
Eergisteren (11 oktober 2026) vond de 39e editie van de 4 Mijl in Groningen plaats. En ik was er weer bij. Na 2019 doe ik dat overigens met verminderd enthousiasme: in dat jaar liep ik de 6437 meter nog net binnen het half uur (29:52), maar toen kwam corona, waardoor de editie van 2020 van de 4 Mijl niet doorging. En het jaar daarop (2021, dus) liep ik de 6437 meter ineens ruim twee minuten langzamer. Zonder aanwijsbare oorzaak.
Nou zullen jullie zeggen: ‘Er was wel een aanwijsbare oorzaak: dat je ineens minuten langzamer liep, kwam in 2021 natuurlijk door de coronakilo’s‘. Immers, tijdens de coronacrisis zaten we met ons allen aan huis gekluisterd; we moesten thuiswerken, sportclubs waren gesloten en de koekjes- en snoeptrommel lachte je de hele dag toe.’ Maar nee, dat was het in de coronaperiode niet bij mij; ik liep in die tijd een paar keer per week hard en ik begon lange stadswandelingen te maken, dus ik werd toen niet ineens zwaarder en trager.
Feit is dat het me sinds 2021 niet meer gelukt is om de 4 Mijl onder de dertig minuten te lopen en dat knaagde aan mij. Waar waren de tijden gebleven dat ik de 4 Mijl in ‘zevenentwintigers’ liep? Où sont les neiges d’antan, waar is de sneeuw van vroeger gebleven? De beroemde dichter François Villon stelde zich die retorische vraag al in 1461, om uitdrukking te geven aan het voorbijgaande karakter van het leven. In 2024 liep ik de 4 Mijl in 34.35 (en dat was mijn minst snelle tijd ooit) en vorig jaar in 33.34.
Dit jaar overwoog ik na deze editie dan maar te stoppen: beter gingen mijn looptijden niet meer worden de komende jaren – eerder slechter – en wilde ik wel getuige zijn van mijn eigen conditionele aftakeling? Maar dat was toch wat al te dramatisch gesteld.
En op de dag zelf (11 oktober 2026, dus) werd ik toch weer meegezogen door de hele reuring rondom de 4 Mijl. Het aparte van dit loopevenement is dat het nergens om gaat, maar dat het toch ergens om lijkt te gaan.
En als je zoon dan met je naar de start wil lopen en als je in de verte de dweilorkesten hoort spelen, dan lijkt het ineens geen goed idee meer om het leukste loopevenement van Groningen de rug toe te keren. Dus begaf ik mij tussen de ijzeren hekken, om in Wave 13 naar het beginpunt van de recreantenloop te lopen, met de vaste overtuiging dat ik er ook in 2027 weer bij zou zijn (maar dat weet je natuurlijk nooit; het kan zo maar zijn dat Magere Hein je pootje licht, waardoor je nooit meer zult kunnen lopen).
’s Morgens had het nog gehoosd, maar het weer tijdens de race hield zich wonderbaarlijk goed, dus daaraan kan het niet gelegen hebben dat ik zo langzaam liep… Nee, we moeten de werkelijkheid maar onder ogen zien: ik ben nu 63, dus de jaren gaan tellen. ‘Tempus edax rerum’, de tijd is de knager aan alle dingen, schreef Ovidius al in zijn Metamorfosen.
Maar goed, meer dan voorgaande jaren had ik er (min of meer) vrede mee: oké, mijn eindtijd was niet denderend, maar moest ik niet gewoon dik tevreden zijn dat ik de 4 Mijl überhaupt nog kon lopen? En dat ik dan ook nog samen met mijn zoon de gang naar de start en de gang vanaf de finish naar het nazitcafé (traditioneel de Ugly Duck) kon maken? Dat was toch fantastisch?
Ik ben streng voor mijzelf, dus ik ga niet zeggen dat 34.22 een geweldige tijd is voor een 4 Mijl, maar onder druk van mijn omgeving, die zich uitte in termen van ‘Voor een vent van 63 moet je met zo’n tijd toch dik tevreden zijn?’ en ‘34.22, dat is toch hartstikke goed?’ ben ik dan bereid schoorvoetend toe te geven dat mijn eindtijd op de 4 Mijl voor een zestigplusser ‘redelijk’ was. Maar niet meer dan dat.
Dit gezegd hebbende: volgend jaar is de 40e editie van het loopevenement en reken maar dat ik daar bij wil zijn!