
Eergisteren (16 juni 2026) stuitte ik op dit bericht: een robot, Pemba gedoopt, heeft de Chimborazo (6.263 meter), de hoogste berg van Ecuador en tevens de hoogste (dode) vulkaan van de Andes, op 6 juni voor het eerst als mechanische klimmer bedwongen. Wat daarbij geruststellend is: ‘Hij deed er twee keer zo lang over als een geoefende bergbeklimmer.’ Oftewel: robots zijn ons mensen nog niet op alle vlakken de baas.
Zelf heb ik als niet-mechanische klimmer de Chimborazo niet echt bedwongen, maar ik ben van 5000 meter wel helemaal naar de voet van de ‘besneeuwde Andesreus’ gelopen. Telt dat ook een beetje mee, wat vinden jullie?
Hoe dan ook: in de zomer van 1992 (ja, ja, bijna een kwart eeuw geleden) bracht ik mijn zomervakantie in Ecuador door (ja, in die tijd kon dat nog). Een van de stops die ik daar maakte was in het plaatsje Baños, in Midden-Ecuador. Van daaruit namen mijn vrouw en ik op een dag de bus naar Riobamba, waar we een taxi charterden naar de op-één-na-bovenste berghut op de Chimborazo, de Refugio Hermanos Carrel.
De weg naar boven voerde onder andere door San Juan, een onbetekenend dorpje waar schaapskuddes langs de weg graasden en waar een cementfabriek de omgeving bedekte met een fijne, witte stoflaag.
Naarmate we de boomgrens dichter naderden, werd de vegetatie schraler en schaarser. De weg werd ook onbegaanbaarder, maar hoewel de keien tegen de onderkant van de auto bonkten, scheurde de taxichauffeur onverdroten door.
Na ongeveer twee uur waren we bij de Refugio Hermanos Carrel, die op een hoogte van 4800 meter lag. Mijn vrouw en ik wilden natuurlijk de magische vijfduizendmetergrens bereiken. Die laatste tweehonderd meter legden we te voet af, maar het was meer ‘legden we te voetje voor voetje’ af, want we kwamen maar langzaam vooruit in die ijle lucht en als een oud mannetje nam ik steeds maar kleine stapjes en hapte naar adem, als een vis op het droge.
Toen we de berghut Edward Whymper op vijfduizend meter hoogte bereikt hadden en het bord met die magische grens hadden aangetikt, aanvaardden we de tocht naar beneden. Eerst namen we uiteraard de besneeuwde kappen van de ‘Chimbo’ goed in ons op. Soms kwam de top van de sluimerende vulkaan uit de wolken en dan waren wij…in de wolken… (o André, wat zeg je dat toch weer mooi!)
Wat me van die lange afdaling het meest is bijgebleven, is dat we een hele tijd, kilometers lang, achter een oude vrouw liepen die met een varken aan een touw liep, alsof ze haar huisdier uitliet.
Wat me opviel, was dat ze heel rustig, gelaten haast, aan het lopen was. Ze leek geen haast te hebben, toonde geen ongeduld, keek niet één keer op haar horloge (als ze dat al droeg). Voor haar was de tijd niet gefragmenteerd, zoals hij die is voor veel gejaagde mensen uit de Westerse wereld. Zij had gewoon de eenvoudige opdracht, om een varken van A naar B te brengen en hoe lang ze erover zou doen, deed er niet toe; het moest gewoon gebeuren.
Op een gegeven moment boog ze af naar rechts. Ik keek haar na en meende te mogen constateren dat ze nog een lange weg voor de boeg had. Alleen: nog steeds geen spoor van haast, geen versnelling in haar pas.
Voor mijn vrouw en mij was het wél zaak haast te maken, want de duisternis begon nu snel in te vallen en de omgeving zag eruit alsof het er in het donker wat ongezelliger zou worden. En zoals dat toen ging in Ecuador: we hielden een terreinwagen-met-laadbak aan en, hoewel die al propvol zat, mochten we mee tot San Juan.
Terwijl wij in de laadbak zaten, gebaarden we naar de chauffeuse van een ons achterop komende taxi naar ons. In San Juan stapten wij over op de taxi, na de berijdster voor de gratis rit in de terreinwagen bedankt te hebben. Onze afdaling te voet vanaf de Refugio Edward Whymper had ruim vijf uur geduurd.
Ik betwijfel trouwens of ik deze afdaling binnenkort weer zal maken: in Ecuador is het op het moment wat minder gezellig…
(O ja, de titel van deze weblogbijdrage slaat op het feit dat de Chimborazo het hoogste punt op aarde is (dus hoger dan de Mount Everest, als je als ijkpunt het middelpunt der aarde aanhoudt; daar is de ‘Chimbo’ namelijk het verst vandaan van alle punten op aarde.)