De S.R.V.-man, de S.R.V.-man, die brengt alles bij u thuis!

SRVman Leve de man van de S.R.V., van je hiep, hiep, hiep, hoeree!
© Financieel Dagblad

Vandaag (2 september 2016) staat er een mooi artikel in De Volkskrant over mijn kunstbroeder Meindert Talma.

In het artikel komt ook Meindert Talma’s eerste autobiografische roman Dammen met ome Hajo ter sprake. Meinderts oom Hajo bestuurde ooit zelf een S.R.V.-wagen.

Voor de kijkertjes die iets later hebben ingeschakeld: een S.R.V.-wagen was een soort rijdende buurtsuper voor dorpen waar winkels dungezaaid waren en waar met name oudere mensen de middenstand in omliggende plaatsen moeilijk konden bereiken.

Meindert Talma wil graag de herinnering levend houden aan zaken waarmee hij is opgegroeid en de S.R.V.-wagen is daar een van.

De S.R.V.-wagen is ook een element uit mijn eigen jeugd. Mijn tienerjaren bracht ik grotendeels door in het Friese dorpje T… Veel middenstand was daar niet en de plaatselijke melkboer had een nevennering met zo’n rijdende buurtsuper.

In die tijd (we hebben het over de jaren zeventig van de vorige eeuw) waren de megasupermarkten al in opkomst. In Leeuwarden had je de Miro (bestaat die keten trouwens nog? Nee, ook al weg, lees ik net). Daar deden mijn ouders het overgrote deel van hun boodschappen.

Soms kwam mijn moeder erachter dat ze een paar dingetjes vergeten was en die moest ik dan halen in de S.R.V.-wagen die dan net in onze straat voorbij schoof.

Als ik die mobiele supermarkt-op-wielen betrad, werd ik door de bestuurder altijd opgenomen met een mengeling van norsheid (‘Mooi is dat, jouw ouders weten me alleen te vinden voor de kleine boodschappen!’) en de geforceerde vriendelijkheid die nu eenmaal gevraagd wordt van een middenstander die voor zijn broodwinning afhankelijk is van zijn dorpsgenoten en hen daarom te vriend moet houden.

Ik genoot altijd van die korte momenten daarbinnen. Ik waande me dan in een kampwinkeltje. En omdat in die jaren alles wat als springplank kon dienen naar ‘weg van hier’ mijn verbeelding op gang bracht, rekte ik mijn verblijf in de S.R.V.-wagen zo lang mogelijk. Dat was lastig, want aangezien ik meestal de enige klant was, werd ik door de bestuurder op de vingers gekeken en soms vroeg hij, niet al te vriendelijk: ‘Kan ik ergens mee helpen?’

In het begin van mijn twintigersjaren vloog ik uit naar de stad waar ik nog altijd residentie houd, maar ik kwam nog geregeld thuis. Af en toe zag ik dan die S.R.V.-wagen door de straat rijden waar mijn ouders woonden. Achterop was inmiddels de slogan ‘Voor(t)aan in het verse!’ verschenen.

Waarschijnlijk vond de melkboer het zelf een hele vondst en realiseerde hij zich niet dat hij met die woordspeling luid verkondigde dat hij al die jaren niet-verse producten aan de man had gebracht, maar ik heb er maar van afgezien hem dat aan zijn verstand proberen te brengen.

De S.R.V.-wagen is inmiddels uit T… verdwenen. Net als mijn ouders, trouwens.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.