De kunst van het verleiden

l'art de la seduction

Vandaag (6 augustus 2015) een vakantiegerelateerd, luchtig itempje om er weer even in te komen na het zomerreces (ik heb het vaker gezegd: het is handiger achteraf te melden dat je weer geregistreerd bent op je non-digitale domein dan dat je vooraf luid en duidelijk aankondigt dat je een paar weken in het buitenland zit).

Het gaat over de gave van de Fransen alles mooier te maken dan het is. Volkskrant-correspondent Ariejan Korteweg, die zes jaar in Parijs heeft gewoond en alle uithoeken van L’Hexagone heeft gezien, schrijft er in zijn artikel De kunst van het versieren in De Volkskrant van vandaag over. Hij noemt als voorbeeld de banketbakker (de ‘maître pâtissier’) die in het meest afgelegen dorpje nog zorgt voor een aantrekkelijke taartjesetalage. Of de bloemist die met vier, vijf bloemen een prachtig boeket kan maken.

Om te vervolgen met: ‘Van die behoefte om te versieren is ook het dagelijkse leven doortrokken. De hele dag door worden handen geschud, bises (kusjes – AD -) gegeven, klopjes uitgedeeld.

Daarvan heb ik deze zomer weer getuige mogen zijn. Een deel van mijn vakantie heb ik doorgebracht in het zuiden van la douce France. Ook op de camping waar ik zat veel gezoen en schouderklopjes.En clichés. Want, zo betoogt Korteweg, het verbale is voor Fransen nog belangrijker dan het fysieke.

Taal is voor Fransen immers – in tegenstelling tot de Nederlanders die geen gelegenheid onbenut laten om hun eigen taal te verloochenen – een serieuze zaak. De Michel Houellebecq (van wie ik deze vakantie zijn meest recente roman Soumission (in Nederland verschenen onder de titel Onderworpen) heb uitgelezen waarover een andere keer wellicht meer) gaf als antwoord in een interview met de Figaro, toen hem gevraagd werd wat hem het meest beviel aan zijn land:’ ‘Allereerst is dat de taal, het grootste succes van dit land.’

Daar kan ik wel inkomen. Elke keer als ik de taal der Zeshoekelingen hoor, begint er iets in mij prettig te vibreren. Dat had ik deze vakantie ook weer meerdere malen. Op een gegeven moment begonnen al die holle clichés (‘Ça va?’ ‘On a encore le beau temps!’ ‘Merci, c’est gentil!’) mij wel de neus uit te komen en ik zei tegen mijn vrouw, toen ik de beheerders van de camping weer aardigheden hoorde uitkirren tegen nieuwe bezoekers: ‘Wat vreselijk! Het zal je werk zijn, de hele dag die oppervlakkige praat te moeten aanhoren en zelf uit te moeten slaan.’

Maar dat kan ook de kif geweest zijn, want wij stonden op het punt van vertrekken en die campingbeheerders gingen nog een volle, zonnige maand tegemoet in een van de mooiste landschappen van Frankrijk (vlakbij de Alpes de Haute Provence)…

(Voor degenen die dit gedweep met Frankrijk wat teveel wordt is hier een bijtend lied over de Fransen… nota bene van een Fransman)

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.