Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven

In deze uitgave (van 1970), die in de boekenkast van mijn ouders stond, heb ik De avonden van Gerard Reve leren kennen.

In De Volkskrant van eergisteren en in de editie van gisteren besteden respectievelijk Paulien Cornelisse in haar rubriek ‘In 150 woorden’ en Sylvia Witteman in haar rubriek ‘Witteman heeft iets gelezen‘ aandacht aan de door Gerard Reve geschreven klassieker De avonden.

Dat is geen toeval: vanaf vandaag (22 december 2019) kun je, zoals Paulien Cornelisse het noemt, De avonden real time meelezen: het ‘winterverhaal’ begint ‘in de vroege morgen van de twee en twintigste December 1946 in onze stad’ en eindigt daar ook, op Oudejaarsavond.

Dit bracht mij op het idee het debuut van Reve weer eens ter hand te nemen. Het was tenslotte al heel wat jaren geleden dat ik het voor de eerste keer had gelezen. In tegenstelling tot die van Lieve jongens bekwam de tweede lezing van De avonden mij wél goed. Ik zal dit even toelichten.

Twee jaar geleden was ik bezig met de voorbereiding van een lezing over mijn ontmoetingen die ik had met de Grote Volksschrijver en de brieven die ik van hem had mogen ontvangen.

Voor die lezing herlas ik Lieve jongens. Met dat boek (mij destijds ter hand gesteld door mijn Grote Broer onder de gedenkwaardige woorden: ‘Het gaat over flikkers, maar het is prachtig’) was tenslotte mijn inwijding in het oeuvre van Reve begonnen.

Maar, o, o, wat was mij die hernieuwde kennismaking met die liefdesroman uit 1973 tegengevallen! Van de magie en de glans van de eerste lezing (uit 1983) was hoegenaamd niets overgebleven. Ik vond Lieve jongens, bij nadere beschouwing (dus in 2017), eerlijk gezegd maar ‘geoudehoer’, om het in Reve’s eigen terminologie te zeggen.

Nee, dan De avonden. Ik ben het gistermiddag gaan lezen en heb het vanavond al uitgelezen.

Net als tijdens mijn maiden read trof mij de verpletterende wanhoop en het volledig vastzitten van de hoofdpersoon, Frits van Egters. Een hoop geoudehoer en (morbide) grappen moeten deze treurnis maskeren, maar dat lukt maar ten dele. En dat alles is heel sober en trefzeker opgeschreven.

Dus, beste lezers van mijn weblog (zo die er – nog – zijn…) : pak dit prachtboek van Reve tijdens deze miezerige, donkere dagen voor Kerst, lees het liefst in één adem uit en laat je daarbij niet weerhouden door de mening van Nescio (die dat overigens nooit echt gezegd schijnt te hebben):

Literatuur

Gevraagd naar zijn opinie
over het jongste prachtboek ‘De Avonden’
zeide eens de oude schrijver Nescio:
‘Dat boek? Dat is geen boek: dat is een onboek.’
‘Toch pakte het je wel aan, Pappie’,
wierp zijn vrouw hem tegen.
‘Dat is zo’, gaf hij toe. ‘Net als de cholera.’

© Gerard Reve 1973

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *