Blog

Monroe exposed!

marilyn-monroe Marilyn Monroe

Bij een item over Marilyn Monroe veer ik altijd even op, dus kan ik vandaag (30 september 2016) mijn hart maar ophalen. Want op deze laatste dag van september lees ik dit in De Volkskrant (en als die tekst niet (langer) leesbaar is, is hier nog een link).

Toegegeven, het is niet echt brekend nieuws, maar voor de Monroe-fans onder ons (en daar reken ik mijzelf toe) is het leuk om te weten dat morgen een expositie in De Nieuwe Kerk (in Amsterdam) wordt geopend met een van de grootste collectie Monroe-parafernalia ooit.

Zo kun je gluren in de agenda van Marilyn (en dan concluderen dat ze een drukbezette en georganiseerde indruk maakte), een blik werpen in haar telefoonklapper (met het huisnummer van Frank Sinatra (disclaimer: hij neemt niet meer op als je belt)) en je vergapen aan haar krullenset (mét platinablonde haren, waardoor zelfs zulke lustontnemende haardraaiers weer wat sexy’s krijgen).

Als pièce de résistance van 90 jaar Marilyn arriveerde kort voor de opening de jurk uit The Seven Year Itch, oftewel de jurk die opwoei bij het passeren van de New Yorkse ondergrondse (een scène die elke filmliefhebber kent) en die iconisch is geworden voor de broeierige seksualiteit die Marilyn Monroe altijd uitstraalde.

Nou ben ik misschien een muggenzifter, maar als ik dan in het Volkskrant-artikel lees dat de voor aanstaande zaterdag binnengebrachte jurk een kopie is (oké, dan wel een exacte), dan kan ik mezelf niet weerhouden van de gedachte: jammer, dat is het net niet. Maar het gaat om het idee, zullen we dan maar zeggen.

Hopelijk krijgen bezoekers van de expositie, via de voorwerpen die ooit met haar lichaam in aanraking zijn geweest, iets mee van het gevoel dat filmmaker Billy Wilder uitdrukte. Hij beschreef het charisma dat The Bombshell uitoefende op alle mensen die Marilyn Monroe beroepsmatig mochten benaderen: ‘Wat iedereen die met haar werkte later ook over haar gezegd heeft, dit is wat iedereen dacht toen ze er nog was: ik ben hier met Monroe en ik mg naast haar staan. En dat was adembenemend.’

Ik heb nooit naast de Vrouw der Vrouwen mogen staan, maar ik heb wel enkele gedichten aan haar gewijd, waarvan Some like it hot hieronder er een is:

Some like it hot

Het perron was haar niemandsland
tussen veroverd gebied
en nog in te lijven.
Marilyn balanceerde
op het koord van instinct;
aan welke kant zij ook viel
een muil zou haar opvangen.
Zij danste langs de loc;
schoonheid en beest
schurkten tegen elkaar.
Voor ons werd stoom afgeblazen.
Mannenzuchten in haar bollende zeilen
dreven haar van ons
naar haar bestemming.
Zij was gezien.
Langzaam schoof het doek
over haar gezicht.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Levenslang vastgeklonken aan een bedrieger

Douwe Draaisma flyer.indd

Nog even over gisteren (21 september 2016). Ik was toen bij een mini-college van hoogleraar van de geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma. Dit liep over in een interview met Coen Verbraak die we kennen van indringende portretten van psychiaters.

Deze avond was georganiseerd door Studium Generale (een instantie die voor dit soort initiatieven niet genoeg geprezen kan worden). Het thema: de invloed van de toekomst op herinneringen.

Dat Draaisma erg geïntrigeerd is door het geheugen zie je terug in de boeken die hij schrijft: Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, Vergeetboek, Heimweefabriek , ze gaan allemaal over de werking van het (ouder wordende) geheugen. En ook zijn nieuwe boek Als mijn geheugen me niet bedriegt gaat daarover, zoals de titel al duidelijk aangeeft.

Draaisma vat zijn fascinatie voor het geheugen als volgt samen: ‘Ons geheugen is het centrum van ons bestaan. Van wat we zijn. Het staat boven al het andere. Valt je geheugen weg, dan heb je geen persoonlijkheid meer, geen intelligentie, geen waarneming. Het is het centrum van alles.’

Het geheugen mag dan het centrum van alles zijn, maar het kan je behoorlijk parten spelen. Bovendien kunnen latere beelden ‘in de herinneringen schuiven’.

Zo noemde Draaisma het voorbeeld van mensen die ten tijde van de moord op Kennedy (voor de kijkertjes die later hebben ingeschakeld: dat was 22 november 1963) journalist waren (waaronder dear old Koos Postema, jullie weten wel, die van ‘Glasgenoten‘).

Dezen beweerden stellig dat ze het beroemde (beruchte) Zapruderfilmpje van de moord de avond van de moord gezien hadden. Terwijl dat, aldus Draaisma, vier jaar na de aanslag op Kenndey in een kluis had gelegen voordat het aan de wereld werd getoond.

Hij gaf ook een voorbeeld uit eigen ervaring. Toen de Challenger in 1986 explodeerde, meende Draaisma zeker te weten dat hij achter de ontploffende raket de staalblauwe hemel zag. Ondanks het verschrikkelijke van het ongeluk vond hij dat een mooi contrast. Totdat zijn vrouw hem uit de droom hielp: in die tijd hadden ze nog helemaal geen kleurentv…

Draaisma opent zijn boek Vergeetboek met de verzuchting ‘Als dit je geheugen mocht zijn.’ En vervolgens schetst hij een archiefkamer waar alle informatie keurig gerubriceerd en geordend in rijen staat. Je kunt daar een map uitnemen, de informatie die je zocht eruit nemen en daarna de map weer op dezelfde plaats terugzetten, waar hij tot in de lengte van dagen zal wachten totdat er weer iemand inlichtingen nodig heeft.

Maar – helaas – zo is het geheugen niet; Draaisma vergeleek het met een dampend oerwoud waar van alles woekert, allerlei dingen over elkaar heen kruipen, elkaar wegdrukken en verstikken. We hebben, zo betoogde Draaisma, geen regie over ons geheugen. We denken ten onrechte dat het een orgaan is, een instrument dat wij naar eigen believen kunnen bedienen. Maar het geheugen is eigenmachtig.

Gebeurtenissen uit je latere leven kunnen bovendien je herinneringen kleuren. Om Marten Toonder te parafraseren: wat in je jeugd gebeurd is, is dikwijls het gevolg van een voorval op oudere leeftijd.

Dit lijkt een nogal cryptische uitspraak, maar Draaisma verduidelijkte dit met een indringend voorbeeld. Hij noemde een broer en een zus die er zeker van dachten te zijn wie hun vader was. Totdat de zus ging twijfelen en aan haar broer toevertrouwde dat ze dacht dat de bloemenman hun echte verwekker was. De broer stoof aanvankelijk op, zei dat hun moeder nooit vreemd zou gaan.

Maar het zaadje der twijfel was gezaaid en de uitspraak van zijn zus ging rondspoken in zijn hoofd. En alles viel voor hem op zijn plaats toen hij zich herinnerde dat, elke keer als de bloemenman bij hen aan huis kwam, hij in de cabine van diens vrachtwagen mocht spelen. Oftewel: door het latere voorval (de twijfel van zijn zus) ging hij een oude herinnering in een ander licht zien.

Samengevat: het geheugen is een bedrieger waar je je hele leven aan vastgeklonken zit. Je bent gedwongen spullen in bewaring te geven bij iemand van wie je weet dat hij dingen verdonkeremaant. Maar… je kunt niet zonder hem en je kunt niet van hem af. Je bent volledig afhankelijk van hem.

Fijne conclusie: we zitten ons hele leven opgescheept met iemand die we dachten te kunnen vertrouwen, maar die zo onbetrouwbaar is als de neten. En aan die persoon zijn we genoodzaakt onze meest dierbare spullen in bewaring te geven, terwijl we weten dat hij er niet zorgvuldig mee omspringt. Maar die persoon is tegelijk oppermachtig, want hij bepaalt hoe wij ons leven zien. Anders gezegd: als ik met weemoed terugdenk aan ‘die goeie ouwe tijd’, dan denk ik terug aan iets wat nooit zo heeft bestaan. Mmm…

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Kinderen beleven vakanties intenser

meisje-op-het-strand Het is duidelijk dat dit meisje haar vakantie intens beleeft.

We zijn allemaal (nou ja, bijna allemaal…) alweer druk aan het werk en de zomervakantie lijkt alweer ver weg, als een bergketen die in de verte verwaast in heiigheid, maar vandaag (20 september 2016) wil ik graag nog even aandacht besteden aan een vakantie-topic: kinderen beleven vakanties veel intenser dan volwassenen denken, lees ik. Dat is onderzocht door dé autoriteit op dit gebied TradeYourTrip en dan is het WAAR.

Wij volwassenen zoeken tijdens de zomervakantie ontspanning en afleiding van de beslommeringen van alledag, terwijl kinderen diezelfde periode juist benutten om sociale contacten op te doen. Maar liefst vier op de vijf kinderen geeft aan nieuwe vriendjes en vriendinnetjes op te doen tijdens het verblijf op het vakantieadres.

Dat kinderen vakanties intensief beleven kan ik beamen. Hoewel je het nu niet meer zou zeggen, ben ik zelf ook kind geweest. En in mijn jeugd zakte ik met mijn ouders elke zomer af naar het zonnige zuiden. Zo ook in 1972.

We stonden in die zomer van 1972 op een camping in Saint Claude, in de Jura. Vanaf onze staanplaats had je uitzicht op een berg.

Op een zekere middag hoorden we (mijn ouders en ik) het gegier van autobanden, overduidelijk van iemand die uit alle macht probeerde zijn auto op de slingerende bergweg te houden en niet uit de bocht te vliegen.

Dat dit niet lukte, bleek even later toen wij dikke, zwarte rookwolken achter de bergwand omhoog zagen kolken. Ik kan me nog vaag herinneren dat mijn vader met een Franse buurman opgewonden naar dit tafereeltje stond te kijken.

Het was lang voor de tijd van de mobiele telefoons, dus het zal vrij lang geduurd hebben voordat de hulpdiensten ter plekkke waren.

Na al die jaren kan ik me uiteraard niet meer herinneren hoeveel tijd er zat tussen het opdoemen van de zwarte rookwolken en de sirene van een brandweerauto, maar voor mijn gevoel was het minimaaal tien minuten à een kwartier. En al die tijd brandde de in het ravijn gestorte auto. De overlevingskansen van de onfortuinlijke automobilist leken me nihil.

Het was het eerste jaar dat ik een vakantiedagboek schreef (ik was negen), maar gek genoeg kan ik daarin geen enkel spoor, geen enkele toespeling vinden die erop wijst dat dit ongeluk mij heeft aangegrepen. En dat moet toch wel het geval geweest zijn, want nu, vierenveertig jaar later, herinner ik het me nog.

Dus, terugkomend op de stelling van het onderzoek ‘Kinderen beleven vakanties veel intenser dan volwassenen denken’, kan ik zeggen dat dit ook voor mij wel op lijkt te gaan. Maar ik had liever gehad dat het had gegolden voor een aangename vakantieherinnering.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Een zaterdagavond vol bloed en verraad

richard-iii Floris Albrecht als Richard III
© Shakespearetheaterdiever.nl

Wat? zullen jullie zeggen, wat is er afgelopen zaterdagavond (10 september 2016) gebeurd? Nou, niets schokkends, maar ik was bij een van de laatste opvoeringen van dit jaar van de Shakespeare-tragedie Richard III in het openluchttheater van Diever.

Trouwe lezertjes van mijn weblog weten dat ik daar al sinds meer dan dertig jaar heen ga en daar een weekeinde op camping Diever aan vastknoop. Zo ook dit weekend.

De gang naar Diever is voor mij elk jaar ook – en vooral – het uitluiden van de zomer; nog is het officieel zomer, maar de herfst zit al in de nerven, het hemelsblauw overdag is bleker en herfstdraden beginnen ons al in te spinnen. Weemoed, jongens en meisjes, weemoed.

Het blijft een heerlijke ervaring om dan ’s avonds in het bos in het openluchttheater te zitten en de eeuwige waarheden van de grote William door de lucht te horen vliegen, terwijl het donker de toeschouwers als een toneeldoek toedekt. Extra sfeerbepaler die zaterdagavond was een mannetjesbosuil die zich verscheidene keren liet horen. Schitterend.

Vertalen blijft trouwens een vak; ik vond op internet een vertaling van Jan Jonk van Richard III. De prachtige beginregels van het koningsdrama ‘Now is the winter of our discontent/Made glorious summer by this son of York’ worden bij hem, getrouwelijk overgezet zijnde in de Nederlandse taal:

‘Nu, na onze winter vol gramstorigheid,
is het stralend zomer, met zo’n zon van York;’

Tsja, voor een Nederlander is het te begrijpen, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Nee, dan de vertaling van Jack Nieborg. Hij heeft behoorlijk moeten snijden, zegt hij zelf in het voorwoord in het programmaboekje (‘Het stuk is te lang en het is te veel’ en ‘Met betrekking tot de lengte van het stuk valt inkorten niet mee omdat je bijna altijd zit te snijden in iets aangenaams’).

Elders zegt Nieborg daar het volgende over: ‘Bij het vertalen van Shakespeare gaat er veel van het origineel verloren. Er zijn bekwame vertalers die hun best doen om zo dicht mogelijk bij het origineel in de buurt te blijven. Voor hen is het “origineel “heilig en dat origineel betreft dan de tekst van Shakespeare zoals die ongeveer vierhonderd jaar geleden gedrukt is. Ik doe dat niet.’

Ik moet zeggen dat ik het betreur dat er gesneden wordt in de tekst van de Grote Bard uit Stratford, maar dat Nieborg het Shakespeare-Engels zeer behendig heeft vertaald naar soepel, hedendaags Nederlands dat goed bekt en toch het plechtstatige van de originele tekst grotendeels behoudt.

Onderstaand mijn gedicht Openluchtspel dat ik een paar jaar geleden schreef over het openluchttheater. Toegegeven, niet mijn beste gedicht, maar het geeft toch wel een aardig sfeerbeeld van een toneelstuk midden in het bos op een nazomeravond:

Openluchtspel

Naarmate ook de intrige
duisterder wordt
komt nog een toneellamp
vanuit de engelenbak
meekijken over de schouders
van de vaste figuranten.

Vanuit hun tijdelijke graf
leggen souffleurs
de tot leven gewekten
woorden in de mond.

Het koor ruist rondom.
Verre woorden gevangen
met een ganzeveer
kregen de vlucht
van een vogel.

De eb van het slotapplaus
zuigt ruimte
voor de nachtgeesten
waar het stuk al over sprak.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De S.R.V.-man, de S.R.V.-man, die brengt alles bij u thuis!

SRVman Leve de man van de S.R.V., van je hiep, hiep, hiep, hoeree!
© Financieel Dagblad

Vandaag (2 september 2016) staat er een mooi artikel in De Volkskrant over mijn kunstbroeder Meindert Talma.

In het artikel komt ook Meindert Talma’s eerste autobiografische roman Dammen met ome Hajo ter sprake. Meinderts oom Hajo bestuurde ooit zelf een S.R.V.-wagen.

Voor de kijkertjes die iets later hebben ingeschakeld: een S.R.V.-wagen was een soort rijdende buurtsuper voor dorpen waar winkels dungezaaid waren en waar met name oudere mensen de middenstand in omliggende plaatsen moeilijk konden bereiken.

Meindert Talma wil graag de herinnering levend houden aan zaken waarmee hij is opgegroeid en de S.R.V.-wagen is daar een van.

De S.R.V.-wagen is ook een element uit mijn eigen jeugd. Mijn tienerjaren bracht ik grotendeels door in het Friese dorpje T… Veel middenstand was daar niet en de plaatselijke melkboer had een nevennering met zo’n rijdende buurtsuper.

In die tijd (we hebben het over de jaren zeventig van de vorige eeuw) waren de megasupermarkten al in opkomst. In Leeuwarden had je de Miro (bestaat die keten trouwens nog? Nee, ook al weg, lees ik net). Daar deden mijn ouders het overgrote deel van hun boodschappen.

Soms kwam mijn moeder erachter dat ze een paar dingetjes vergeten was en die moest ik dan halen in de S.R.V.-wagen die dan net in onze straat voorbij schoof.

Als ik die mobiele supermarkt-op-wielen betrad, werd ik door de bestuurder altijd opgenomen met een mengeling van norsheid (‘Mooi is dat, jouw ouders weten me alleen te vinden voor de kleine boodschappen!’) en de geforceerde vriendelijkheid die nu eenmaal gevraagd wordt van een middenstander die voor zijn broodwinning afhankelijk is van zijn dorpsgenoten en hen daarom te vriend moet houden.

Ik genoot altijd van die korte momenten daarbinnen. Ik waande me dan in een kampwinkeltje. En omdat in die jaren alles wat als springplank kon dienen naar ‘weg van hier’ mijn verbeelding op gang bracht, rekte ik mijn verblijf in de S.R.V.-wagen zo lang mogelijk. Dat was lastig, want aangezien ik meestal de enige klant was, werd ik door de bestuurder op de vingers gekeken en soms vroeg hij, niet al te vriendelijk: ‘Kan ik ergens mee helpen?’

In het begin van mijn twintigersjaren vloog ik uit naar de stad waar ik nog altijd residentie houd, maar ik kwam nog geregeld thuis. Af en toe zag ik dan die S.R.V.-wagen door de straat rijden waar mijn ouders woonden. Achterop was inmiddels de slogan ‘Voor(t)aan in het verse!’ verschenen.

Waarschijnlijk vond de melkboer het zelf een hele vondst en realiseerde hij zich niet dat hij met die woordspeling luid verkondigde dat hij al die jaren niet-verse producten aan de man had gebracht, maar ik heb er maar van afgezien hem dat aan zijn verstand proberen te brengen.

De S.R.V.-wagen is inmiddels uit T… verdwenen. Net als mijn ouders, trouwens.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Kolkenzuiger

Kolkenzuiger PAN

Ik fietste vanmorgen (30 augustus 2016) door mijn geliefde woonplaats G… Op een gegeven moment verscheen voor mij op het fietspad zo’n rood wagentje van de Gemeentereinigingsdienst. Normaal staat daar een bord achterop met ‘Vegen’. Nu was de tekst ‘Kolkenzuiger’.
Kolkenzuiger… wauw! Ik kreeg meteen visioenen van een mysterieus monster dat zich ophoudt op de bodem van een kolk en dan nietsvermoedende zwemmers naar de diepte zuigt. Voor mij had het ook een personage in een verhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Heer Bommel en de Kolkenzuiger’.
Een kolkenzuiger bleek – heel wat prozaïscher- een lange slang te zijn waarmee straatputten worden leeggezogen. Toch blijft ‘kolkenzuiger’ voor mij het woord van deze dag.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Follow Us

facebooktwitterby feather