‘Dodehoekfietsen’ (en andere gedichten)

Een van de gedichten uit mijn minimalistische periode

Vandaag (5 december 2020) maakte ik mijn twintigste stadswandeling. Corona, frisse neus halen, zorgen dat je in beweging blijft, jullie kennen dat nou onderhand wel van mij.

Al rondlopend zag ik dat het gemeentebestuur een stuk of wat van mijn gedichten her en der in de stad had opgehangen. Een leuk gebaar. Zou de gemeente dat gedaan hebben om mij ter ere van Sinterklaas te verrassen met een cadeautje? vroeg ik mij af.

Hoe het ook zij, het was leuk om enkele gedichten uit mijn minimalistische periode weer eens terug te zien. Bij het eerste (dat bovenaan deze bijdrage staat) was trouwens de titel weggevallen, maar een kniesoor die daarop let (voor degenen die het weten willen: dat gedicht heet ‘Dodehoekfietsen’).

Nu ik het in een nieuwe omgeving terugzag, werkte ‘Pas op/sensor!’ ineens op een prettige manier heel bevreemdend.

In het titelloze ‘Eigen terrein/Niet geschikt voor/Zwaar verkeer’ zagen vele lezers een aankondiging van het vluchtige, oppervlakkige tijdsgewricht waarin we nu leven en waarin niemand meer zin heeft in zwaarwichtig maatschappelijk verkeer.

In al zijn beknoptheid misschien wel mijn meest geslaagde minimalistische gedicht is ‘Bewonersbeheer’. Niet onterecht lazen veel mensen dat als een aanklacht tegen de steeds maar groeiende macht van allerlei instanties over de bewoners van dit land.

‘Schoolzone’ tenslotte schreef ik in opdracht, om op vriendelijke wijze de noodzaak voor schoolgaande kinderen om genoeg te bewegen onder de aandacht te brengen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.