Een cola drinkende kameel? Ja, dolletjes!

‘Sousse, Tunisia – 8 November 2019: camel drinking a coke at Sousse in Tunisia’, luidt het bijschrift bij deze foto op internet. Mijn vrouw en ik hadden in 1996 in Tunesië ook de gelegenheid een dergelijk ‘spektakel’ te aanschouwen, maar wij lieten dat dieronterende tafereel toen graag aan ons voorbijgaan.

Vandaag (21 april 2026) lees ik dit bericht in De Volkskrant: De reisorganisatie Sunweb Group stopt met het aanbieden van excursies waarbij wilde dieren ter vermaak dienen. Dat klinkt heel nobel, maar dat is het niet, want Sunweb doet dat pas nadat de dierenwelzijnsorganisatie World Animal Protection de organisatie benaderde. Als World Animal Protection dat niet had gedaan, was Sunweb uiteraard gewoon doorgegaan met het aanbieden van dit smakeloze vermaak.

Het krantenbericht voerde mij bijna dertig jaar terug (ook al is er niet een directe link tussen het krantenbericht en de herinnering die ik hieronder beschrijf, dat realiseer ik me).

Ik ging in 1996 tussen Kerst en Nieuwjaar met mijn vrouw naar de Costa del Sol. Normaliter was dat niet een vakantiebestemming waar je ons beiden snel zou zien, maar wij hadden in die periode als vage en nogal onverschillig klinkende zoekopdracht aan de baliemedewerkster van het reisbureau meegegeven: ‘Het geeft niet zoveel waarheen; als het er maar enigszins zonnig is en als het maar niet te ver vliegen is.’ We wilden voor even – al was het maar een week – de kou in ons vaderland ontvluchten.

Om diverse redenen vielen bestemmingen als Tunesië, Istanboel en de Algarve af. Uit de blender, waar de bestanddelen ‘op redelijke vliegafstand’, ‘zonnig’ en ‘niet te duur’ waren gegooid, kwam bij reisbureau Touristique toen Benalmadena gerold, een eufemisme voor Torremolinos (waar de stad namelijk aan grenst). Nee, hè?

Torremolinos, dat was voor ons Zandvoort aan de Costa del Sol, de paradeplaats voor de campingsmokings, de stad waar ’s zomers de disco’s staan te stampen en ’s nachts de mannen liggen te stampen, de plaats van kust, lust, fust en onrust! Gingen we daar een week heen? Ja, dat deden we.

Benalmadena was namelijk een prima uitvalsbasis voor een dagtocht naar Málaga, Granada, het wereldwonder Al-Hambra of naar de Sierra Nevada, want die bestemmingen lagen allemaal op berijdbare afstand.

Maar goed, door deze reisbestemming te kiezen, kwamen we wel in een bepaald, eh, segment terecht, een categorie waar je beslist niet bij wilde horen. Ik besef dat dit voor veel mensen wellicht mateloos elitair klinkt en dat is zeker niet mijn bedoeling, maar ik voelde mij gewoon totaal niet thuis bij mijn reisgenoten en ook de benadering – hoe vriendelijk bedoeld ook – van de reisleidster stond mijlenver af van mijn manier van reizen.

Een voorbeeld: bij aankomst regende het flink. Onze reisleidster Anneke meende ons daarom de volgende ’tip’ te moeten geven: ‘Ga niet bij de pakken neerzitten, maar probeer er wat van te maken.’ Jezus, wie zit daar nou op te wachten? In 1996 had ik er ondertussen zes ongeorganiseerde backpackreizen op zitten, dus ik wist mij aardig zelf te redden.

Of wat dachten jullie van deze: ‘Benalmadena heeft een treinstation en met het treintje gaat het erg goed.’ Toen Anneke dat zei, keek ik om me heen: wat vonden mijn reisgenoten van deze debiliserende opmerkingen? Nou, die namen deze informatie op met een ernst alsof het om cruciale inlichtingen ging.

Maar hoe stompzinnig deze informatie ook was, het was nog niets vergeleken bij een informatiebijeenkomst die mijn vrouw en ik een klein jaar later bijwoonden in Tunesië, de ochtend na aankomst. We verwachtten al weinig van deze bijeenkomst, maar het was nog erger dan ik dacht: de reisleidster vroeg of wij interesse hadden in een excursie de woestijn in; we konden daar namelijk een cola drinkende kameel aanschouwen… Onze blikken spraken blijkbaar boekdelen, want ze zei haastig: ‘Ik zie dat jullie interesse elders ligt.’ Ja, mevrouw, dat heeft u goed gezien.

Wat de lol is van kijken naar een Cola drinkende kameel is mij een volslagen raadsel, maar tijdens onze reizen naar alle uithoeken van de wereld zouden mijn vrouw en ik nog meermalen geconfronteerd worden met dierenleed dat in stand gehouden werd om toeristen te vermaken: beren aan kettingen in China, witte tijgers in een casino in Las Vegas, een jaguar in een kooi bij een hotel in Ecuador; je moet er maar niet aan denken hoeveel dieren ten prooi vallen aan het vermaken van toeristen die dit soort wrede soorten van amusement links zou moeten laten liggen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *