Dat malle ding van bobbistiek

Met deze voorkant heb ik het eerste van Leonie Kooiker uitgegeven boek ‘Het malle ding van bobbistiek’ dat een Gouden Griffel kreeg leren kennen.

Vandaag (10 mei 2020, hé, Moederdag! Maar daar gaat het nu niet over.) lees ik dit artikel in de boekenbijlage van de weekendeditie van De Volkskrant.

Ach, dacht ik, Leonie Kooiker dood. 92 is ze geworden. ‘Geen sneue dooie’ zouden mijn ouders gezegd hebben (maar die zijn nu zelf dood en zijn zeker niet zo oud geworden. Zij waren zeker wél ‘sneue dooien’. Maar dit terzijde).

Kooiker heeft veel meer geschreven, maar voor mij is ze schrijfster van dat ene, prachtige jeugdboek waaraan ik ettelijke prettige leesuurtjes heb beleefd: Het malle ding van bobbistiek.

Van de inhoud kan ik me weinig meer herinneren en ik kan het ook niet nakijken, want het exemplaar dat mijn ouders ooit hadden is verzwolgen in ‘De Zondvloed van 2000’, dus ik kon het niet meenemen uit hun nalatenschap.

Dit behoeft enige toelichting: eind 2000 begaf mijn vader zich naar de vliering van zijn huis, om de verwarmingsketel bij te vullen. Hij deed dit, omdat mijn moeder en hij meteen daarna enkele dagen weg zouden gaan.

Wat er daarboven gebeurd is, hebben de andere leden van het gezin Degen nooit geweten (was er door zijn stunteligheid een slangetje losgeschoten, had hij een kraantje opengedraaid dat dicht had moeten blijven?) maar, hoe dan ook, nadat mijn ouders van hun korte vakantie terugkwamen, stond hun huis blank: het water droop uit het plafond, het liep uit de stopcontacten en het zicht door de ramen was vaag en vervormd door de stralen vocht die erlangs liepen.

Dat was voor mijn ouders niet minder dan een ramp: de houten vloer was bedorven, het behang was doorweekt, liet op sommige plaatsen los en het meubilair was ook integraal naar z’n grootje.

Ook het gros der boeken van mijn vader was door die door hemzelf in gang gezette zondvloed onherstelbaar beschadigd geraakt. Achteraf heb ik me wel eens afgevraagd of reeds toen niet zijn dementie c.q. alzheimer de kop begon op te steken. Hij was ten tijde van dat onheil 65…

En zo gaat het toch weer over mijn vader, terwijl ik dat eigenlijk niet van plan was. Daarom schakelen we nu snel terug naar Leonie Kooiker en haar Gouden Griffel-winnende boek uit 1970.

We hadden het over de inhoud van Het malle ding van bobbistiek en dat ik me daar weinig van kon herinneren. ‘Bobbie vindt een nieuw soort materiaal uit: bobbistiek. Het is zo hard als staal, maar het is tegelijk heel erg licht’ lezen we op de Wikipedia-pagina over het boek.

Hard als staal? Wat mij na al die jaren bij staat is dat ‘bobbistiek’ (prachtige, lekker bekkende benaming trouwens) juist buigzaam was, een soort Silly Putty, want Bobbie en zijn broertje (dat jongetje was bij mij door de zeef van het geheugen gevallen) konden er juist daarom een eivormig soort helikopter van maken.

Bobbie en zijn broertje Albert ‘beleven een reeks avonturen en ontmoeten een wonderlijk, oud mannetje in een boom’. Ik herinner me nog dat Bobbie en Albert bij dat vreemde kereltje koeken gepresenteerd krijgen die waren gemaakt van gestampte kevertjes. Als jongen van zeven, acht dacht ik al: jullie liever dan ik.

Ik loop regelmatig even bij de kringloopwinkels van Mamamini binnen. Die zijn nu helaas gesloten vanwege de coronacrisis, maar als ze weer open gaan, zal ik ze afstropen op zoek naar Het malle ding van bobbistiek, want dit boek uit mijn vroege jeugd wil ik graag nog eens herlezen. Eén autistisch trekje moet men mij daarbij vergeven: als ik het boek koop, moet het dezelfde voorkant hebben als die boven aan deze weblogbijdrage staat…

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *