‘Just call me Coop’

Niet direct een citaat dat je zou toeschrijven aan een voormalige shockrocker die in zijn toptijd op het podium zijn eigen dood onder een guillotine ensceneerde, een ode bracht aan de necrofilie (‘I love the dead’) en een obscene act opvoerde met een boa constrictor

Dit weekend (6/7 maart 2021) het bekende ritueel: opstaan, koffie drinken, klassieke muziek die past bij een zondagochtendstemming (de zevende symfonie van Dvorák) en dan de zaterdageditie van De Volkskrant erbij, om die op mijn gemak uit te pluizen.

In de rubriek ‘Onze gids dit weekeinde’ in het Volkskrant-magazine, waarin bekendheden uit de showbizz worden geïnterviewd en vertellen over hun voorkeuren op allerlei kunstgebieden, verschijnt ditmaal een oude bekende ten tonele: Alice Cooper!

Alice Cooper is zogezegd een jeugdliefde van mij: al vanaf mijn negende ‘kwam hij in mijn leven’, in de vorm van het album Billion Dollar Babies uit 1973 (ja, dit is echt ‘Opa vertelt’!:-)

Met dat album is trouwens wat vreemds aan de hand: normaliter neem je gaandeweg je jaren naar de volwassenheid afstand van je pubervoorkeuren op film-, boeken- en muziekgebied.

Zo begon de popmuziek voor mij met Slade, The Sweet, Suzie Quattro en Middle of the Road. En Alice Cooper. Van de eerstgenoemde vier groepen wendde ik mij af toen ik de puberteit bereikte. Als ik hun muziek nu weer eens hoor, vind ik die nog steeds te pruimen, maar ik word er niet enthousiast meer van. Maar Billion Dollar Babies is een van mijn favoriete albums aller tijden gebleven. Jawel.

De vroege Alice Cooper vind ik sowieso geweldig. Het gekke was dat ik hem na de (vroege) jaren zeventig eigenlijk geruisloos uit het oog (en oor) verloor; voor mijn gevoel kwam hij pas na een lange afwezigheid uit de bekendheid terug met How you gonna see me now.

Maar die lengte van die absentie (die alleen door mij zo beleefd werd, want Alice ging gewoon door met albums maken en optreden) valt best mee, want op Wikipedia lees ik dat het nummer over Coopers worsteling met Koning Alcohol is uitgebracht in 1978.

Ik heb dat nummer nooit kunnen uitstaan. Het was voor mij ineens of Alice Cooper ontmand was, zijn ballen had verloren. Ik vond de muziek middle of the road en van het agressief-scherpe van Alice’s stem van bijvoorbeeld Elected, Generation Landslide, I love the dead en School’s out was niks meer over.

Schat, hoe kijk je nu tegen me aan, vind je me nog wel leuk nu ik niet meer permanent dronken ben?’, kom op zeg, dat zijn toch geen rock & roll-teksten? Dit was niet de Alice Cooper voor wie ik in de vroege jaren zeventig was gevallen.

Maar goed dat ik in die tijd niet te weten kwam dat Alice Cooper een kerkelijk meelevende christen is, want dan was zijn imago van choquerende horrorrocker definitief in duigen gevallen…

Laten we dan nu gaan luisteren naar het titelnummer van Billion Dollar Babies. Nog steeds vind ik het gitaargeluid prachtig (en niet gedateerd), de scherpe stem Van Alice contrasteert fraai met de lieflijke stem van Donovan en de beukende drums van Neal Smith zijn ook al een lust voor het oor.

Op Wikipedia staat niet voor niks: De drumpartij van Neal Smith op het titelnummer van Billion Dollar Babies wordt beschouwd als een van de meest originele en dynamische onder muzikanten en fans van de band.’ En daar kan ik het wel mee eens zijn.

(O ja, de titel van deze weblogbijdrage is een citaat van Alice zelf. Zo stelde hij zich voor aan Pablo Cabenda (‘Zeg maar Coop, dat doet iedereen.’), een freelance-journalist)

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *