De allerlangste dag

Ik roeiend, jij languit op je rug, kijkend naar de lucht. Elke beweging van mij aan de spanen is de streek van een schilder die jou nieuwe landschappen binnenvoert. Jouw glimlach plant zich voort door het water. Het paviljoen op het eilandje midden in het meer laat alle windstreken toe.…

Lees verder

Het zwarte licht

De zon is zelf vergeten hoe oud hij is. Hij heeft zelfs geen kracht meer om zijn eigen lichaam te verwarmen. Zijn licht is grijs. Deze ochtend had hij amper energie zichzelf boven de horizon uit te tillen. De hele dag bleef hij laag aan de hemel hangen. Vroeger durfde…

Lees verder

De vrouw met het houtblok

Er liep een vrouw rond met een houtblok in haar armen. Ze had het babykleertjes aangetrokken. Hoewel dat er natuurlijk raar uitzag, waagde niemand daar de spot mee te drijven. Als je in haar ogen keek, voelde je namelijk dat daarachter een groot verdriet moest liggen, zoals je achter een…

Lees verder

De sensatiezoeker

Onze sensatiezoeker, die alle geaccepteerde en beproefde genietingen als drugs, alcohol en prostitutie al doorstaan had, zocht naar de onbekende, huivering-wekkende, uiterste sensatie die hij met niemand zou hoeven delen. Hij dacht door moord in extase te komen, maar hij belandde voor een tribunaal dat hem ter dood veroordeelde, daarmee…

Lees verder

Boodschap

Of ik even op haar kleine wilde passen. De jonge moeder moest nog snel even iets kopen. Ze kwam nooit terug. Als ik mijn inmiddels elfjarige adoptiedochter vertel dat haar moeder nooit meer is komen opdagen, nadat ze mij had wijsgemaakt dat ze nog even een boodschap moest doen, reageert…

Lees verder

De bovenkamer

Kom binnen. Wat zeg je ‘Blauwbaardkamertje’? Ja, ’t gaat zelden van het slot, als je dat bedoelt. Maar lijken vind je hier niet. Hoewel dit wel de plek is van de verdwenen meisjes. Je snift. Ja, ze zijn er wel en ze zijn er niet. Ik pik ze altijd ongewassen…

Lees verder

Bonito-eiland

‘Echt, er was een eiland waar hoelahoepmeisjes bij aankomst een bloemenkrans om je hals legden. Je had nog niets gepresteerd en je voelde je al een kampioen! Op het strand schilden die nana’s een ananas voor je en voerden hem ook nog aan je op. De ondergaande zon was het…

Lees verder

Afwachten

Ik kom mijn huis niet meer uit. Alle ellende is immers buiten te sluiten door in je kamer te blijven en je niet te verroeren. Boodschappen worden aan de deur afgeleverd. De gordijnen blijven dicht. Ik verneem uit de kranten dat het zeer zonnig weer is. De brievenbus is mijn…

Lees verder

De duivenkoningin

Ze zit in het park. Elke dag. De duivenkoningin. De houten bank is haar troon. Verzaligd laat ze voor haar onderdanen het manna neerdalen uit de hemel. Ruziemakers die elkaar kruimels misgunnen spreekt ze vermanend toe. Zolang ze voedsel heeft, blijven de broodpikkers aan haar voeten haar trouw. Ze is…

Lees verder