Het perron haar niemandsland
tussen veroverd gebied
en nog in te lijven.
Zij balanceerde
op het koord van instinct;
aan welke kant zij ook viel
een muil zou haar opvangen.
Zij danste langs de loc;
schoonheid en beest
schurkten langs elkaar.
Onze stoom werd afgeblazen.
Mannenzuchten in haar bollende zeilen
dreven haar van ons
naar haar bestemming.
Zij was gezien.
Langzaam schoof het doek
voor haar gezicht.
© André Degen