Valse herinneringen

Vandaag (2 juni 2015) staat er een bericht op nu.nl dat voor ons schrijvers dagelijkse kost is: het lenen van anekdotes van anderen om ons eigen leven op te leuken.

Het is onderzocht door Alan S. Brown1, Kathryn Croft Caderao1, Lindy M. Fields1 and Elizabeth J. Marsh en gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Applied Cognitive Psychology en dan is het WAAR.

Bijna de helft van de 447 onderzochte studenten bleken wel eens een anekdote van een ander ‘geleend’ te hebben of details uit het verhaal van een ander over te nemen, om hun eigen verhaal boeiender te maken. Als je dit maar vaak genoeg doet, kweek je zogenaamde ‘valse herinneringen’; je gaat geloven dat je de geleende verhalen werkelijk echt gehad hebt.

Voor ‘ons schrijvers’ is dit gesneden koek. Ik zou haast zeggen: wij doen niet anders. Dus ik kijk van dat leentjebuur spelen niet op.

Ik heb dat zelf in het grijze verleden eens gedaan; een medestudent vertelde over zijn voormalige leraar scheikunde die de almacht van God betwistte door de ‘paradox van ontilbare of onmaakbare steen’ op te werpen: ofwel kan God geen steen maken die hij vervolgens niet op kan tillen ofwel is Hij niet in staat die steen op te tillen die Hij gemaakt heeft; van de ene of de andere kant blijft Hij in gebreke. Anders gezegd: Hij is niet almachtig, anders zou hij beide wel kunnen.

Ik schreef daar een kort verhaal over (waarbij ik van de leraar scheikunde een leraar wiskunde maakte) en toen de medestudent daar lucht van kreeg riep hij verrast uit: Hé, ik had een leraar scheikunde die dat deed!’ Ik heb hem maar niet verteld hoe het zat.

Ik zeg bepaald geen opmerkelijke dingen, als ik stel dat een auteur dat doorlopend doet. Het is alleen de kunst feiten van fictie te (blijven) scheiden om niet in Paviljoen 7 te belanden.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.