
Eergisteren (31 maart 2025) stuitte ik op dit bericht: ene Thijs Grond is zijn trouwring kwijtgeraakt, krijgt daar zo’n beetje een rolberoerte van, omdat de ring is gemaakt van goud dat al twee generaties in het bezit van de familie is en beweegt vervolgens hemel en aarde om de ring weer terug te krijgen.
Hij laat een rioleringsbedrijf komen; dat boort een gat in zijn kruipruimte om met een camera te speuren naar het verloren kleinood, maar tevergeefs.
Met behulp van Waternet, een speciale camera, een visnetje van zijn kinderen én een behoorlijk portie doorzettingsvermogen lukt het Thijs om zijn betreurde ring uit de prut te vissen.
Thijs Grond deed er dus alles aan om zijn trouwring terug te krijgen. Dit verhaal deed mij denken aan mijn onvolprezen prachtgedicht ‘Kokosblank’ waarin de ik-figuur (die niet verward moet worden met de auteur) zijn trouwring juist door de wc spoelt om ervan af te zijn en een nieuw leven in de tropen te beginnen:
Kokosblank
Op het vliegveld
heb ik mijn trouwring
door het toilet gespoeld.
Overzees
op weg naar
een vrouwenlach
die kokoswit open parelt.
© André Degen





