Blog

Ik wil proosten op mijn moeder

Mam zwart wit bijgesneden busteformaat Mijn moeder uit de tijd dat ze de Dood nog recht in zijn gezicht mocht uitlachen.

Vandaag (13 april 2017) had mijn moeder 78 moeten worden, als niet de kille sluipmoordenaar Kanker haar op haar zesenzeventigste had geveld. Voor haar daarom als eerbetoon op haar tweede verjaardag die ze niet kan vieren mijn gedicht Projectie dat ik jaren geleden voor haar schreef toen er nog geen vuiltje aan de lucht was.

Projectie

Mam, nu wij niet langer
op de zoneweide liggen
de badlakens verschoten zijn
jouw jurk uitgelopen
zie ik dat ook jouw jeugd
blootstond aan
de camera

verkleedkleuren in optocht
de projector schroeit
het stof weg
niet te lang stilstaan
bij een dia
anders brandt hij door

als het donker maar
een lichtraam heeft
en mijn moeder
geen leeftijd aanneemt
ben ik niet bang

Mam, zie je mijn vingers
ze wijzen omhoog
zolang jij blijft kijken
zink ik niet

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Dit zaakje stinkt!

hondenpoep Bij een kneuterig item hoort een kneuterige afbeelding

Vandaag (10 april 2017) even een onvervalst kneuterig onderwerp: hondenpoep. Jawel. Als je, zoals ik, regelmatig langs de ijle toppen van Grote Gedachten scheert, is het ook wel eens prettig om je met aardse zaken bezig te houden. En, jongens en meisjes, wat is er aardser dan hondenpoep?

Ik kwam op dit item door dit bericht vandaag op nu.nl. Ik geef toe, het lijntje is nogal dun naar deze weblogbijdrage, maar ik moest ineens denken aan een inloop-/voorlichtingsavond, jaren geleden, over de aanpak van het hondenpoepprobleem bij mij in de buurt.

Wij bewoners waren daar zogenaamd bijeengekomen voor de broodnodige inspraak en om ‘mee te denken over buurtgerelateerde problematiek’. Democratie, weten jullie wel? We mochten op een kaart symbolen intekenen en vlaggetjes prikken, waarmee we konden aangeven hoe wij ‘vrije uitloopgebieden’ voor honden zagen, waar poepopruimplicht zou moeten heersen, etc.

O, o, wat democratisch allemaal en, o, o, wat hadden we een inspraak! De wethouder die ik om haar privacy niet te schenden zal aanduiden met haar initialen J.V. sprak ons vanaf het begin op een neerbuigend-moederlijke manier toe die mij enorm tegen de haren instreek.

Wij bewoners van, eh, die straat, waren bepaald niet op ons mondje gevallen en wij legden het vuur die wethouder na aan de schenen, want hondenpoep hield de gemoederen in onze buurt wel bezig. Tenslotte is hondenpoep een van de grote ergernissen van Nederlanders.

Zou er in de toekomst nou betere controle komen? vroegen we sceptisch. Want in al die jaren hadden wij nog nooit één persoon van overheidswege gezien die erop toezag dat hondenbezitters de tastbare emissies van hun huisdieren opraapten en in een prullenbak deponeerden.

‘Ja,’ zei J.V. bevoogdend, ‘laten we dat met z’n allen oplossen.’ Wij bewoners moesten niet-opruimers maar aanspreken op hun wangedrag, aldus Moeder de Gans.

Ja, ja, mevrouw J.V., zo lust ik er ook nog wel een paar, dacht ik toen grimmig. Iemand met een grommende pitbull aan de lijn en zijn armen bezaaid met tatoeages even zeggen dat hij het bolusje van z’n lieve vechthondje moet opruimen, zien jullie het al voor je?

Langs haar neus weg vertelde J.V. ons nog dat er een raadsvergadering was die over dit onderwerp ging en tijdens welke er besluiten genomen zouden worden over de status van de aangewezen hondenuitlaatgebieden.

En wanneer was die raadsvergadering dan wel? Tenslotte zouden (zo dacht ik toen nog naïef) onze ideeën en suggesties daarin zeker nog meegenomen (moeten) worden. ‘O, die is vanavond,’ zei de wethoudster luchtig. Exact op het tijdstip dat wij daar als een kleuterklasje bezig werden gehouden, vielen de definitieve besluiten die van invloed waren op het onderwerp waarvoor we hier nu juist informatief (dachten wij) bij elkaar waren! Tsss.

Toen dacht ik: dit is nou politiek. Heel in het klein en over een onbetekenend onderwerp, maar het mechanisme is bij alles hetzelfde: laat de burgertjes een beetje stoeien en spelevaren, geef hun het gevoel dat ze invloed hebben en ertoe doen, en neem ondertussen gewoon je beslissingen.

Ik had toen gewoon demonstratief weg moeten lopen, maar ik uitte enkele cynische opmerkingen over deze werkwijze en bleef zitten.

Maar ik heb me voorgenomen me nooit meer naar zo’n ‘inspraak’avond te laten lokken en als een kleuter te laten behandelen die vlaggetjes mag prikken en tekeningetjes mag maken. Nee zeg, ik ga weer scheren langs de ijle toppen der Grote Gedachten en ruim ondertussen keurig de poep op van mijn eigen hond.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Op een troon van hout

Hoogzit Een hoogzit of kansel

Vandaag (29 maart 2017) staat er in De Volkskrant een artikel in het katern Uitgelicht over ‘kansels’ of ‘hoogzitten'(voor wie het wil lezen: pech, want het staat niet in de digitale versie van De Volkskrant en het door mij gefotografeerde artikel heeft een te omvangrijke bestandsgrootte om geüpload te kunnen worden…).

Een hoogzit is zo’n houten observatiehutje-op-palen dat je aan bosranden wel ziet en dat helaas voor laffe drijfjachten wordt gebruikt. Het geeft mij wel een mooie gelegenheid om mijn onvolprezen prachtwerkje Hoogzit onder de aandacht te brengen (Hoogzit is een prozagedicht en die worden er in Nederland niet veel geschreven). En bij mij gaat het niet om jacht op onschuldige, nietsvermoedende dieren op een open plek in het bos:

Hoogzit

Ik zit op mijn houten troon. Hoewel ik de positie van umpire heb ingenomen, wil ik over niks oordelen. Ik zit en beschouw. Ik heb geen geweer, zelfs geen fototoestel; ik laat alle dieren die onderlangs mijn zitplaats scharrelen ongemoeid.
Als ik maar lang genoeg wacht in mijn hut-op-stelten zal het heideveld aan mijn voeten onderstromen en veranderen in moeras. Dat is niet goed, dat is niet fout, het gebeurt gewoon. Er treedt een nieuwe toestand in, dat is alles wat je ervan kunt zeggen.
De adder die nu in de zon ligt te stoven zal een veilig heenkomen moeten zoeken – of hij zal sterven. Moeten we zijn aftocht betreuren? In zijn plaats zal de ringslang kronkelen.
Het water zal verder stijgen. Dan zal ook de ringslang het veld moeten ruimen. Vissen zullen die leegte opvullen.
Het waterpeil zal nog verder rijzen, tot de golven tegen mijn voetzolen klotsen. En nog zal de opwaartse gang van het water niet te stuiten zijn. Het zal zo hoog komen dat mijn knieën nog net boven de waterspiegel uit komen, zoals de ruggen van een schildpad.
Nog maar kort geleden kon ik mij verheven voelen boven de dingen – maar die zijn allemaal ondergelopen. Wat ooit bovenwereld was is onderwereld geworden.
Eerder had ik nog kunnen ontsnappen; nu is het daarvoor te laat. Ik zit geïsoleerd in mijn stuurhut op een spiegelvlakte die zich uitstrekt tot zover het oog reikt.
Ik zou mezelf op mijn observatiehut kunnen hijsen, zoals mensen tijdens een watersnoodramp op de nok van hun huizen klimmen. Maar ik blijf zitten.
Door de kou van het water raken mijn benen verstijfd. Na mijn benen worden romp en schouders ondergedompeld.
Dan reikt het water tot mijn lippen.
Aan de klim van het water lijkt geen eind te komen. Het staat nu tot mijn neusgaten. Als het mijn neus binnendringt, blijf ik tot het laatste moment hopen dat er kieuwen achter mijn oren zullen openspringen.
Wanneer dat niet gebeurt en mijn longen waterzakken worden, zie ik de wereld zoals ik die gekend heb vׅóór de overstroming wegzakken op de bodem van de nieuwe wereld. Dat is niet goed, dat is niet slecht, het is niet jammer, het is gewoon een nieuwe toestand.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

‘Je moet een gat voor je laten vallen en er dan zelf inlopen’

Johan_Cruijff 1 jaar dood

Vandaag (24 maart 2017) ontkom ik er niet aan: ik moet even stilstaan bij een triest jubileum. Deze zonnige vrijdag is het namelijk precies een jaar geleden dat de Verlosser JC uit Betondorp, mijn jeugdidool en beste voetballer aller tijden overleed aan een zeer agressieve vorm van longkanker.

Vandaar dat ik als eerbetoon een link post naar een liedje waarin Cruijffs bekendste uitspraken worden verklankt, met op de achtergrond zijn weergaloze goals. Wat wil je nog meer? (wat ik nog meer wil? Dat de Arena naar Hem vernoemd wordt! Een grof schandaal dat dat nog niet gebeurd is. Maar je, geld, dames en heren, geld…)

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Vader, o vader, waarom hebt gij ons verlaten?

Meester Degen Meester Degen

Vandaag (13 maart 2017) is het alweer drie jaar geleden dat mijn vader plotseling overleed aan een hersenbloeding. Mijn moeder vond hem die fatale dag in de slaapkamer. Hij was bewusteloos en is ook niet meer bij kennis geweest.

Geloof het of niet, maar tien dagen vóór zijn dood (terwijl niks erop leek te duiden dat die snel zou komen) schreef ik onderstaand gedicht voor hem:

Op retour

Ik wil mijn dementerende vader
gewezen leraar Frans
nog eenmaal meenemen
naar Zuid-Frankrijk
langs velden vol zonnebloemen.

Die noemde hij steevast
‘een leger in slagorde
dat wacht op bevelen
van de zonnegod.’

Hij vond dat
een goede vergelijking
van zichzelf.
Ik vind dat nu ook.

Voor de laatste keer
hem het aroma laten opsnuiven
van lavendel
heilzaam kruid
dat hem
voor een ogenblik
geneest van schemerig heden
tot zonlicht verleden.

Ik zal dit tafereel
voor ons beiden opslaan:

Op een terras
onder een grote plataan
die als een moederkloek
met haar takken even
onheil van boven
tegenhoudt.

Wij beiden nippend aan
een Côtes du Rhône
net zoals toen.
‘Die noemen ze
‘vin du soleil’,
doceert mijn vader.
Ik wil het
maar al te graag weten.

Ik wil hem nog eenmaal
de cicades laten horen
die stilvielen als je
te dicht bij ze kwam.

Dit ontlokte mijn vader
altijd de opmerking
dat ‘hij dat gedrag
zo goed kon begrijpen.’
En dan die verlegen lach erbij.

Nog eenmaal
zachtstrijkend
zonsondergangslicht
vluchtige eeuwige sneeuw
op de boomgroep naast de camping
aan de Ardèche.

Ik wil dat goudgele licht
scheppen van die toppen
het vatten en opbergen
om te bewijzen
dat het duurzamer is dan
zijn stoffelijke variant.

‘Pap, weet je het nog?’
‘- Natuurlijk jongen?
Hoe zou ik dat nou
kunnen vergeten?’

Nog eenmaal
tijm stukwrijven tot kruim
met onze vingertoppen
neusvleugels uit laten slaan
naar het verre toen.

Nog eenmaal
de bruine koeien
op de zonnige berghellingen.
Laat hun bellen
op die zekere dag klinken
in plaats van kerkklokken.

Nog eenmaal…
en daarna
geldt voor hem
wat hij schertsend
tegen zijn leerlingen zei
na het eindexamen Frans:

‘Nu mogen jullie
alles wat je hier geleerd hebt
vergeten.’

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Twips, twips, twips…

Jet Carla Lipp, die vijftigplussers beter kennen als Jet in de
tv-serie Ja zuster, nee zuster

Gisteren stond het al in De Volkskrant, maar vandaag (3 maart 2017) staat het pas in het Dagblad van het Noorden (ach ja, het nieuws dringt pas later door tot het Hoge Noorden): Jet is dood.

Wie, Jet? Who the fuck is Jet? hoor ik de jongere generatie vragen.

Jet, jongens en meisjes, was een jonge vrouw die in de kindertv-serie Ja zuster, nee zuster, in het rusthuis (waar het trouwens knap onrustig was) van zuster Klivia iets met pruiken deed. Carla Lipp, die eigenlijk danseres was, zong in de serie het populaire nummer De twips. De serie was te zien vanaf het jaar onzes Heeren 1966.

Van de tv-serie kan ik me niets meer herinneren, maar de liedjes van de oerversie van Ja zuster, nee zuster (dus niet de remake met de tamelijk irritante Loes Luca als zuster Klivia) staan in mijn geheugen gegrift. Hoe dat zo komt?

Op mijn derde had ik zes weken lang besmettelijke geelzucht (Hepatitis A) en ik moest al die tijd in bed liggen. De edele kunst van het lezen beheerste ik nog niet en ander vermaak als computerspelletjes had je in die tijd nog niet.

Daarom draaide mijn moeder de godganse dag de twee elpees (een zwarte en een oranje, herinner ik me nog. Ze zijn niet opgedoken c.q. verloren gegaan bij de ontruiming van mijn ouderlijk huis, doch dit terzijde) met de liedjes uit de serie.

Elke keer als de langspeelplaat afsloeg (want over die tijd hebben we het, jongens en meisjes), vroeg ik mijn moeder de plaat weer van voren af aan te spelen. Wat ze als goede moeder deed.

Sinds die tijd zijn die prachtige liedjes met de muziek van Harry Banning en de teksten van Annie M.G. Schmidt in mijn geheugen gegrift, zoals de groeven in het vinyl van een elpee. Tot op de dag van vandaag kan ik sommige nummers letterlijk meezingen.

Als ik ooit een demente, kwijlende gek word die zijn naasten niet eens meer herkent en ’s nachts in zijn onderbroek vanuit de inrichting over straat loopt onder het uitroepen van ‘ik ga naar huis’, dan zal ik de teksten van deze liedjes nog kunnen meezingen. Laten we hopen dat het nooit zover komt, maar dat iemand vóór die tijd zo barmhartig is om mij af te schieten.

Maar goed, laten we eindigen met een vrolijke noot: we gaan nu meezingen (en meedoen!) met Twips, twips , twips:

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather