Reve, was dat niet die man van die vrolijke verhalen?


Vandaag (15 december 2018) nog even een verlaat eerbetoon aan de Grote Volksschrijver Gerard Reve, die gisteren zijn 95e verjaardag zou hebben gevierd, als hij niet op 82-jarige leeftijd door meneer Alzheimer aan de hand was genomen en het land van vergetelheid was binnengevoerd.

Op deze zaterdag wijdt Reve-liefhebster (ik doe niet aan sekseneutrale flauwekul) Sylvia Witteman haar vaste rubriek op zaterdag Sylvia Witteman heeft iets gelezen aan de verhalenbundel Tien vrolijke verhalen van Reve, een vreemde eend in de bijt in zijn oeuvre.

Sylvia pikt er een paar verhalen uit, die qua sfeer nogal ver uit elkaar liggen. Allereerst is daar Een lezing op het land, waarin Reve op hilarische wijze verslag doet van twee voorleessessies ‘in een middelgrote provinciestad’. Op de eerste avond slaat de ik-figuur zich nog manmoedig (en nuchter) door de voordracht heen – overigens zonder enige respons van zowel organisator van de avond als het publiek te ontvangen.

Op de tweede avond heeft de ik-persoon zich danig ingedronken: ‘ Een onbekrompen schenken nam een aanvang (…) Ik was diep in gedachten en dronk, zonder op het aantal vullingen te letten, peinzend voort (…) Op het laatst dronk ik, om verspilling te voorkomen, elk glas dat binnen het bereik van mijn hand stond leeg, en hield pas hiermee op, toen ik mkijn arm niet meer nauwkeurig in de door mij gewenste richting kon sturen.’ Nou, dan weet je het wel.

Die lezing wordt dus niks. De ik-persoon kan zijn blik maar ternauwernood scherp stellen en slaat nietszeggende zinnen uit. De lezing wordt voortijdig afgebroken en een vragenstelster zegt ter plekke haar lidmaatschap van het culturele genootschap op waarvoor de lezing georganiseerd was. Waarna het gezelschap, ‘ tot zijn kern teruggebracht’, zich weer begon te laven ‘aan de vertrouwde jenever’ .

Lof der scheepvaart heeft een heel andere sfeer. We zijn hier in het vertrouwde Reve-universum. Het is ‘stormachtig regenweer’ en de ik-persoon voelt zich onwelkom, slecht op zijn gemak in een hem vijandige omgeving.

Hij zit op een klein scheepje dat wordt bevolkt door lelijke mensen met wie hij geen enkele verwantschap voelt. Om hen te ontvluchten en hun niet tot last te zijn, trekt hij zich maar terug in zijn kajuit en blijft roerloos zitten in dadenloze bespiegeling

Zoals zo vaak gebeurt met zijn hoofdpersonen, wordt ook de protagonist van Lof der scheepvaart bestormd door kwellende, ‘onnutte gedachten’, ‘ een werveling van aan flarden getrokken herinneringen’. Kijk, zo kennen we Reve weer!

Ook interessant is het door Reve zelf gefingeerde vraaggesprek aan het begin van de bundel. Daarin betoogt hij (en later in zijn schrijverscarrière zal hij daar nog vaker op terugkomen) dat je de werkelijkheid nooit één-op-één kunt overnemen: ‘…een schrijver die de werkelijkheid zou beschrijven, zou iets hoogst onwaarschijnlijks en ongeloofwaardigs te voorschijn brengen.’

Ikzelf heb daar in mijn eigen leven vele frappante voorbeelden van. Het is echt gebeurd maar in een verhaal volkomen onbruikbaar, omdat de lezer verachtelijk zou snuiven: ‘ Ja, ja, het zal wel.’

Zo heb ik lang geleden iemand gekend – we noemen hem J.Z. – die een vriendin had die ‘ Mar’  werd genoemd, maar die Margrit  of Marja zal hebben geheten. Op een dag ging. J… vreemd met een vrouw. En weten jullie hoe die vreemde vrouw heette? Juist, Dagmar. Grappig, nietwaar, en echt gebeurd, maar in een verhaal of boek heb je er niets aan.

Toch valt het me elke keer weer op dat lezers (en soms ook schrijfbroeders en -zusters) willen weten ‘of dat of dat echt zo gebeurd is’. Als ik zo’ n vraag krijg, zucht ik onhoorbaar even en houd mijn gezicht in de plooi. Meestal kijk ik de vragensteller of -stelster aan met een mysterieuze glimlach en zeg iets in de trant van ‘dat laat ik aan de verbeelding over’  (wat mij sowieso het beste antwoord lijkt) of  ‘wat denk je?’  In het overgrote deel van de gevallen lacht de vragensteller dan samenzweerderig met mij mee. En daarmee is de kous gelukkig af.

Ikzelf sta op het standpunt dat het volkomen onbelangrijk is of iets wat ik in mijn romans of verhalen beschrijf waargebeurd is. Veel belangwekkender is het om te kijken of ik het zo goed beschreven heb dat mensen dat gaan denken. Een goede schrijver, zo begin ik steeds meer te geloven, onderscheidt zich juist door het feit dat de passages die hij volledig verzonnen heeft net zo goed zijn – en misschien zelfs beter – als de autobiografische. Maar daarover zal ik het een andere keer nog wel eens uitgebreider hebben.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *