Afwachten

Ik kom mijn huis niet meer uit. Alle ellende is immers buiten te sluiten door in je kamer te blijven en je niet te verroeren. Boodschappen worden aan de deur afgeleverd. De gordijnen blijven dicht. Ik verneem uit de kranten dat het zeer zonnig weer is. De brievenbus is mijn periscoop. Mijn telefoon is dood. Rust. De medewerker van een telefoniebedrijf die per ongeluk met zijn schop op de telefoonkabel stootte, stuitte zonder het te beseffen op een goudader. Ik wacht op de brief die niet komt. Een brief is een venster waarbij je alleen van buiten naar binnen kunt kijken.
De stad is een bijenkorf, waarin de heerlijke honing diep weggeborgen ligt. Die kun je er niet zonder gevaar voor eigen leven uit halen. Het gezoem in mijn oren is eindelijk opgehouden. Ik heb alle ramen dichtgedaan. Er kunnen geen enge beesten of virussen naar binnen komen. Ik hoor de verre branding, maar de golven zijn al stukgeslagen, voor ze mijn muren bereiken.
Ik kijk naar het projectiescherm boven mij en laat de film afdraaien die ik wil. Keer op keer.

Als ze mijn huis maar voorbijlopen, als ze maar niet op de bel drukken, want dat is de knop waarmee je het fatale mechanisme in werking zet…

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.