonken helder op in de koude winterlucht. Het was prettig dat jonge gekwetter om mij heen te horen; het bracht levendigheid in de atmosfeer. En daardoor kreeg je gelukkig niet het gevoel dat je ronddwaalde in een spookstad.

Verder lopend begon de weemoed mijn gemoed te kleuren, zoals boven mij de zonsondergangskleuren onmerkbaar verschoten. Ik keek omhoog en zag een verre condensatiestreep zijn vluchtige spoor trekken door naar mauve verschietend hemelblauw.

Hij leek op een komeet, iets oneindig verafs, als van een andere wereld, een ander universum, waar geen corona heerste… Het was op dat moment moeilijk voor te stellen dat daar mensen in zaten zoals ik, allemaal met hun eigen verwachtingen, dromen, angsten en teleurstellingen.

Dichterbij gold dat voor de mensen in de huizen rondom mij: er brandde licht, er waren mensen bezig met allerlei activiteiten. Sommigen zou ik misschien leren kennen, maar het merendeel zou voor altijd onbekend blijven voor mij. Hun vreugde, verdriet, hoop en wanhoop zouden volledig buiten mij om hun uitwerking hebben. Mensen die in dezelfde stad woonden, die je misschien, ooit, bij een concert of en marktbezoek, was tegengekomen.

Mensen die op het woonerf uit hun auto stapten en naar hun huis liepen groetten mij. Onze levenslijnen streken even langs elkaar zoals daar, ver boven ons, de condensatiestrepen elkaar soms kruisten…

Toen ik de sleutel in mijn voordeur stak, had ik er bijna drieënhalf uur stevig wandelen op zitten. En hiermee – durf ik wel te stellen – zat ik ruim boven het aanbevolen dagelijkse aantal te zetten stappen!

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.