Jonge kadavers

Jongens op de toppen

van hun longen levend

zetten we onze bravoure

en daarmee een kadaverbak open

hoezeer wilden wij weten

dat er in de kelders

van de zomer

kalveren konden liggen

uit het leven

groen als gras

gesmeten

de zwaarzoete geur

door ons ontgrendeld

bleef ons niet bij

verstoorde vliegen

die de winter niet haalden

vonden geen rust

op onze lichamen

wij sloten de kluis weer

op die al te vroege dood

trapten ons weg

van de sluis

waarachter alles hangen bleef

stinken

de lucht verderop

trilde vanzelf

visioenen

van lijflijkheid

voor ons

bij ons snuiven

gingen rokjes de lucht in

de meiden lachten

lachten

al onze spieren los

wij wisten

net als zij

van geen ophouden.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.