Op bezoek bij de Hare Krishna

‘En maar roepen van ‘Hare, hare’, terwijl ze toch haast alles afgeschoren hebben.’ (Gerard Reve)

Eergistermiddag (28 maart 2021) was er op NPO 2 een programma, Iedereen verlicht (waar ik trouwens niet naar gekeken heb). Daarin werd historisch archiefmateriaal vertoond van twee Oosterse goeroes die aan het hoofd stonden van twee spirituele bewegingen die het in het Westen helemaal hebben gemaakt: de Maharishi Mahesh Yogi van de Bhagwan-beweging en Srila Prabhupada, de grondlegger van de Hare Krishna-beweging.

Toen ik die laatstgenoemde founding father in de VPRO-gids zag, herkende ik hem meteen: ik had die man, een mensenleven geleden (in 1980), in een blad gezien waarvan, tot mijn niet geringe verbazing, de voorkant na al die jaren nog steeds hetzelfde is.

We schrijven het jaar 1980. Thatcher was net aan de macht, door haar privitiseringsprojecten van inefficiënte staatsbedrijven liep de werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk gestaag op, Joy Division zond zijn donkere tonen de wereld in en ik was zeventien en had het hele leven nog voor mij. Mijn broer had net een weekendbaantje bij een zelfbedieningstankstation gekregen en met zijn eerstverdiende geld wilde hij mij een week meenemen naar Londen. Wie zou daar geen ‘ja’ tegen zeggen?

Twee jongeheren in een wereldstad, Swinging London nog wel, dat voert automatisch tot een uitbundige levensstijl: hoewel ik dus de aanvallige leeftijd van zeventien lentes had en volgens de Engelse wet nog geen alcoholische dranken tot mij mocht nemen, dronk ik in die week meer dan goed was voor mijn volop in de groei zijnde hersenen.

Maar goed, ‘wij wisten nog niet dat het slecht was’ (gelul natuurlijk, maar het is de bekende smoes waarachter oudere generaties zich graag verschuilen als ze zeggen dat ook zij zich in hun jeugd overgaven aan roken, drinken en andere ongezonde zaken).

Na een week door Londen zwalken was het geld van Grote Broer wel zo’n beetje op en we waren dan ook blij dat we in een pub een soort visitekaartje vonden van de ‘International Society for Krishna Consciousness’. Deze was gevestigd in Soho Street. ‘Come to a short informal talk and sumptuous vegetarian meal served free of charge’ stond er als lokkertje op. En dat werkte. Mijn broer en ik gingen naar die Krishna-tempel voor die gratis maaltijd.

Ach, wisten wij veel hoe de wereld in elkaar stak? Het door Liza Minelli in Cabaret gezongen ‘Money makes the world go around‘ kenden we nog niet als oerwet die deze aardkloot regeert. Dat niks voor niks is in dit ondermaanse, daar stonden we nog niet bij stil.

Bij het begrip ‘tempel’ stel je je toch een grote ruimte voor, in ieder geval niet het kleine, lage vertrek op de eerste verdieping waar Grote Broer en ik verzeild raakten. Toen wij daar, samen met andere gelokten, waren neergeploft, in kleermakerszit (een houding waar ik al mijn leven lang een hekel aan heb), kwamen er enkele sannyasins de ruimte binnen en begonnen een mantra te zingen (‘Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare/Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare’), waarbij ze zichzelf begeleidden op een soort handorgeltje, een koebel en nog een instrument dat ik vergeten ben.

Daarna kregen we een preek (of hoe heet zoiets bij de Hare Krishna-beweging?) waarin de ‘scientists’ in deze wereld er nogal van langs kregen, omdat ze dachten dat ze het leven konden doorgronden en dat was uiteraard hovaardig in de ogen van Bhagwan-aanhangers.

Na dit praatje konden we naar een ander zaaltje gaan, voor de beloofde vegetarische maaltijd. Aangezien sannyasins moeten leven op een dieet waaruit alcohol, koffie en thee verbannen zijn, werd het (helaas) geen overvloedig besprenkeld etentje.

Na afloop van die gratis ‘vegetarian meal’ voelden Grote Broer en ik ons verplicht nog even te blijven voor die ‘short informal talk’ en als blijk van dank kocht ik het blad ‘Back to Godhead‘. Ik liet ook nog ons toenmalige adres achter (ons ouderlijk huis in het landelijke T…), omdat daarom gevraagd werd.

Toen mijn moeder bij onze thuiskomst hoorde dat ik dat gedaan had, was ze not amused; zo kon de sekte je altijd traceren en wie weet wat ze van plan waren. Nou bleek dat niet zo’n vaart te lopen, maar latere berichtgeving zou haar gelijk geven in haar achterdochtige houding: vele jaren daarna zou ik namelijk lezen dat er in de Hare Krishna-beweging ook wat minder spiritueler zaken waren voorgevallen. En er waren nog andere schandalen.

Het scheelt dat ik in mijn jeugd (en ook daarna) nooit de geringste aanvechting heb gehad om me aan te sluiten bij een sekte of welke groepering dan ook en er is nooit een sannyasin bij ons langs geweest. Godzijdank.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *