Een zwerfkei met heimwee

Deze zwerfkei wordt de komende dagen terug naar huis (in Finland) gebracht, om daar, na 200.00 jaar, te worden herenigd met zijn moedergesteente. Dat moet wel een hartverscheurend weerzien worden, na zo’n lange tijd. Je moet wel een hart van steen hebben, als dat je onberoerd laat.

Het is weer eens wat anders: een zwerfkei terug naar huis brengen. Van Borger in Drenthe naar Åland, een eilandengroep tussen Zweden en Finland, oftewel, een tocht van 1440 kilometer.

‘Hobbygeoloog’ Klaas Drint, ‘zolang hij zich kan herinneren (…) gefascineerd door stenen’, doet het de komende dagen. Zijn relaas staat vandaag (6 december 2019) in De Volkskrant.

Drint (ik zou mijn achternaam in ‘Grint’ laten veranderen, als ik zó van stenen hield, maar dit terzijde) heeft het twee ton wegende ‘erratische blok’ (zoals een zwerfsteen officieel in de geologie wordt genoemd) door een shovel in zijn aanhanger laten tillen.

Zijn Audi A8 moet het geheel nu naar de plaats van oorsprong van de rolling stone brengen. Als je kijkt naar de foto die boven het artikel staat, zie je dat de Audi tamelijk vervaarlijk door zijn assen zakt. Dus ik hoop voor onze keioloog dat zijn auto het houdt…

Drint toont zich een ware stenenfluisteraar, want hij omhelst de zwerfkei aan het begin van de reis. En hij bevestigt zelfs een walkietalkie aan de spanbanden die de zwerfsteen tijdens de reis op zijn plaats moeten houden. Daardoor kan hij tijdens de rit zijn vlint bemoedigend toespreken (‘We gaan nu de grens over.’ Of: ‘Hier slapen we vanavond.’ Of: ‘Dit is een hobbelig stukje. Hou je vast.’)

Dit artikel stelt mij trouwens in staat mijn in dit verband bijzonder toepasselijke prozagedicht Zwerfkei nog eens onder de aandacht te brengen.

Zwerfkei

Uit voortijdige verten is hij aangekomen.
Ze zeggen dat een rollende steen geen mos verzamelt, maar hij bewoog zo traag dat dat had gekund.
Zijn verplaatsing was meer een winterslaap-in-beweging, onder die dikke, beschermende witte kap, dan een echte reis. Het was begraven zijn, diep onder een kille lijkwade.
Voor de rest van zijn bestaan mag hij nu stilliggen, aan het begin van een oprijlaan.
Mensen die hem zo massief bewegingloos zien staan, denken niet aan ‘zwerven’, terwijl dat toch een deel van zijn wezen uitmaakt. In hun ogen is hij onverzettelijk immobiel, alsof hij daar al sinds de oertijd is.
Verlangt hij terug naar die beschermende reisdeken die hem zo lang aan het oog heeft onttrokken?
Nu staat hij daar open en bloot, een prooi voor de elementen.
Hij werd niet voortgedreven door rusteloosheid hiernaartoe. Zijn tocht was rust, steeds iets opgeschoven in tijd en ruimte.
Hij zal nog vele klauterkinderen op zich gedogen. Vele generaties zullen hem bedekken en hem weer verlaten.

Hij kan hier een ijstijd lang staan. Hij zal ook die overleven.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.