De dag dat het altijd zomer was

De zon zet aan een kuur van mildheid te ondergaan in het wijkgroen waar jong en oud door elkaar lopen. Een meisje dat gelukkig nog niet beseft hoe moeizaam jeugdig zijn later zal gaan pakt de pet af van een politieman. Hij spreekt haar aan laat schutterig zijn gezag afzetten…

Lees verder

Eindmusical

Jongens en meisjes van groep acht jullie hebben torenhoog voor ons gezongen. Nog eenmaal bijeen gekomen op een podium dat jullie nog maar net kan bergen. Tussen het handengeklap van onze staande ovatie houden we jullie nog even vast. Jongens en meisjes van groep acht houdt de weemoed nog even…

Lees verder

Afrekening

Ik stap La Grâce binnen en zie hem zitten verzakt en verzopen. Als ik hem aanspreek neemt Matroos Vos zorgzaam het boek dat hij las uit zijn handen, behoedzaam zoals een zuster bij een geesteszieke. Ik vraag of hij een paar minuten voor mij heeft. Maar hij houdt geen audiëntie…

Lees verder

Eindexamen

Fier rechtop meldt ze haar vriendin: ‘k Heb een her.’ Een her… Ik wou dat ik een her kreeg. Nou ja, ik ‘her’ ook: Herzie oude meningen herhaal verschaalde grappen herroep oude beweringen herkauw oude stof. Nee, dan zij: Haar zal alles lukken als ze maar blijft geloven in haar…

Lees verder

Verstandhouding

‘Geloof jij nog in de taal?’ vroeg ik haar. Ze antwoordde niet keek me glimlachend aan knikte en bleef zwijgen. © André Degen

Lees verder

Levensmoed

Als zelfs moeders moeten sterven vind ik het leven definitief niet meer leuk. Ik vond er al nooit veel aan maar mijn moeder praatte mij er altijd weer doorheen. Zij hield mijn hart aan de praat wees de kruiden aan die voor mij het beste waren. Nu zij er niet…

Lees verder

Afwegen

In de dorpssupermarkt zie ik haar staan en zie haar appels wegen, peren, bananen; maar komt ze zo wel toe aan het balansen van haar leven, haar geluk, haar kansen? Ze staart van de kassa, met heiige blik naar buiten. Op het klankbord toonloos getik speelt ze voor degene die…

Lees verder

Treeske

Geruisloos van de liefde afgedreven stoot ik tegen haar naam. Ik moest haar lichaam uit handen geven haar laten lopen het schoolplein af. Buiten mij is ze grijs geworden. Ik houd haar vast in kastanjebruin. In het verlengde van de laatste wegwijzer hadden wij de vrije taal moeten opzoeken. Als…

Lees verder

Aanstoot

De wijn, je trouwste vriendin, had je tuitmond paars geverfd als voor een slotfeest (je trouwste vriendin, ja: niet onze naam maar die van bordeaux zou op je lippen liggen als jouw lucht op de bodem van de duikersklok opgebruikt was). Wij vielen binnen vonden jou aan de keukentafel weggeschemerd,…

Lees verder

Nog moeder

Zij die vroeger de muizenissen uit mijn haren streek heeft nu zelf geen haren meer. Haar bestaan is af gaan hangen van het gif dat een ruilleven druppelsgewijs toelaat. Als parasieten dringen slangetjes haar lichaam binnen. Ik vertel haar over haar geliefde kleinzoon. Bij de derde zin valt ze in…

Lees verder