Dood

Uit het leven gegrepen

Bij de uitgang
van het crematorium
stond een piepjong meisje
ingezet als tegenspeelster
van de dood.

Ze deelde gedenkprentjes uit
waarop stond
hoe de familie graag wilde
dat hij naar buiten trad.

Beide armen in de lucht
alsof hij onzichtbaar gewicht
moeiteloos optilde. Tjoep.

Hij had de zee
achter zich staan.
Dat was toen overal
nog zomer heerste.

Even later
zat ik alweer zonnestralen te slurpen
morste uit beide mondhoeken.
Lachend.

Ik moest me schamen
voor het verspillen
van zoveel overvloed.

Maar dat deed ik niet.
Hij zou het me
verboden hebben.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De dag der doden

Op deze dag

stellen wij

een bibberig lichtje

tegenover

de massieve duisternis.

 

Wankel waakvlammetje

waar de onvermoeibare ademtocht

rakelings overheen scheert.

Elk jaar moeten de verstomden

weer komen met hun verhaal

om bij ons

in het gevlij te blijven.

Maar het rumoer om ons

zwelt aan, terwijl zij,

tot onze niet geringe ergernis,

geen enkele moeite doen

hun stem te verheffen.

Nee, wij moeten ons

maar naar hen toe buigen

onze oren

naar hen laten hangen.

Alle inspanning komt

van deze kant.

Wij kunnen de doden

niet hoog houden,

ze ontglippen ons

zoals rotte aardappels

snotterig

tussen je vingers

weglopen.

Elke keer

als wij hen

de rug toekeren

voelen wij de kou

dieper in hun botten sluipen.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Op retour

Voor mijn vader

Ik wil mijn dementerende vader
gewezen leraar Frans
nog eenmaal meenemen
naar Zuid-Frankrijk
langs velden vol zonnebloemen.

Die noemde hij steevast
‘een leger in slagorde
dat wacht op bevelen
van de zonnegod.’

Hij vond dat
een goede vergelijking
van zichzelf.
Ik vind dat nu ook.

Voor de laatste keer
hem het aroma laten opsnuiven
van lavendel
heilzaam kruid
dat hem
voor een ogenblik
geneest van schemerig heden
tot zonlicht verleden.

Ik zal dit tafereel
voor ons beiden opslaan:

Op een terras
onder een grote plataan
die als een moederkloek
met haar takken even
onheil van boven
tegenhoudt.

Wij beiden nippend aan
een Côtes du Rhône
net zoals toen.
‘Die noemen ze
‘vin du soleil’,
doceert mijn vader.
Ik wil het
maar al te graag weten.

Ik wil hem nog eenmaal
de cicades laten horen
die stilvielen als je
te dicht bij ze kwam.

Dit ontlokte mijn vader
altijd de opmerking
dat ‘hij dat gedrag
zo goed kon begrijpen.’
En dan die verlegen lach erbij.

Nog eenmaal
zachtstrijkend
zonsondergangslicht
vluchtige eeuwige sneeuw
op de boomgroep naast de camping
aan de Ardèche.

Ik wil dat goudgele licht
scheppen van die toppen
het vatten en opbergen
om te bewijzen
dat het duurzamer is dan
zijn stoffelijke variant.

‘Pap, weet je het nog?’
‘- Natuurlijk jongen?
Hoe zou ik dat nou
kunnen vergeten?’

Nog eenmaal
tijm stukwrijven tot kruim
met onze vingertoppen
neusvleugels uit laten slaan
naar het verre toen.

Nog eenmaal
de bruine koeien
op de zonnige berghellingen.
Laat hun bellen
op die zekere dag klinken
in plaats van kerkklokken.

Nog eenmaal…
en daarna
geldt voor hem
wat hij schertsend
tegen zijn leerlingen zei
na het eindexamen Frans:

‘Nu mogen jullie
alles wat je hier geleerd hebt
vergeten.’

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Martini-kerkhof

De Martini-toren

biedt prachtig uitzicht.

Het meisje ging

de schemerige wenteltrap

van een geest

die steeds nauwer toeliep.

Zij sprong en

iets vloog weg

van haar schouder.

De grond kwam haar

omhoog.

Heeft de kaartjesverkoper

iets gemerkt aan haar,

bij het geld teruggeven,

een voor zo’n warme dag

vreemd droge hand

waar alles langs afgleed?

Nam ze, in een reflex,

het waardeloze

wisselgeld nog aan?

Op een dag dat mensen

een eindje verderop

lichtzinnig lachend proostten

op het leven

bleef de zon bij haar steken

aan de opperhuid.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Laatste woorden

Vierentachtig worden d’r niet veel.’

‘We komen allemaal

een keer aan de beurt,

 d’r wordt geen een overgeslagen’.

‘Hij ligt d’r netjes bij.’

‘Zonde van zo’n mooi overhemd.’

‘Hij heeft een prachtige dag uitgezocht,

jammer dattie er zelf niks meer aan heeft.’

‘Je vraagt je af:

Wie is de volgende?’

‘De dominee heeft mooi gesproken.’

‘Maar hij heeft nog mooier zijn kop gehouwen.’

‘Annie zal wel

in een zwart gat vallen nu.’

‘Dan is ze toch nog

een beetje bij hem.’

 

Een loslatend blad

bevat de zonsondergang

ontmoet mijn loslatende geest

aan de spiegel.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather