Oost west, Paul best

Het enige boek van Paul Theroux dat ik tot nu toe heb gelezen. Shame on me! Want je mag pas iets zeggen over het oeuvre van Zijne Koninklijke Hoogheid als je minimaal tien boeken van hem hebt gelezen. Dixit Zijne Majesteit zelve.

Na het lezen vandaag (10 juli 2020) van het interview ‘Reisboekenschrijver Paul Theroux: ‘Mijn leven is een lange vakantie’ in De Volkskrant van 10 juli 2020 is mij één ding zonneklaar: Paul Theroux is een koning en de wereld is zijn koninkrijk.

Tsjonge, jonge, het is een tijdje geleden dat ik zo’n opgeblazen ego ben tegengekomen. Het hele vraaggesprek ademt een duizelingwekkende zelfingenomenheid en een verwatenheid die je maar zelden tegenkomt.

Ik heb in het grijze verleden (lees: 1996) zijn boek Riding the Iron Rooster gelezen. Ik ging tijdens de zomervakantie van dat jaar naar China en kocht op de valreep op Londen Heathrow (ja zeg, Paul Theroux is niet de enige die de wereld over reist!:-) het boek dat Theroux schreef over zijn reizen door het Rijk van het Midden in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Toen al trof mij de zelfgenoegzaamheid van de auteur bijzonder onaangenaam. Poeh, poeh, meneer komt op allerlei plaatsen waar een gewone sterveling niet komt en, zo zo, meneer heeft me toch een boeiende gesprekken die jij en ik nooit voeren met mensen uit een ver land!

Nadat Paul Theroux de interviewer van De Volkskrant ongevraagd en op hooghartige toon het advies heeft gegeven om zich te laten uitzenden naar Hongkong (‘Zeg tegen je baas dat je verslag wilt doen van de gebeurtenissen in Hongkong.’), vraagt hij tijdens het vraaggesprek neerbuigend aan Gijs Beukers of hij respectievelijk Jonathan Raban, Stephen King en Georges Simenon kent.

Het viel voor Beukers te hopen dat die schrijvers inderdaad geen onbekenden voor hem waren, anders had hij vast een veeg uit de pan gekregen.

Redacteuren heeft Theroux niet nodig: ‘Niet een heeft mijn werk verbeterd.’ En even verderop zegt hij laatdunkend: ‘Een redacteur, een vrouw, zei eens: ‘Ik denk dat je nog eens naar je boek moet kijken.’ Ze had wat suggesties, die waren waardeloos.’

Begrijp me goed, ik ben hier niet om woke-punten te scoren, maar die minachtende, totaal niet ter zake doende bijstelling (‘een vrouw’) slaat wat mij betreft alles.

De buitenwacht kan de Alwetende en Alleskunnende Theroux niets leren. Ook recensenten niet: ‘Ik probeer het lezen van recensies van mijn boeken te ontwijken. Niets te leren. Ik weet meer van mijn boeken dan recensenten.’

Alleen collega-schrijver Jonathan Raban kan enige genade vinden in de ogen van Theroux: ‘Jonathan Raban, ken je hem? Ik stuur mijn boek naar hem op en dan zegt hij er nuttige dingen over.’ We begrijpen inmiddels dat zo’n uitspraak uit de mond van zo’n, tot barstens toe opgeblazen ego, een enorm compliment is.

Gelukkig kan Paul Theroux op niveau met zijn zoons over zijn werk praten, want ‘beiden zijn hoogopgeleid, extreem belezen en bereisd.’ Hij is maar gezegend met zulke begaafde kinderen, maar dat ze zo zijn, moet ons natuurlijk niet verbazen, met zo’n vader.

De gewone, werkende mens snakt naar zijn paar weken vakantie per jaar, maar zo niet Paul Theroux: ‘Ik heb het niet nodig. Mijn leven is al een lange vakantie.’

Hij pendelt tussen Cape Cod en Hawaii, ‘plaatsen waar mensen naartoe gaan voor vakantie’. Gewone stervelingen geven geld uit om ernaartoe te gaan, Theroux woont en werkt daar gewoon. Ja, mensen, verschil moet er wezen!

Paul Theroux is voor het schrijven van zijn reisboeken over de hele wereld geweest, maar na het lezen van het vraaggesprek met Gijs Beukers kunnen we maar één conclusie trekken: waar hij ook heen gaat, elke reis begint en eindigt bij de mooiste bestemming: bij hemzelf.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *