Gedicht van de week

Aardappelkolonie

‘Zuurstof aanwezig’.
Gelukkig; daarom hoeft het gesprek
niet stil te vallen.
Het is moeilijk
over jezelf te praten.
Daarom iemands kooiconstructie
‘Ik heb wel es heurd…’

Een vrouw in een hoekje
zit niet om woorden verlegen
puzzelt stil voor zich heen
vraagt naar geen betekenis.
‘Minsen binnen zulf
ook wel eens puzzels.’

‘De aardappel is de kurk
waar de Koloniën op drijven’
is bindmiddel
voor onze conversatie.

De jeugd kreeg vroeger vrijaf
voor het rooien.
Alles op zijn tijd
– ook de leerplicht.

‘Aardappels krabben
was onze zomervakantie.’
‘Met aardappels en spek
kwam je de winter door.’

Van het melken
tegen een warm koeielichaam
naar een andere warmte
op het ijs.
Natuurlijke selectie
van jongens
bij het schaatsen:
‘Wie mie volgen ken
mag bie mie bliem’n.’
‘Vroug bie de maid
Veur ’n aander d’r mit gaait.’

In de oorlog
was de jacht vrij
– ook op jonge mannen.
Patrijzen vangen
in stropjes van paardenhaar.
Veel patrijzen hebben de oorlog
evenmin overleefd.

In het kerkje van Vledderveen
scholen onderduikers
onder het preekgestoelte;
voor hen kwamen
de stichtelijke woorden
van boven.

Heeft ú nog wat beleefd, meneer?
‘Ach, dat mot je moar achterloat’n…’

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Vereeuwiging

De fotograaf verbond hen
in het echt.

Mijn ouders in zwemkleding
hun hoofden even
Siamese tweeling
zodat ze in het kader pasten.

Met de Provençaalse zon
in de rug
en het bladerdak dicht genoeg
om het bovenleed
af te vangen.

De overtuiging leefde
dat niets
hen klein kon krijgen.
Wij kinderen waren er
om dat te bevestigen.

Dit bewijsstuk
is nietig verklaard.

Vereeuwigen blijkt niet genoeg
om de dood
uit het zicht te houden.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Merkteken

Voor één oom blijf ik
zijn leven lang
het mispuntneefje
dat stiekem
zijn in huiskamer
rondrennend zusje
pootje haakte
zodat ze het patroon
van de kokosmat
ingeprent kreeg.

Uit haar voorhoofd
is dat merkteken
al snel weer verdwenen.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Het vuur en de mannen

Mannen willen
in vlammen staren
niet hoeven praten
en drank
in schedels gieten.

Mannen willen
vlammen voor hen
zien dansen
heet, grillig, onvermoeibaar.

Vonken zien opspringen
vuurvliegjes die even
naar de hemel reiken
en dan uitdoven.

Mannen willen vlammen
om takken zien likken
zo lang in de vlammen kijken
dat ze ’s nachts in hun bed
achter hun oogleden
het vuur nog zien branden.

Mannen vormen
een gesloten cirkel
om de gloedplaats heen
en wisselen woorden in
voor geknisper en geknetter.

Uit hout ontsnappende
sissende sappen
lessen een dorst
en de andere
houden ze zelf
in de hand.

Mannen willen alle lucht
sparen voor het vuur.

Mannen laten
hun stemmen doven
om het vuur
te laten spreken.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Rechercheur

Ik word kalm
van het stilleven
van een lijk op zijn
eennalaatste rustplaats.

Gestolde levenslopen
daal ik af.

Mij wordt gelukkig
niet gevraagd
waaraan ik denk
als ik voor me uit staar.

Mij blijft het raadsel boeien
waarom de mens altijd
van zich af
meent te schieten.

Bij het dichtklikken
van de handboeien
weet ik:
Het Beest
wordt nooit vastgelegd.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Iedereen herdenkt op zijn eigen manier

Een Nederlandse piloot
kwam er op 4 mei
op elf kilometer hoogte achter
dat het in zijn vaderland
precies acht uur ’s avonds was.

Zonder zich te bedenken
zette hij de motoren uit
voor de twee minuten
Dodenherdenking.

In de paniek die uitbrak
verzocht de piloot eenieder
tijdens die 120 seconden
de stilte te eerbiedigen.
Daarna zou hij de motoren
gewoon weer aanzetten.

In die glijvlucht naar
klimmende wanhoop
stierf eenieder
behalve hij
duizend doden.

Na wat een eeuwigheid leek
kwamen de motoren
weer op gang
en de piloot vroeg de passagiers
door de intercom
‘naar welke doden
hun gedachten waren uitgegaan.’

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Follow Us

facebooktwitterby feather