Het goddelijk kompas

Ja, Albert kon het raak zeggen!

Ik heb het er op deze plek in de nu al weer ruim dertien jaar dat ik er mijn bijdragen plemp nooit eerder over gehad, terwijl het in mijn leven op zo belangrijk voor mij is: de intuïtie. Maar nu (21 juli 2022) lijkt het moment gekomen het er eens over te hebben: eergisteren stond er namelijk een lang artikel in De Volkskrant over de rol die de intuïtie speelt in ons leven/onze besluitvorming.

Mijn hele leven vaar ik al op mijn intuïtie. Ik noem haar wel eens pathetisch ‘mijn goddelijk kompas'(en dat terwijl ik niet eens in God geloof). Maar volgens de geïnterviewde- Gerd Gigerenzer, een psycholoog en volgens De Volkskrant-journaliste Wieteke van Zeil ‘expert op het gebied van intuïtie – mag dat niet, want op de vraag van de interviewer wat intuïtie niet is, antwoordt hij: ‘‘Een zesde zintuig. Iets irrationeels. (…) Het is ook niet Gods stem of zoiets…’ Oké, duidelijk (maar stiekem zal ik dit onmiddellijk weten zonder dat dat beredeneerd kan worden toch ‘mijn goddelijk kompas’ blijven noemen).

Gigererenzers missie is om de intuïtie uit haar verdomhoekje te halen; te vaak wordt ze – onterecht – gezien als ‘irrationeel’: ‘Dat is een misvatting. We hebben weloverwogen denken en intuïtie allebei nodig; en ze vormen geen tegenstelling, ze sluiten elkaar niet uit.’ Oftewel: ze zijn complementair. Lijkt mij een goede polderoplossing.

Intuïtie is ook niet zo ongrijpbaar als we zouden denken: zij treedt in werking bij mensen die jarenlang ervaring hebben op een bepaald gebied en dan in een situatie komen waarin snel handelen geboden is. Deze mensen zullen dan op basis van vele eerdere ervaringen in een vergelijkbare situatie vaak de juiste beslissing nemen als ze niet veel tijd krijgen om aan hun besluit te gaan twijfelen.

Hoe dan ook, ik heb mijn intuïtie tijdens mijn backpackjaren altijd beschouwd als een nuttige reisgezel die ik volkomen vertrouwde. Soms moest je haar ook wel vertrouwen: er waren momenten waarop mijn vrouw en ik in een fractie van een seconde ja of nee moesten zeggen. Een nee kon dan een ernstige (en wellicht volkomen onterechte) belediging hebben betekend, een ja had ons in een riskante situatie kunnen doen verzeilen.

Een voorbeeld: na een lange treinreis vanuit Bandung kwamen mijn vrouw en ik lang geleden in het holst van de nacht aan in Yogyakarta. Van een nogal glad pratende Indonesiër hadden we gedurende de rit te horen gekregen dat hij ‘friends’ had in de voormalige sultansstad; deze konden ons naar een geschikte guesthouse brengen.

Goed, nogal verreisd kwamen we aan in de stationshal. Wij stapten uit met onze ronselaar en zochten zijn vrienden op. Get in, my friends, we take you to Guesthouse Wisma Ananda. Ik keek de spreker en zijn compagnon aan, concludeerde op basis van wat? Intuïtie, dus – dat het wel vertrouwd was bij deze heerschappen in te stappen. Ik knikte. ‘Okay, we’ll come with you.’

Eenmaal in het busje gezeten, met grote vaart gevoerd door donkere wijken van Yogya, werd ik besprongen door twijfel: wat nou als het toch gewoon glad pratende engerds waren die ons gingen brengen naar een donkere garage in een verlaten deel van de stad en ons daar gingen uitschudden om ons vervolgens voor dood achter te laten? Niemand op de hele wereld wist op dat moment waar wij waren, dus zou er geen hond naar ons op zoek gaan, als wij de volgende morgen niet ergens op zouden duiken in Yogyakarta. Dus welbeschouwd leek het toch niet zo’n goed idee om bij deze jonge kerels in te stappen.

Maar wij werden keurig afgeleverd bij Wisma Ananda. Niks beroving, niks mishandeling, zelfs geen onbeleefd vragen om een exorbitant hoge fooi. Dit was een van de vele momenten dat mijn ‘goddelijk kompas’ mij tijdens mijn rugzakjaren door woelige baren naar een veilige haven loodste.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.