
Eergisteren (17 mei 2026) kwam ik terug van een kort familiebezoek c.q. korte tussendoorvakantie in het Odenwald in Zuid-Duitsland. En net als vorig jaar rond deze tijd werd het een lang weekend vol vogelwaarnemingen – de meeste daarvan in het Dämmelwald in W… waar ik al een paar keer eerder over schreef.
Naast de meer conventionele waarnemingen als een zwartkop (gehoord en gezien), groene specht (alleen gehoord) en de rode wouw (alleen gezien), was ik getuige van het vocale kunst- en vliegwerk van een nachtegaal, die echt alle registers opentrok, genoot ik van de tropisch klinkende roep van de wielewaal (en even, heel kort, vertoonde hij zich ook aan mij) en klonk tot mijn verrassing op een dak vlakbij het Dämmelwald de scherpe, fijne zang van een Europese kanarie (die wel wordt beschreven als ‘helder, trillend, (…) een zachte, vrolijke melodie’).
Kortom, genoeg te genieten voor een amateur-vogelaar. Minder genietbaar was het feit dat het hardlopen mij de afgelopen dagen niet goed afging. Het is namelijk, in de 24 jaar dat ik in W… kom, voor mij een traditie geworden om twee, drie keer hard te lopen in het Dämmelwald. En dat ging altijd goed.
In de loop der jaren moest ik daarop wel inleveren, zowel qua afstand als qua looptempo: jogde ik in de beginjaren met gemak vier rondes (= ongeveer 12 km) in een heel behoorlijk tempo, in de jaren daarna hield ik het vaak gezien na drie rondes. En de laatste jaren was ik al blij als ik twee rondes achter elkaar uitliep. En dat alles in een lager gemiddeld tempo.
Maar goed, dat was nog wel te verteren. Wat ik echter de afgelopen dagen op hardloopgebied liet zien was ronduit triest: ik liep in de vijf dagen dat ik in W… verbleef maar één keer en dan ook nog maar één ronde (van ongeveer drie kilometer).
Ik weet niet wat mij mankeerde, maar alle ledematen deden mij pijn en ik voelde door mijn hele wezen een terneerdrukkende vermoeidheid hangen. Ik ben geen arts, dus dan moet je uiteraard zeer terughoudend zijn met het stellen van (zelf)diagnoses, maar ik ging denken aan spierreuma of magnesiumgebrek (enkele dagen na thuiskomst ben ik overigens alweer op beide ‘diagnoses’ teruggekomen, omdat het alweer (veel) beter met mij gaat).
Enige dramatisering is mij niet vreemd, dus ik dacht tijdens mijn verblijf in W…: ik zal nooit meer hardlopen in het Dämmelwald, het is voorbij, das war einmal. Maar nu ik mij weer beter voel, heb ik die sombere gedachten alweer snel terzijde geschoven.
En ik besef heel goed dat mensen die écht aan een ernstige ziekte of aandoening lijden na het lezen van bovenstaande regels zullen zeggen: ‘Man, zanik niet, je klaagt met gezonde botten.’ (dit is geen bestaande uitdrukking, maar mijn ouders zeiden dit altijd als ze iemand hoorden klagen die niks mankeerde). ‘Jou mankeert niets, je hebt even een tijdelijke inzinking.’
Natuurlijk heb ik geen recht van klagen, maar toen het mij tijdens mijn verblijf in W… niet lukte om mijn gebruikelijke afstand twee of drie keer te lopen, voelde ik wel hoe het moet zijn om je hardloopperiode voorgoed af te moeten sluiten. Ik hoop alleen dat dat moment nog heel lang op zich laat wachten…