Een verblijf in De Poort der Geulle-vallei

Vier foto’s (nog uit het Predigitalium) van De Poort der Geulle-vallei. Op de linker foto staat de hotelhouder, de heer Couwmans. Op de derde foto (helaas heb je voor de ontcijfering een vergrootglas nodig) staan de ‘huisregels’. Op de meest rechtse (ik zou bijna schrijven ‘de extreemrechtse’) foto staan de komforen in de keuken in het gelid als in een kampeerboerderij.

Een bericht op NPO1 triggerde mij eergistermorgen (25 maart 2026), en dan niet door de gebeurtenis (een aanrijding tussen een trein en een auto), maar door de plaats waar die plaatsvond: Meerssen (in Zuid-Limburg). Het voerde mij terug naar een vrij ver verleden.

We schrijven het jaar 1994, ergens in mei. Mijn vrouw en ik zouden een weekend met vrienden naar Zuid-Limburg gaan. Het zoeken naar een onderkomen zouden zij op zich nemen.

Ze kwamen toen op de proppen met iets wat in de advertentie een ‘zelfverzorgingshotel’ werd genoemd. Ik wist niet goed wat ik me daarbij voor moest stellen en aanvankelijk had ik er weinig fiducie in. Maar het zou een bijzondere ervaring worden, die ons alle vier tweeëndertig jaar na dato nog helder voor de geest staat.

Niet omdat wat we daar meemaakten nou zo spectaculair was, maar de sfeer en de kleurrijke heer Couwmans maken dat ons verblijf in dat ‘zelfverzorgingshotel’ ons zo is bijgebleven. En het feit dat we alle vier nog zo (betrekkelijk) jong waren verleent deze herinnering een extra gouden glans.

Het ‘zelfverzorgingshotel’ was De Poort der Geulle-vallei in Meerssen, vlakbij Maastricht. Het zag er heel anders uit dan ik gedacht had.

We hadden na aankomst onze bagage in de aankomsthal neergezet en wachtten eigenlijk tot Couwmans ons onze kamers zou wijzen, maar in plaats daarvan gebood hij ons min of meer de ontvangstkamer binnen te gaan. Daar begon hij ons ongevraagd de historie van dit hotel en, in samenhang daarmee, de geschiedenis van zijn familie uit de doeken te doen. De Poort der Geulle-vallei bleek inderdaad een voormalig klooster te zijn.

Couwmans zou dat gedurende het weekend dat wij in zijn hotel verbleven vaker doen: hij zou her en der opduiken en dan ongevraagd beginnen aan een verhaal over De Poort der Geulle-vallei of de omgeving. Wij zouden ons elke keer dat gewillig laten aanleunen, want wat hij vertelde was best interessant. En zijn woordkeus was bepaald markant te noemen.

Zo gebruikte hij, naar aanleiding van een verhaal over de tuin rond De Poort der Geulle-vallei, in die dagen een keer het woord ‘bosquetterie’. Ik kon dat destijds nergens terugvinden, maar het blijkt wel degelijk te bestaan, al is het niet bepaald een gangbaar woord voor ‘het geheel van bosjes, bomengroepen of de specifieke inrichting met struikgewas in een formele tuin’.

In het interieur van De Poort der Geulle-vallei was de tijd stil blijven staan en er leek in geen tijden te zijn gelucht of gestoft. De t.v. die op een triplex plaat tegen de achterwand stond was nog een model uit de vroege jaren zestig en voor mijn gevoel konden er ook alleen maar programma’s uit die kijkkast komen die toen vertoond werden. Ik had daarom niet verbaasd staan kijken, als ‘Daktari, ‘The Thunderbirds’ of ‘Bonanza’ (in zwartwit) op het scherm waren verschenen, op het moment dat Couwmans de televisie zou hebben aangedrukt.

Aan de muren hingen verstofte en vergeelde platen en het behang was verschoten en liet in de hoeken op sommige plaatsen los. Zeer goede vriend G.J. en ik maakten ons op een morgen vrolijk over de ongelooflijke oubolligheid en de daaraan gerelateerde ouderwetse frases van een affiche die busreizen met Autocar Moonen aanprees; een busmaatschappij die ongetwijfeld allang ter ziele is gegaan.

De Poort der Geulle-vallei was dus een ‘zelfverzorgingshotel’; dat betekende dat je alle etens- en drinkwaren zelf van huis mee moest nemen. De avond van onze aankomst haalden zeer goede vriend G.J. en ik die daarom uit zijn auto.

‘Drinkwaren’ hield in ons geval een kratje bier in (naast enkele flessen wijn). G.J. en ik voelden ons wat opgelaten (lees: proleterig) dat we met een kratje bier aan kwamen zetten en we probeerden dat daarom zo discreet mogelijk naar binnen te brengen.

Toen Couwmans het kratje desondanks in het oog kreeg, merkte hij op: ‘Wanneer u zo dadelijk een flesje bier wilt ontkronen, dan liggen in deze lade (hij gebaarde naar de keuken naast de ontvangsthal) de flesopeners’. G.J. en ik hebben na al die tijd nog altijd het woord ‘ontkronen’ onthouden, een van die typische Couwmans-woorden.

De Poort der Geulle-vallei is nu een gewoon hotel, lees ik op deze website, waar verder een paar reviews staan (in soms erbarmelijk Nederlands). Die doorlezend kwam ik een paar keer de naam Coumans (ja, zonder ‘w’) tegen; in 2017 scheen hij nog actief te zijn.

Dat verbaasde mij eerlijk gezegd, want toen wij in mei 1994 in De Poort der Geulle-vallei (overal wordt het pand trouwens de ‘Poort der Geul-vallei’ genoemd, maar ik ken het toch echt als ‘Poort der Geulle-vallei’) aankwamen, verklaarde de heer Couwmans dat hij er al 44 jaar hotelhouder was. Dat zou dus betekenen dat hij in 2017 67 jaar in functie zou zijn…

En zo blijkt het geheugen andermaal een onuitputtelijk reservoir van herinneringen te zijn, waarbij één naam – Meerssen, in dit geval – kan fungeren als een ‘Sesam, open u’.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *