De ontmoeting tussen James Dean en Albert Camus

James Dean kwam nonchalant
aanslenteren
getypcast voor
De Belediger.

Hij liep
tergend langzaam af op
Albert Camus
die onder een plataan
rustig een Gauloise rookte.
Hij zag de acteur al
van verre aankomen.

James Dean
totaal niet onder de indruk
van de reputatie
van de Nobelprijswinnaar
zei:

‘Kijk eens aan,
daar hebben we
het slachtoffer van
een wel heel suf auto-ongeluk:

Kaarsrechte weg
weinig verkeer
geen gladheid
en dan zat je
ook nog niet eens
zelf achter het stuur.
Hoe uncool kun je zijn?’

‘Ik reed tenminste nog zelf
in mijn Silver Porsche 550 Spyder.
In wat voor auto
zat jij eigenlijk?’

Albert Camus
die de tutoyering
van dat brutale jonge ventje
kalmpjes opnam
antwoordde bedaard:
‘Een Facel Vega FV 3B’.

Langs zijn neus weg
voegde hij daaraan toe:
‘Mijn uitgever
die aan het stuur zat
had 180 op de teller
op het moment
dat hij de weg afsneed.’

James Dean
autokenner
snelheidsmaniak
bond wat in
temeer omdat hij zelf
maar half zo snel reed
op die laatste dag
in september 1955.

Ontdooiend zei hij tegen Camus:
‘Maar hoe dan ook,
we zijn allebei
te vroeg gegaan.’

Bedacht zich meteen
en snierde:
‘Al ligt er bijna
twintig jaar
tussen ons;
je had verdomme
mijn vader kunnen zijn!’

Camus staarde hem aan
en nadat hij
dodelijk kalm
zijn sigaret had opgerookt
schoot hij de peuk weg
rakelings langs het gezicht
van zijn lotgenoot
waardoor die even
met zijn ogen knipperde.

De acteur vroeg de schrijver
‘waar hij zo cool
had leren roken
en of hij hem
dat ook wilde leren.’

© André Degen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.