Prozagedichten

De goederentrein

De laatste trein had ik gemist. Ik liep daarom over het grindpaadje naast de rails tussen de stad waar ik mij dagelijks weer liet vastzetten, en mijn woonplaats, een braaf dorpje dat tegen de spoorlijn lag aangevlijd. Mijn vrouw wachtte mij daar op. Ik bedacht hoe heerlijk het zou zijn op te gaan in de onmetelijke nacht, iedereen het nakijken te geven. Het huishoudboekje was voor mij allang gesloten.
Ik schrok van een donker grommende goederentrein die mij van achteren naderde. Daarop springen en als verstekeling naar een land vluchten waar werd gedicteerd in een mij onverstaanbare taal! Ik moest snel beslissen, de locomotief ademde mij in de nek. Ik keek achterom, recht in de ogen van de loc, haas gevangen in een koplampbundel. De eerste wagons waren mij al voorbij, toen ik mij op een treeplank slingerde.
…Versuft door de klap kwam ik na enkele seconden weer bij, terwijl de lucht van ijs langs mijn slapen gierde. Bij elke kruising met het gewone leven kromp ik ineen, bang dat ik opgemerkt zou worden. Koplampen werden alerte zoeklichten.
Eindelijk, toen er geen ahobs of andreaskruizen meer verschenen en de duisternis mij geheel opnam, kon ik mijn gedachten ordenen. Vanaf mijn zitplaats keek ik naar achteren, de schimmige rij wagons af en ik bedacht dat ik nu al mijn zwakheden moest afkoppelen, heimwee, wroeging, spijt, angst, tot alleen de locomotief met een nieuwe, doelgerichtere bestuurder zou overblijven.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De allerlangste dag

Ik roeiend, jij languit op je rug, kijkend naar de lucht. Elke beweging van mij aan de spanen is de streek van een schilder die jou nieuwe landschappen binnenvoert. Jouw glimlach plant zich voort door het water.
Het paviljoen op het eilandje midden in het meer laat alle windstreken toe. Vanzelfsprekend buigt de ober voor ons. Dankbaar raapt hij jouw knikje op.
À l’improviste declameer ik een viergangengedicht uit de voor mij opengevouwen menukaart. Jouw tong wentelt elk woord. Tegen de kelner zeg je: ‘Breng ons zondoorstoofde vruchten. We willen ons ook het licht van ergens anders te binnen brengen.’
De bosschages, lieflijk-verwilderd, losjes om onze schouders. Vogels laten zich niet vastleggen, gelukkig. We glimlachen om de levende frêle broche, even op jouw jurk waar de zomerbries zo vaak mee aan de haal gaat. Uit onze armen vlechten we een prieel.
Ik leg aan bij jou. Je fluistert: ‘Stel dat de zon het lek in de hemel is waaruit alle geluk wegloopt. ’s Nachts, als de wond dicht is, dromen we dat weer naar ons toe.’
Als ik terugroei, mogen we een reuzerug vermoeden die zich uit donkergedachte dieptes op wil tillen. Ik help jou de houten loper op die voor ons ligt uitgerold.
Krekels wrijven hun vleugels tegen onze gloeiende wangen. Kikkers in het poeltje naast ons blazen hun hart buiten hun lichaam. Met één oor op jouw borst, één oor volgestroomd met nachtegaalzang ben ik de stilstand van getijden.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Het zwarte licht

De zon is zelf vergeten hoe oud hij is. Hij heeft zelfs geen kracht meer om zijn eigen lichaam te verwarmen. Zijn licht is grijs. Deze ochtend had hij amper energie zichzelf boven de horizon uit te tillen. De hele dag bleef hij laag aan de hemel hangen.
Vroeger durfde niemand de zon recht aan te kijken, nu slaat de eerste de beste aardbewoner vrijpostig zijn blik op naar zijn grauwe staaroog.
We hebben geleerd onszelf te verwarmen, niet langer afhankelijk te zijn van de oeroude warmtebron. We wapenen ons tegen het uitdoven van de zon, zo meteen. De zon in ons bestaan evolueerde van levensbrenger, door iedereen met vreugde begroet, tot stoffige toneellamp hangend in een vergeten hoekje.
Binnen afzienbare tijd zullen wij – macht der gewoonte – de diepduistere hemel afturen, op zoek naar de cirkel die een nog donkerder oppervlak omsluit. En wij zullen het zwarte licht koesteren als een flauwe herinnering aan het oorspronkelijke licht dat ooit zo gul over ons werd uitgegoten.
De aarde zal zich tenslotte losmaken van de aantrekkingskracht van de zon en een andere baan kiezen. In die zoektocht zal de aarde een ander hemellichaam op haar weg vinden dat de zon zal doen verbleken.
We keren de zon wel erg gemakkelijk de rug toe. Zonder weemoed, zonder dankbaarheid. Zoveel duizenden jaren heeft hij ons belangeloos warmte geschonken en daar hoog boven over ons gewaakt. Nu nemen we zomaar afscheid. Maar de zon is te zwak om ons terug te veroveren.
Het zonnestelsel was een familie waar de leden nooit nader tot elkaar kwamen, waartussen zwijgen en duistere kilheid heersten. Als de zon op sterkte was gebleven, had hij ons bij elkaar kunnen houden. Nu het centrum ineenstort, moeten wij weg om te overleven.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De vrouw met het houtblok

Er liep een vrouw rond met een houtblok in haar armen. Ze had het babykleertjes aangetrokken. Hoewel dat er natuurlijk raar uitzag, waagde niemand daar de spot mee te drijven. Als je in haar ogen keek, voelde je namelijk dat daarachter een groot verdriet moest liggen, zoals je achter een grotingang een enorme, donkere ruimte vermoedt.
Men liet haar lopen – ze deed geen vlieg kwaad – en speelde het spel mee. Sommigen gingen daar vrij ver in: die bogen zich bijna dagelijks over naar het roerloze kind, om te informeren naar zijn welbevinden.
Op een dag kwam er een meisje van buiten in onze kleine gemeenschap. We hadden haar nooit toe moeten laten. Met een stem die glas kon breken zei ze tegen de vrouw: ‘Wat gek: waarom draagt u een houtblok in uw armen met kleren aan? Het is toch geen kind?’
Eenieder die toevallig in de buurt was hield de adem in: hoe ging de dolende speelmoeder op deze ruwe vraag reageren? Ze zei niets, maar stille tranen vielen uit haar ogen op wat ze voor haar kind hield.
De volgende dag liep de vrouw, net als voorheen, rond met haar houtblok, maar met dit verschil dat ze het de babykleertjes had uitgetrokken. Daardoor was goed te zien dat er op verschillende plaatsen loten aan het houtblok waren ontsprongen.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De sensatiezoeker

Onze sensatiezoeker, die alle geaccepteerde en beproefde genietingen als drugs, alcohol en prostitutie al doorstaan had, zocht naar de onbekende, huivering-wekkende, uiterste sensatie die hij met niemand zou hoeven delen.
Hij dacht door moord in extase te komen, maar hij belandde voor een tribunaal dat hem ter dood veroordeelde, daarmee een ongewilde saamhorigheid tussen vermoorde en moordenaar scheppend. Men deelde hem mee dat het vonnis voltrokken zou worden door middel van de guillotine.
Vanaf het eerste ogenblik dat hij wist dat hij daarmee ter dood gebracht zou worden voelde de Sensatiezoeker zich hoogst opgewonden, nu een onuitsprekelijke gewaarwording nabij was.
Toen hij naar het schavot werd geleid, aanschouwde hij de valbijl met verbazing-wekkende kalmte. Wel had hij bewondering voor dit wapen dat sneller flitste dan de gedachte.
Langzaam -men was zijn haren al aan het knippen- klaarde zijn gezicht op en hij zei tot de verbijsterde beul: ‘Bedankt u het Noodlot voor mij dat het mij hierheen leidde, want dít is de sensatie die ik mijn leven lang zocht; die onbekende, huiveringwekkende, uiterste sensatie die ik met niemand zal hoeven delen, terwijl de drugs als een smog mijn geest benevelden, mijn lever geïrriteerd raakte door de banale alcohol en mijn lid al gaapte voordat het bevredigd was. Altijd was mijn losbandigheid die van iedereen. Omdat mijn gedachten deze ervaring niet kunnen bederven, zal ik ondeelbaar sterven; mijn laatste wens, beul.’
Pas na zijn dood verscheen de tevreden glimlach op zijn gezicht.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Boodschap

Of ik even op haar kleine wilde passen. De jonge moeder moest nog snel even iets kopen. Ze kwam nooit terug.
Als ik mijn inmiddels elfjarige adoptiedochter vertel dat haar moeder nooit meer is komen opdagen, nadat ze mij had wijsgemaakt dat ze nog even een boodschap moest doen, reageert ze als volgt: ‘Mama had zeker een lang boodschappenlijstje.’

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather