
Dit keer was dat het Spoorwegmuseum in Utrecht.
Afgelopen maandag (2 februari 2026) mocht ik ‘reserveheld’ zijn voor Stap op de Rode Loper!, het project waarbij, door het hele land, literair-culturele dagen voor vmbo’ers uit de bovenbouw worden georganiseerd. Ik mocht opdraven voor de editie in Utrecht. Dat betekende dat ik stand-by stond als poëzieworkshopdocent en pas in actie hoefde te komen, als er iemand uitviel c.q. niet op kwam dagen. In principe hoefde ik dus geen workshops te geven.
In principe, ja, want er bleek dus een workshopdocent uitgevallen te zijn. Dat betekende dat ik mij, ha ha, spoorslags naar Het Spoorwegmuseum moest spoeden waar ik in allerijl was ingepland voor vier rondes (d.i. the full monty) workshops gedichten schrijven met vmbo-leerlingen.
Ik was er in mijn reisschema vanuit gegaan dat ik naar de Catharijne Convent moest lopen, maar door de uitval van een van mijn gelegenheidscollega’s was er een change of plans, waardoor ik mij naar Maliebaanstation 16 moest spoeden.
Maar goed dat ik hardloper ben en óók nog mijn hardloopschoenen aan had, want ik moest een paar sprintjes trekken om vóór half elf in het Spoorwegmuseum te zijn. Net op tijd, zwetend en buiten adem kwam ik op de plaats van bestemming aan.
Ik geef toe dat ik daardoor kortstondig uit mijn humeur was: ja, sta je om 5.30 u. op, ben je nog maar net op tijd waar je wezen moet. Maar goed, die buts in mijn stemming was er al snel weer uitgedeukt, want ook deze keer liepen de workshops, als een… trein (ha, ha, voelen jullie hem? Spoorwegmuseum… trein; wie nu nu niet uitbarst in een onbedaarlijk gelach, is gewoon een onverbeterlijke zuurpruim!).
Je hebt bij dit soort dagen altijd het effect dat de kinderen tegen het einde van de dag (na tweeën) moe en dus minder geconcentreerd worden. Maar ik had over medewerking beslist niet te klagen. De kinderen waren vriendelijk en coöperatief tot het eind, al legde tijdens mijn laatste workshop wel een jongen zijn moede hoofd op tafel. Maar hij was geëxcuseerd, aldus zijn docent, want ‘hij had vanmorgen meteen al aangegeven dat hij zich niet lekker voelde’.
Ik merk dat ik altijd in de ‘Ivo Niehe-stand‘ schiet als ik het heb over mijn rol als Stap op de Rode Loper!-poëziedocent, maar het is gewoon niet anders: ik heb er altijd veel zin in, de kinderen doen over het algemeen heel goed mee en er komen ook nog eens prachtige gedichten uit de vingers van de leerlingen gekropen. Om het met een variant op Frank Zappa’s woorden te zeggen: Poetry is not dead and it doesn’t even smell funny!
Hieronder volgen nog enkele (flarden van) gedichten die mij in het bijzonder troffen deze dag. Ik geef ze overigens weer compleet met spelfouten, want zoals Gerard Reve ooit zei: ‘We zitten hier niet op een taalkundig congres’:
‘Ik liep onder
de bijzondere sterren.
Ik heb altijd
gelooft in erfenissen.’
In zijn fantasierijke absurditeit vond ik dit ook een pareltje:
‘de labradoedel smeert zichzelf
in met massageolie.
toen de labbekakkers dat zagen
gebruikte ze hun intimiteitscoordinatoren
om te beseffen dat ze
hetzelfde idee hadden als de
schotse kilt. de klauter voelde
zich toen als een riedel.’
En dan nu nog een van ene ‘Yune’, die haar creatie niet wilde voorlezen, maar die ik van haar wel mee mocht nemen:
‘ik zie mijn gedaantes als een groep mensen,
aan de rechter kant van de deur zit een
positive instelling, en de linker, ja die stop
ik het liefst weg. maar het gerugt zingt in mijn
hoofd al een tijdje rond. ik zou willen dat
de linkerdeur een groot mysterie was, maar
stiekem weet ik precies wat er achter zit
het voelt als een geheim wat ik voor mezelf
geheim wil houden. dus ik hou de deur dicht
terwel die stieken op een kiertje staat’