Blijf toch bij die dieren vandaan!

Als je een nijlpaard in deze houding ziet, dan weet je dat het foute boel is.

Eergisteren (4 januari 2026) kwam ik dit bericht op internet tegen: vier vissers die – illegaal – in het Keniaanse Naivasha-meer aan het vissen waren, zijn gedood door een groep nijlpaarden.

‘Karma’ heet dat tegenwoordig en toen ik jong was, zeiden we in zo’n geval: ‘Net goed’: je komt clandestien in het leefgebied van het beest dat bekend staat als het gevaarlijkste zoogdier van Afrika en dan neem je bewust een levensgroot risico. Ik kan dan ook weinig medelijden opbrengen voor dit soort stropers.

Het bericht bracht mij mijn eigen ervaringen met nijlpaarden in herinnering – gelukkig met een heel wat prettiger afloop.

We gaan terug naar augustus 1993, ik was toen dertig. Mijn backpackperiode was twee jaar daarvoor begonnen en in 1993 hadden mijn vrouw en ik besloten naar Kenia en Tanzania te reizen.

Een onderdeel van die reis was het maken van een safari. Daarbij deden we onder andere Lake Baringo aan, in West-centraal Kenia, in de Rift Valley. Wij hielden hier halt omdat er, naast talrijke vogels en krokodillen, ook vele nijlpaarden konden worden gespot.

Bij aankomst op Robert’s Campsite waren mijn vrouw en ik getuige van een staaltje stupiditeit van pas gearriveerde toeristen die een georganiseerde reis deden: zij kwamen te dicht bij een hippo, gebruikten – tegen de dringende adviezen in – flitslicht en begonnen het dier zelfs op te jagen, waardoor het verontruste beest onze kant begon op te rennen.

‘Kom nooit tussen een nijlpaard en het water’ is een stelregel, want dan kan een Hippopotamus amphibius extreem agressief worden, omdat hun vluchtroute naar het water dan geblokkeerd is. Logisch, zou je zeggen, dus geef die beesten vrij baan en ga ze vooral niet in de weg staan, maar deze ramptoeristen zorgden er door hun idiote drijfjacht voor dat dat bijna wel gebeurde – waarbij mijn vrouw en ik hier haast het slachtoffer van werden.

Toen al, 32 jaar geleden, viel onze planeet wereldwijd steeds meer ten prooi aan wat ik de ‘verpretparkisering’ noem: de mens beschouwt de natuur niet als een majestueuze macht die je moet eren en respecteren, maar hij ziet haar slechts als iets wat hem moet entertainen.

De daaropvolgende nacht hadden mijn vrouw en ik een ervaring met nijlpaarden die gelukkig gevrijwaard was van de stompzinnigheid van dat soort deelnemers aan een georganiseerde reis.

Wij wisten al dat de nijlpaarden die in en om Lake Baringo verbleven ’s nachts aan land kwamen om op de oevers te grazen. Die nacht deden ze dat ook en om een uur of twee werden we wakker van twee hippos die dicht om onze tent aan het gras eten waren; zo dicht dat ze met hun gigantische lijven tegen het tentdoek van ons uiterst kwetsbare onderkomen schurkten. Het was volle maan, zodat we, door het tentdoek heen, hun machtige silhouetten konden zien: een fantastisch schimmenspel van de Grote Dalang. Af en toe loeiden ze ook kort naar elkaar.

Achteraf hebben mensen mij, toen ik hun vertelde over deze geweldige ervaring, met afschuw aangekeken en mij verbijsterd gevraagd: ‘Was je dan niet bang dat die beesten je zouden vertrappen?’ Immers, slechts een flinterdunne wand scheidde mij en mijn vrouw toen van die machtige lichamen. En wie gaf je de garantie dat ze niet over jouw tent heen zouden walsen in hun zoektocht naar lekker, mals gras?

Maar, gek misschien, ik had hier destijds totaal geen angst voor. En ook nu, zoveel jaren nadien, kan ik me nog steeds voorstellen dat ik in die zomer van 1993 onbevreesd in die tent totaal gebiologeerd door een filter lag te kijken naar die voedsel zoekende nijlpaarden. Deze nachtelijke ervaring vormde een van de hoogtepunten van die vakantie en, kan ik nu zeggen, een van de absolute hoogtepunten van mijn leven.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *