Ach, tante Wil is dood!

Het artikel over Wil ter Horst-Rep in de rubriek ‘Het eeuwige leven’ in De Volkskrant van 21 juli 2026.

Pas vandaag (13 augustus 2026) verneem ik dat Wil ter Horst-Rep al begin juni was overleden (Zoals ik al eerder schreef, ben ik deze dagen na thuiskomst bezig met het ‘wegwerken’ van de stapel kranten die na de zomervakantie op mij lag te wachten. En deze donderdag kom ik dus pas dat trieste bericht tegen, in de krant van 21 juli).

Haar naam zal bij weinig mensen een belletje doen rinkelen, maar voor mensen die regelmatig naar het openluchttheater in Diever gaan, zoals ik, is ze een bekende naam. Ze raakte in 1976 met het bostheater verbonden, als regieassistent van de legendarische huisarts-vertaler-regisseur van Shakespearestukken, de heer Broekema. Drie jaar later werd ze voor de leeuwen geworpen, toen Broekema plotseling overleed en ze er alleen voor stond. Tot 1999, dus twintig jaar lang, lag de regie van de Shakespeare-stukken in Diever in haar handen.

Ik maakte voor het eerst kennis met de theaterproducties van Wil ter Horst-Rep in 1985, toen ze voor het openluchttheater in Diever Romeo en Julia regisseerde. Dat stuk maakte meteen zo’n indruk op mij dat ik sinds dat jaar onafgebroken elke nazomer een weekend naar Diever trek, om ‘het stuk’ van dat jaar te gaan aanschouwen.

In die opvoering van Romeo en Julia deed een heus zwaardgevecht een zucht van ontzetting door het publiek trekken, zo overtuigend kletterden de (echte) zwaarden toen tegen elkaar.

Dat was precies dertig jaar later, toen Jack Nieborg het stokje had overgenomen van Wil ter Horst-Rep, wel anders: toen gingen de spelers elkaar met hamertjes en kinderzwaardjes te lijf. De Volkskrant schreef toen – in haar overigens zeer lovende recensie – naar mijn idee terecht: ‘Een beetje knullig zijn de vechtpartijen waarmee alle ellende begint, alsof die bijzaak zijn.’

Om in schermtermen te blijven: touché! Ik vond dat niet eens ‘een beetje knullig’, maar een meligheid waarmee regisseur Jack Nieborg de mist inging: voor het verdere verloop van het verhaal was deze gevechtsscène namelijk cruciaal: Romeo’s goede vriend Mercutio sterft, diens tegenstrever Tybaldo legt het loodje en Romeo wordt uit Verona verbannen. Me dunkt dat je zoiets wel een beetje serieuzer mag behandelen en niet moet voorstellen als een lullig potje zwaardvechten op het schoolplein.

Wil ter Horst-Rep, die ik altijd schertsend ‘Tante Wil’ noemde, omdat ze soms tijdens haar praatje voorafgaand aan het stuk voor ons toeschouwers op de hurken op het podium ging zitten, alsof wij kleuters waren, was meer van de traditionele aanpak, Jack Nieborg deinst er niet voor terug om forse ingrepen in de tekst van de Grote Bard uit Stratford-upon-Avon te doen en allerlei ‘nieuwerwetsigheden’ in de stukken te stoppen. In de woorden van toneelrecensent Hein Janssen, die het artikel over Wil ter Horst-Rep schreef in de rubriek ‘Het eeuwige leven’: ‘Voor Ter Horst-Rep was Shakespeares tekst heilig, Nieborg gaat daar losser mee om’. Ikzelf zit duidelijk op de lijn van Ter Horst-Rep.

Wil ter Horst-Rep was ook qua kleding en decor traditioneler; Jack Nieborg hult zijn spelers gerust in moderne kleren. En hij doet soms ingrepen die wat mij betreft geen verrijking zijn, maar eerder afbreuk doen aan het stuk: zo vond ik dat hij met het resomeren in de opvoering van Hømlet (waarom niet gewoon Hamlet? Zo heet het stuk toch?) vorig jaar volledig de plank missloeg.

Een bekende scène in Hamlet (Akte 5, scène 1, om precies te zijn) is namelijk dat een ‘Clown‘ (in deze scène synoniem met ‘gravedigger, grafdelver) op een gegeven moment de schedel van Yorrick, ooit de nar van de koning, opgraaft en aan Hamlet overhandigt. Hamlet, starend naar deze schedel, iets wat een iconisch beeld is geworden, mijmert over de voormalige nar van de koning die hij kende als iemand die erg grappig en fantasierijk was en die hem, Hamlet, nog op zijn rug had gedragen, toen hij jong was (‘Alas, poor Yorick! I knew him, Horatio, a fellow of infinite jest, of most excellent fancy. He hath borne me on his back a thousand times.’).

In de uitvoering van Jack Nieborg staart Hamlet naar een erlenmeyer vol met resomatievloeistof… Tsja, dat heeft toch niet dezelfde impact als de hoofdpersoon die naar een schedel staart.

Ik heb lang getobd over de vraag of het oeuvre van de Grote Bard uit Stratford wel modernisering verdraagt; moet je de prachtige teksten per se in een nieuw jasje willen steken? Of moet je gewoon ‘met je poten afblijven’ van die onvergankelijke meesterwerken? In 2014 schreef ik daar de volgende overpeinzing over, naar aanleiding van het wel érg jolig en boertig gebrachte Lang leve de liefde (Love’s Labour’s Lost):

‘En ik dacht: wat wil je nu? Teruggaan naar de traditionele uitvoeringen met prachtige gewaden en gedragen dialogen die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst blijven en waar elk jaar minder en elk jaar grijzere mensen naar komen kijken die elkaar toeknikken dat ‘dit toch echt de enige ware manier is om recht te doen aan Shakespeare’s teksten? Of wil je een levendige, vrij bewerkte uitvoering die volle zalen trekt, waar ook jongeren graag komen en waar nog wel degelijk vernuftig vertaalde taaljuweeltjes van de Grote Bard fonkelen in het maanlicht?

Hoewel ik de leeftijd bereikt heb dat ik vol op het orgel mag gaan over allerlei nieuwerwetsigheden ‘waar ik niks mee heb’ en die uiteraard minder zijn dan alles wat vroeger bestond, kies ik voor de tweede benadering. Wil je dat Shakespeare ook na vier eeuwen blijft leven, dan is een restyling en een forse injectie met jeugd en hedendaagsheid geen overbodige luxe. En tenslotte was het vulgaire, schuine en boertige Shakespeare niet vreemd. Dus: lang leve de liefde! Lang leve Shakespeare! En hopelijk nog lang leve het openluchttheater van Diever!’

Dat was toen; nu, in 2026, terwijl ik over enkele weken naar As you like it zal gaan, weet ik het niet meer zo zeker; natuurlijk moet je met je tijd meegaan, maar na al die jaren (41 (!) onderhand) merk ik dat ik met heel veel plezier terugkijk op de uitvoeringen van Wil ter Horst-Rep en dat ik de laatste jaren met steeds gemengdere gevoelens kijk naar de opvoeringen die Jack Nieborg het publiek voorschotelt.

Nieborgs wel erg relativerende en leutige aanpak zorgt ervoor dat de tragische scènes geen enkele ontroering meer teweegbrengen bij het publiek; de toeschouwers zijn er zo aan gewend om constant te schuddebuiken dat ze bij een echt tragische scène zogezegd niet ineens emotioneel kunnen terugschakelen en hun gezicht weer in de plooi kunnen leggen, om de aangrijpende scènes met de passende ernst tot zich te nemen.

Maar goed, As you like it is een komedie, dus dan mag er gerust gegierd, plat gegrapt en op de hak genomen worden. We gaan het zien, op zaterdag 29 augustus. Uiteraard zal ik daar te zijner tijd verslag van doen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *