
Afgelopen maandag (16 maart 2026) las ik de column van Arie Elshout over Johan Cruijff. Daarin uit Elshout niet alleen bewondering voor de voetballer Johan Cruijff, maar ook voor ‘het fenomeen’ Cruijff, want, aldus Elshout, ‘Cruijff is meer dan voetbal alleen. Hij ontsteeg de wereld van de gewone voetbalstervelingen. Zijn naam werd een begrip en zelfs een bijvoeglijk naamwoord: cruijffiaans. Begonnen als onstuitbare wervelwind op het veld eindigde hij als een even ongrijpbare wijsgeer, wiens woorden ook na zijn dood door zijn aanbidders met cryptologische precisie worden nageplozen op diepere wijs- en waarheden.’
Voor Elshout en mij was Johan Cruijff een jeugdheld op het voetbalveld, maar voor heel veel mensen die hem nooit hebben zien spelen, live of op tv, is hij meer/alleen de man van de raadselachtige uitspraken.
Vandaag (22 maart 2026) begint er een vierdelige documentaireserie over de stervoetballer uit Betondorp. Voor het eerst werkt de familie van Cruijff trouwens mee aan een documentaire over het leven van ‘nummer 14’. En dat is vrij uniek. Ze deelt met de makers unieke en nooit vertoonde beelden en opnames uit de familiearchieven.
Overmorgen (24 maart 2026) is het precies tien jaar geleden dat Cruijff overleed. Dit lijkt dus het juiste moment om het over Johan Cruijff te hebben, de grootste voetballer die Nederland ooit heeft voortgebracht en – voor mij – de beste voetballer aller tijden.
Ik weet ook wel: over wie de beste voetballer ooit was, kun je eindeloos bakkeleien. Is dat Pele, Maradona, Cruijff of toch Messi? Ik vind het allemaal best, maar voor mij is het gewoon nummer 14, de man die voetballen combineerde met balletdansen, de man van de ‘Gol imposible‘, de aanvoerder die het Nederlands elftal met wervelend totaalvoetbal naar de finale van het wereldkampioenschap van 1974 voerde (maar in die confrontatie met Duitsland na een onnavolgbare rush in de eerste minuut (vanaf 0:37 tot 0:45) nogal teleurstelde).
Ik ben daarin ook niet objectief: Cruijff was voor mij een jeugdheld en ik heb mijn hele leven een zwak voor hem gehouden (en dan meer voor de voetballer dan voor de voetbalexegeet).
Mijn vader was een fervent voetbalkijker en toen ik jong was, keek ik altijd met hem mee als het Nederlands elftal moest spelen. En elke keer als de commentator ‘Cruijff’ zei, voelde ik een elektrisch schokje: als Cruijff aan de bal was, gebeurde er altijd iets bijzonders. Een effectvolle pass of een fabelachtige passeerbeweging, het was nooit zomaar een doorsneebal die hij afgaf.
Ik zal de documentaire vanavond en de drie zondagen na vandaag dan ook gaan bekijken. En wellicht ga ik ooit nog eens de biografie van Auke Kok over JC lezen. Maar eerst ga ik Cruijffs veertien allermooiste doelpunten met Ajax nog eens bekijken (en voor de mensen die er geen genoeg van kunnen krijgen (en daar behoor ik zelf ook toe), is er een special).