De leerlingen van het kapitaal

Ik volgde het bijvak filosofie.
Mijn medestudenten
allen Marx-discipelen
hielpen de docent ijverig mee
Friedrich Nietzsche te fileren
waarna hij door de gehaktmolen werd gehaald

van Professor Doktor Hanz Heinz Holz
een naam als drie harde tikken
recht in je gezicht
links, rechts, links.

De grote filosoof uit Röcken, zo leerde ik
bleek een impressionistische beuzelaar.
Hoe kon dat ook anders:
Hem waren nooit
de grootse inzichten deelachtig geworden
van de Onfeilbare Wereldhervormer uit Trier.

Ik was de roepende in de woestijn
waar Nietzsche zich noodgedwongen had opgehouden.
Ik nam het op voor de grote wijsgeer
die de eenzaamheid wel had moeten omarmen
omdat hij niemand anders had.

Een student Haatbaard
schuimbekte mij aan
dat voor hem Nietzsches begrippen
‘apollonisch en dionysisch
volkomen uit de lucht gegrepen waren.’

En ik zag hem
met zijn rauwe klauwen
vlinders grissen uit de lucht.

In zijn ogen
schemerde bloed
even eeuwenoud
als altijd vers.

Toen we pauzeerden
bij de koffieautomaat
nipte Hekelbaard met weerzin
aan zijn slappe bakje leut.
Hij was toe aan wat sterkers:
Hij had het liefst
mijn bloed gedronken.

© André Degen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *