Als we worden teruggeworpen op onszelf

Zij lijkt er ook even zat van om in haar eentje thuis te zitten en te lezen, te lezen, te lezen…

Vandaag (28 maart 2020) is het bijna twee weken geleden dat we met ons allen huisarrest hebben gekregen van de regering; op zondag 15 maart moesten alle horecagelegenheden immers om zes uur ’s avonds sluiten.

Ineens waren daags ervoor nog bruisende straten in de uitgangsgebieden volledig uitgestorven. Het was net of zojuist de staat van beleg was afgekondigd.

Allerlei zaken die het leven veraangenamen waren ineens niet meer toegankelijk: cafés en restaurants dus dicht, musea en concertzalen gesloten en ook het stadsbeeld opfleurende braderieën en rommelmarkten werden tot nader order opgeschort.

Ineens moesten we onszelf thuis vermaken. Ouders gingen knutselen met hun kinderen, het fenomeen ‘balkonconcert‘ ontstond op verschillende plaatsen, om nog – al was het op afstand – verbondenheid te voelen met je medemens en er kwam zelfs heuse ‘troosttelevisie‘. Dat betekende dat nostalgische sentimenten aanwakkerende programma’s opnieuw werden uitgezonden. Verder ontbrak het evenmin aan ideeën om de ‘coronacrisis’ op prettige wijze door te komen.

De meeste mensen wijken op straat en in winkels overduidelijk uit voor je in deze periode, om de vereiste anderhalf meter afstand tot elkaar te bewaren (ja, dezer dagen wordt het begrip personal space behoorlijk opgerekt!).

Daarbij valt het mij op dat het merendeel van de personen die je op de stoep uit de weg gaan lachend en wat verontschuldigend, zo lijkt het, naar je opzij kijken en je groeten, zo van ‘Ik ontwijk je nu, maar ik groet je om je te laten weten dat ik dat ontwijken alleen doe omdat het moet en niet omdat ik je zo nodig wil ontlopen.’

Ik vind dat wel schattig om te zien. Er wordt in de stad meer naar elkaar gegroet dan voorheen, valt me op. Ik heb het al verscheidene keren meegemaakt dat mensen mij vanaf een balkon een vriendelijke groet toewierpen.

En daarbij werd er vandaag in mijn woonplaats ook nog Alle Menschen werden Brüder op de klokken van de Martini-toren gebeiaardiert. Bijna zou je gaan denken dat uit de coronacrisis ook nog wat moois opbloeit. Maar nee, laat ik niet in de verleidelijke valkuil van het ‘verbroederingsgeloof’ vallen…

Ik bedacht ineens dat ik jaren geleden een prozagedicht schreef, Afweer, dat wonderwel past bij onze huidige situatie waarin we zoveel mogelijk in ons huis moeten blijven:                                                                                                                                                         Afweer

De ramen van mijn hok plak ik af met kranten. Dat schild van oud nieuws moet de actualiteit buiten houden.
Geen tv, dat ventiel waardoor er puur ellende naar binnen gepompt wordt. Alle raampjes sluit ik potdicht af, ik wil niet dat de lucht hierbinnen in beroering gebracht wordt.
Het mag hier bedompt worden als in een duikboot. Ik heb altijd bewondering gehad voor de bemanning van een onderzeeër. Beheerst de zuurstof op rantsoen verdelen in eerlijke porties. De paniek niet naar binnen laten sijpelen. Boven de waterspiegel staan de mensen elkaar naar het leven, daarbeneden, samengedrukt op een klein oppervlak, bestaat het leven uit verdragen.
Als de bemanningsleden, na maanden van omzwervingen door de wereldzeeën, weer aankomen in hun thuishaven, kan het zijn dat de wereld totaal veranderd is: hun vrouw is weggelopen, er zit een andere regering en hun hond gromt vijandig als ze hun koude huis betreden.
Sommigen van hen zullen die veranderingen niet kunnen verwerken; ze zullen hun longen volzuigen en weer onderduiken, voor een lange periode. Ik heb me net zo laten afzinken naar hier.
Buiten is er een storm opgestoken. Allerlei voorwerpen vliegen aan mijn vensters voorbij. Ik zie een enorme, dolgedraaide wasmachine.
Ik betrap mezelf erop dat ik de laatste dagen steeds vaker naar de kelder ga en er steeds langer blijf. De koelte, het ontbreken van ramen, alle vier de muren op aanraakafstand, de conserven binnen handbereik, ik zou hier tijden kunnen blijven.  Traag kruipende pissebedden maken mij rustig.

Ik ga mij begraven onder lege pizzadozen.   

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *