Wat een uitgaven!

© Martyn F. Overweel

(We doen net of de coranaviruscrisis niet bestaat en gaan het er daarom in deze bijdrage verder niet over hebben)

Vandaag (15 maart 2020) lees ik een lang stuk in de zaterdagbijlage van De Volkskrant met de titel ‘Uitgeven in eigen beheer: zo voorkom je een fiasco’.

Ongeveer een decennium geleden kwam het uitgeven van een boek in eigen beheer opzetten. Mensen die de weg naar een traditionele uitgeverij voor zichzelf afgesloten zagen namen hun toevlucht tot het zogenaamde Printing On Demand.

Bij deze nieuwe vorm van uitgeven heb je als auteur (bijna) alles in eigen hand: de vormgeving van het omslag, de distributie en – niet in de laatste plaats -: een groter aandeel van de verkoopprijs.

Bij een traditionele uitgeverij ontvangt een schrijver grofweg 10% van de verkoopprijs, bij een in eigen beheer uitgegeven boek kan dat tientallen procenten meer zijn. Als je sommige zelfuitgevers hoort, lijkt geldelijk gewin trouwens zo’n beetje de enige drijfveer voor het de wereld inschieten van hun product.

Laten we in dat verband eens luisteren naar Martin Gijzemijter (een achternaam die zo lijkt weggelopen uit een Marten Toonder-verhaal: Heer Bommel en de Gijzemijter, maar dit terzijde).

Gijzemijter schreef in 2014 een roman over het verlies van zijn moeder. Maar, zo stelt hij zelf, ‘boeken over een overleden dierbare interesseren mensen niets.’ Dus past hij het aanbod moeiteloos aan aan de vraag, want er waren wél veel mensen die om het bundelen van zijn gedichten vroegen.

Nou ja, ‘gedichten’… rijmelarijtjes zoals ‘Tot mijn allerlaatste dagen,/ en allerlaatste nachten,/ zal ik jou hier bij me dragen, / en voor eeuwig op je wachten.’

Tsja, zou wijlen Martin Bril zeggen. Maar ja, wie ben ik om dit te veroordelen? Er is vraag naar dit soort rijmpjes en inmiddels zijn er sleutelhangers, troostengeltjes en armbandjes met Gijzemijtersgedichten erop (ja, voor een dichter heeft Gijzemijter de merchandise goed op orde…).

Deze aanpak legt Gijzmijter geen windeieren, want inmiddels heeft hij een kantoor en twee werknemers. ‘Je moet je publiek vinden, een voor een, tot het er duizenden zijn, en dan is het succes geen magie meer, maar big data’, aldus Gijzemijter.

Brrr! Dat zijn beslist geen woorden van een bevlogen kunstenaar, eerder van een marketeer of een belegger. Begrijp me goed, ik ben het met Gerard Reve eens dat geld verdienen een heel fatsoenlijke reden is om te schrijven, maar met Gijzemijters woorden zijn we wel erg ver weg van de innerlijke noodzaak van een auteur om een boek te schrijven.

Zelf heb ik nooit de aandrang gehad een boek of dichtbundel in eigen beheer uit te geven; ik schertste altijd dat er ‘geluiden vanuit de samenleving’ moesten komen die vroegen om mijn roman. Het besef dat werkelijk jan en alleman een werkje kon uitgeven, als men er maar genoeg geld in pompte heeft me er altijd van weerhouden.

De consequentie is wel dat ik momenteel slechts één dichtbundel en één roman op mijn naam heb staan, terwijl ik een veelvoud van beide klaar heb liggen. Die op de plank liggende werken wil ik alleen uitgeven bij een traditionele uitgever. Maar ja, vind die maar eens.

Toen ik jaren na verschijnen van mijn debuutbundel Zavelreis eens voorzichtig opperde dat het wellicht tijd werd voor een opvolger, zei mijn redacteur/begeleider van die uitgeverij dat ik ‘dan een paar duizend euro mee moest nemen’. Toen was ik zo flauw dat ik het er verder maar bij liet zitten en de samenwerking als beëindigd beschouwde. Van die uitgeverij heb ik nooit meer iets vernomen.

Ik ben nu al jaren op zoek naar een uitgever die mijn werk wil uitgeven. Ik heb dus niet zozeer, zoals veel schrijvers, een writer’s block als wel een publisher’s block

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *