Hoe ik tot Reve kwam (en hij tot mij)


Aankondiging van de aan Gerard Reve gewijde
middag in de Openbare Bibliotheek Amsterdam

Op deze grijze, dichtgesneeuwde dag (10 december 2017), net nu de nieuwe dienstregeling van de N.S. in werking is getreden, vallen er pardoes veel treinen uit; het is een bekend verschijnsel dat het hele openbare vervoer bij ons in opperste staat van chaos is als de eerste sneeuwvlokken neerdalen uit de hemel (Help! Code Geel! Opschalen: Code Oranje! Houd ramen en deuren gesloten! Duik onder je bureau! Verroer je niet!) .

Gesteld dat de berichten hierover de Finse en Zwitserse spoorwegen ooit zouden bereiken, dan moet men daar wel in een onbedaarlijke lachbui schieten om die kolderieke paniek in die ruilverkaveling tussen de zee en Duitsland die ons landje toch is, om dat beetje sneeuw waar men in die landen zijn hand niet voor omdraait. Doch dit terzijde.

Om het bruggetje even te maken: ik had gisteren gelukkig geen last van treinuitval door sneeuwval. Ik ging toen per trein naar de grote stad A.Ik begaf mij daarnaartoe om er in de Openbare Bibliotheek Amsterdam een lezing over Gerard Reve te houden. In de geest van Reve had ik die schertsend een ‘reveraat’ genoemd.

Daar werd namelijk de jaarlijkse Reve-middag gehouden. Ik had mij daarvoor aangemeld, omdat ik van mening was dat ik wel een interessante bijdrage aan deze middag kon leveren met de brieven die ik van Reve gekregen had en de ontmoetingen die ik met hem had (voor de goede orde: niet in de hoedanigheid van de Meedogenloze Jongen, want ik ben wel een reviaan maar geen revist).

Alles hing met elkaar samen op deze mooie middag: neerlandicus en biografieschrijver Koen Hilberdink kwam vertellen over de gecompliceerde verhouding tussen Gerard Reve en Johan Polak. Bij uitgeverij Athenaeum -Polak & Van Gennep verschenen van onze Grote Volksschrijver, onder andere, Vier Pleidooien, De Taal der Liefde en Lieve Jongens. En met dat laatste boek – juist in die uitgave – was voor mij mijn liefde voor het oeuvre van Reve begonnen.

Aan het eind van mijn ‘reveraat’ las ik het prachtige literaire credo van Reve voor dat hij op 20 april 1965 schreef in Greonterp en dat op de uitklappagina werd afgedrukt van de schooluitgave van Herfstdraden. En laat nou uitgerekend dat, in typschrift en met de handtekening van Reve (toen nog ‘G.K. van het’), in de Forumzaal van de OBA liggen, op de verkooptafel die antiquariaat De Blauwe Salon bij de ingang had ingericht!

Nog meer samenhang tussen de drie verschillende sprekers (naast Koen Hilberdink dichteres Hanneke Eggels) was er in de vorm van Zelf schrijver worden, het boekje dat werd samengesteld naar aanleiding van de vier lezingen die Reve als gastschrijver/-docent gaf in de Leidse Pieterkerk.

Hanneke Eggels haalde namelijk herinneringen op aan de tijd (in 1985) dat ze Reve begeleidde tijdens zijn lezingenreeks in Leiden die zouden leidden tot Z. En dat boekje had Reve mij – uit eigen beweging – toegestuurd bij zijn tweede brief in 1987.

Mijn verhaal over Reve kwam over en sloeg aan en ik sloot de middag passend af met een eenvoudige doch (redelijk) voedzame maaltijd in de kantine van de OBA, in het gezelschap van drie bijzonder sympathieke homo-mannen.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *