Prieel

Er is een prieel, weet ik nu, in een binnentuin, waar ik me terug kan trekken, op momenten dat ik niet weet waar ik het zoeken moet. Het verschijnt wanneer ik het het meest nodig heb. De toegang is altijd dezelfde: een smalle, lage, houten deur, deels overwoekerd door klimop.…

Lees verder

La belle époque

De hele dag draait de zon om haar heen. Zij trekt zich terug onder een fleurig hitteschild. Als gierennekken buigen de telelenzen naar haar toe, hengelend naar een brokje van haar vlees. Maar zij is van plan haar huid duur te verkopen. Ze klemt de zon als een schijfje citroen…

Lees verder

Hoogzit

Ik zit op mijn houten troon. Hoewel ik de positie van umpire heb ingenomen, wil ik over niks oordelen. Ik zit en beschouw. Ik heb geen geweer, zelfs geen fototoestel; ik laat alle dieren die onderlangs mijn zitplaats scharrelen ongemoeid. Als ik maar lang genoeg wacht in mijn hut-op-stelten zal…

Lees verder

Zuigen

Ze dook op uit een ver, smoezelig verleden, zoals een stervende brasem aan de oppervlakte van een vervuilde vaart. Ik zag een onbekend nummer in het schermpje van mijn telefoon en ik aarzelde: opnemen of niet? Het was als met het nummer van een lot uit de loterij: het kan…

Lees verder

Frietkot

Het verlaten, het doorgaande omhangt het frietkot als de dikke baklucht. Natuurlijk is de uitbater morsig en weinig mededeelzaam. Hij zou verhalen kunnen vertellen, maar hij heeft er geen zin in. Anders zou hij toch maar uitkomen bij de zelfmoord van een vijftienjarige jongen die, jaren geleden, vanaf een viaduct…

Lees verder

De legioenen

Het belaagt ons. Vanuit alle hoeken en gaten loert het ons aan. De troepen verzamelen zich in stilte. Je kunt wel heel krijgshaftig met je zwabber of ragebol naar alle windrichtingen zwaaien, maar het blijft een potsierlijk wapen tegen een onzichtbare vijand. Ze zijn met te velen. Klop de doek…

Lees verder

Zwerfkei

Uit voortijdige verten is hij aan komen wentelen. Nou ja, ‘wentelen’; hij is hier beland met wat van stilstand niet te onderscheiden is. Ze zeggen dat een rollende steen geen mos verzamelt, maar hij bewoog zo traag dat dat had gekund. Hij is geheel naakt. Zijn verplaatsing was meer een…

Lees verder

De onaanraakbaren

Het is ons haast pijnlijk, maar wij zijn werkelijk jong, knap, rijk en succesvol. De modderkruipers proberen ons door het slijk te halen, ze wijzen erop dat wij niet oud worden. Daarmee vangen ze ons niet: hun jaren passen in onze weken. In ons gezelschap is het ongepast ouder te…

Lees verder

Duikklok

Wij werken al een tijd in de duikklok en vertrouwen erop dat onze collega’s ons zodadelijk weer op zullen takelen. Maar, wie weet, wat er gebeurd is in de korte tijdsspanne dat we nu beneden zijn. Misschien zijn de omstandigheden daarboven zo razendsnel veranderd dat men wel wat anders aan…

Lees verder

De goederentrein

De laatste trein had ik gemist. Ik liep daarom over het grindpaadje naast de rails tussen de stad waar ik mij dagelijks weer liet vastzetten, en mijn woonplaats, een braaf dorpje dat tegen de spoorlijn lag aangevlijd. Mijn vrouw wachtte mij daar op. Ik bedacht hoe heerlijk het zou zijn…

Lees verder