
Een paar dagen geleden stond het al op Geen Stijl, maar vandaag (25 september 2026) kwam ik het bericht ook tegen in de mainstreammedia: een Britse toeriste klaagt, samen met haar dochter, over de kwaliteit ven de prijs van een aardbeiensmoothie en de limonade in de horeca bij Auschwitz…
Dat je zo zit te jeremiëren op een plek waar talloze joden een moord zouden hebben gedaan voor zo’n drankje, is al een gotspe (om het toepasselijk met een Jiddisch woord te zeggen), maar om dat verwende gezever ook nog via TikTok met de wereld te delen, is helemaal alle schaamte voorbij. Ik kan daarom enig leedvermaak niet onderdrukken dat deze ouwe zemel de woede van tout internet over zich heen kreeg.
‘De video is vier miljoen keer bekeken en kon online op geen enkele genade rekenen’, aldus het artikel in het AD. Nee, dat krijg je ervan, dacht ik, als je alles uit je oninteressante leventje met jan en alleman wilt delen, dan krijg je bepaalde zaken als een boemerang terug in je gezicht.
Het vreemde is dat Lynne, die op het internet opereert onder de nogal obscure alias ‘FreeSpirit666’, van een bepaalde leeftijd is; je verwacht zo’n domme klacht eerder van een piepjonge, verwende influencer die geen flauw benul heeft van wat er in de Tweede Wereldoorlog met de joden is gebeurd.
Uiteraard moest ik bij het lezen van dit bericht ook terugdenken aan mijn eigen bezoek aan het voormalige concentratiekamp dat nu is ingericht als herdenkingsplaats, ‘opdat wij nooit vergeten’ en als ‘Nie wieder’.
Ja, ja, nooit weer; als je ziet op wat voor haat joden momenteel in de hele wereld stuiten, dan geloof ik helemaal niet in ‘nie wieder’. Ik denk dat de mensheid stompzinnig en wreed genoeg is om de Holocaust gewoon nog een keer te laten gebeuren. Maar dat is iets voor een andere weblogbijdrage.
Omdat er veel mensen waren die Auschwitz wilden bezoeken, waren er tijdsloten: het onze ging in om 12.40 u. In de tussentijd gingen we de plexiglazen plaquettes in de buurt van de entree bekijken en de getuigenissen lezen die daarop waren aangebracht.
Ze waren allemaal aangrijpend, maar een daarvan was dat in het bijzonder: het verhaal van Rabbi Nissan Mangel. Hij vertelde dat hij een keer met kampgenoten langs een galg liep waar een dode jongen hing te bungelen. Een man riep toen: ‘Waar ben je, God?’ Een andere man antwoordde hem: ‘Weet je waar God is? Daar, bij die jongen aan de galg. Dáár is Hij.’
De man die in wanhoop had geroepen kon, aldus de rabbi, wat hij zag niet verenigen met het idee van een goedertieren God. Maar de vader van de rabbi hield zijn zoon voor dat vuur dingen harder kan maken maar ze ook kan doen smelten. Zijn geloof, zo besluit de rabbi, werd die dag sterker (zie hieronder).

Ik las meer van die getuigenissen van mensen die steun vonden in het geloof. En wie ben ik om daar iets van te zeggen? Mensen in zo’n verschrikkelijk ellendige situatie klampten zich wanhopig vast aan allerlei dingen en als je kracht en troost in het geloof vond in die zwarte hel, dan was dat natuurlijk alleen maar mooi.
Maar ik kan het mezelf niet voorstellen. Ik ben niet gelovig en als ik het wel zou zijn, zou ik me waarschijnlijk afvragen hoe het in godsnaam (no pun intended) mogelijk was dat die goedertieren God – Die toch almachtig was – deze afgrijselijke toestanden gewoon had toegelaten, niet had ingegrepen. Hij had geen vinger uitgestoken, toen op treinperrons kleine kinderen ruw van hun ouders werden gescheiden en hen nooit meer terug zouden zien – voordat ze zelf de dood in werden gejaagd.
Dat is voor mij al reden genoeg om nooit gelovig te kunnen worden. Waarom laat God (als Hij bestaat) wrede dictators met gemak hoogbejaard worden, terwijl Hij onschuldige kinderen laat vermoorden? Een God in Wiens wereld dát mogelijk is, Die hoef ik niet. Het is mij überhaupt een raadsel hoe mensen na Auschwitz nog kunnen geloven in een God die Liefde is.
Voordat we het gebouw van Auschwitz I mochten betreden, moesten we onze rugzakjes afgeven in een depot. Wat daarna gebeurde leek een wrange, misplaatste grap in deze omgeving: na de ingang werden de rijen gescheiden en iedereen moest onder een desinfectie-sproei-douche doorlopen. Sylvia Witteman zou in zo’n geval zeggen: ‘Ik verzin dit niet.’ Ik kon bijna niet geloven dat dit serieus was. Het leek een soort flauwe afspiegeling van het vernederende ontsmettingsritueel dat de joden bij binnenkomst in Auschwitz I hadden moeten ondergaan.
Op het terrein van Auschwitz-Birkenau (‘Auschwitz II’) moest ik denken aan het door Armando gemunte begrip ‘schuldig landschap’ dat iedereen in Nederland maar braaf overneemt (want ja, het is wel de grote Armando die de term bedacht heeft!), als we het hebben over het terrein van bijvoorbeeld Buchenwald, Dachau of Auschwitz. Maar ik vind die term eigenlijk hoogst onsympathiek. Hoe kan de natuur nou schuld dragen voor wandaden die de mens heeft gepleegd? Nee zeg, weg met die kreet! Vandaar dat ik, als tegengeluid, het gedicht ‘Onschuldig landschap’ heb geschreven:
Onschuldig landschap
De bomen hebben het aanschouwd
en zijn dus schuldig?
Omdat ze
gewoon maar doorgroeiden?
Omdat hun enige commentaar is:
bladergeruis?
Is een boom schuldig
omdat hij zijn lichaam
moet geven voor
galgen en guillotines
spoorbielzen
die treinen
over zich heen
laten lopen
en mensen
helpen wegvoeren
naar het eindstation?
De bomen hebben
het gegil van gevangenen
in zich opgenomen;
zij hebben die uitstoot
van wanhoop
omgezet in
groen leven.
© André Degen
Na drie uur door Auschwitz I en II was de rondleiding voorbij en ik moet eerlijk zeggen dat dat ook wel genoeg was. Het was zeer intensief en aangrijpend geweest en na drie uur was je – oneerbiedig gezegd – ook wel sufgeluld. We gingen Oświęcim (de Poolse spelling voor Auschwitz) in, het Poolse stadje dat de naamgever is van het meest sinistere concentratiekamp ooit, om op adem te komen en om wat te eten.
Op het terras van restaurant Na Rynka, in de binnenstad van Oświęcim, overpeinsde ik wat we zojuist aanschouwd hadden en hoe dat in schril contrast stond met het vredige, ja, lieflijke beeld dat de binnenstad van Oświęcim bood.
Het leven was hier tachtig jaar geleden knarsend tot stilstand gekomen; Auschwitz was een soort emotioneel en moreel Kelvin. Alle liefde, alle goedheid leek voorgoed bevroren, verdwenen.
Maar dan is de bevrijding daar en er komt echt vrede, het is niet zo dat de verdrijving van de ene dictatuur de vestiging van een nieuwe betekent. De Amerikanen, Britten en Canadezen die ons bevrijd hadden, trokken zich weer terug en in Nederland, België, Duitsland en meer Europese landen komt er democratie (goed, de Oost-Europese landen zullen eerst nog tientallen jaren zuchten onder de nieuwe dictatuur van Rusland, maar uiteindelijk krijgen ze ook daar een vorm van democratie.
En dan komt het leven weer op gang, verbazingwekkend snel eigenlijk: het Wirtschaftswunder in Duitsland vindt plaats in de ruim tien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Ik denk wel eens: met de Wet van Behoud van Energie in het achterhoofd: waar is al die zwarte, negatieve energie gebleven die in die duistere jaren veertig door Europa raasde?
Nu kon je weer bier drinken op een terras in Oświęcim, zonder de vrees te hoeven koesteren dat je elk moment opgepakt en weggevoerd kon worden. Voor de goede orde: ik had totaal niets te klagen over de drankjes van Restauracja Na Rynka…