Blog

Schrijven om te blijven

Een van de vele vrouwen die puur schrijven ‘voor de leuk’
(Klik op de foto voor een VERGROTING)

Een miljoen Nederlanders doet het. Regelmatig. En ze worden er blij van. Bevrijd. Rustig. Ik zie van hier jullie oren zich spitsen: wat dan, wat dan? Nou, schrijven.

Vandaag (18 juli 2017) staat er een stuk over in in het V-katern van de Volkskrant: amateurschrijvers die er in de vakantieperiode tussenuit gaan om zich te wijden aan het edele ambacht van het schrijven.

Het zijn meest vrouwen die een maand, een week, een weekend of zelfs een dag ‘writer in holiday residence’ willen zijn. En dat mag wat kosten: zo wordt er in het Volkskrant-artikel Vriend Pen gepraat over een schrijfweek in de Algarve onder begeleiding van een schrijfdocent. Kosten p.p.: € 895,- exclusief vliegreis.

Ik vind dat veel geld. Wat zeg ik: ik bied een schrijfweek aan voor minder dan de helft van dat bedrag! (doch dit geheel terzijde)

De vrouwen die worden geciteerd in het artikel schrijven om zichzelf te ontdekken. Zoals een van de dames het verwoordt: ‘Het mooiste van schrijven is dat je meer te weten komt dan je al wist.’

Zelf ben ik ook schrijfdocent geweest en de meeste cursisten gaven te kennen dat ze schrijven ‘gewoon leuk’ vonden om te doen. Een enkeling wilde ‘therapeutisch schrijven’, dingen van zich af schrijven, maar over het algemeen levert dat niet echt lekker leesbaar proza op.

Tijdens mijn cursussen heb ik geen axioma’s ex cathedra verkondigd. Nou ja, één dan: doe alles bewust. Je wilt als schrijver immers niet dat er zaken in jouw roman met jou op de loop gaan, omdat je bepaalde zaken niet goed hebt overdacht.

Wat ik mijn cursisten ook altijd heb voorgehouden: een roman is geen proeve van bekwaamheid ten opzichte van je schrijfdocenten (‘Kijk, wat ik allemaal kan’). Het is zelfs tamelijk vermoeiend om alle trucjes terug te zien komen.

Bovendien zou je op een gegeven moment een behoorlijk smakeloze eenheidsworst krijgen; goede romans onderscheiden zich door hun eigenzinnigheid en het – bewust – breken van allerlei regels die door schrijfdocenten de wereld worden ingeslingerd (‘Een hoofdpersoon moet een krachtig individu zijn!’Hoezo?).

Het paradoxale aan schrijfcursussen is (we noemen dit dan ook ‘De paradox van Degen’): je moet heel veel over schrijven leren en die zaken tijdens je schrijfoefeningen toepassen om ze daarna weer te vergeten als je zelf een boek gaat schrijven (dat wil zeggen: zo ‘vergeten’ dat je ze niet bewust gaat toepassen).

Een cursiste verzuchtte eens: ‘Maar waarom moeten we zoveel leren als we het toch weer moeten vergeten!?’ Daarop gaf ik als antwoord de volgende vergelijking (hoe toepasselijk voor een auteur!):

‘Stel je rijdt op IJsland, bij de Westfjorden. Je rijdt dan via heel veel bochten langs het water en ziet aan de overkant al je eindbestemming voor die dag liggen. Om daar te komen moet je echter al die slingers uitrijden, om het fjord heen rijden; je kunt de route niet bekorten. Dan zou je over water moeten lopen en dat kan niemand. De enige weg om er te komen is de lange.’

Denken jullie daar maar eens over na!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Terug in Leek

Borg Nienoord

Nog even over donderdag (6 juli 2017). Ik was toen bij de presentatie van het wandelboekje Het spoor volgen.

In dit gidsje staan tien wandelingen van elk 11 kilometer die als verbindende factor hebben dat ze plaatsen aandoen waar joden hebben gewoond (in Leek en omstreken), die in de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd en die de oorlog voor het merendeel niet hebben overleefd. De tendoophouding vond plaats in museum Nienoord.

Voor mij was dit een sentimental journey: ik ben in Leek geboren en heb er gewoond vanaf mijn geboorte tot mijn zevende. Zoals bekend zijn dat de beslissende jaren in iemands leven.

Toen ik de tuinen rondom Borg Nienoord betrad, kon het dan ook niet anders of ik moest denken aan mijn vroegste jeugd waarin ik aan de hand van mijn ouders liep langs de zwaarzoet geurende bloemenperken waaromheen bijen en hommels vredig zoemden.

De beuken die het mooie laantje tussen Nienoord en Midwolde flankeerden waren nog niet omgelegd en ook mijn ouders stonden nog recht overeind.

Jaren geleden schreef ik het gedicht Nienoord:

Nienoord

Ik wil geloven
dat de eiken
op mij gewacht hebben.

Ik kijk wederom
door het open kathedralendak
een zondagmiddagwandeling in.

In de volière
exotische vogels
een gaasdikte
van hun vrijheid af.

Het meisje dat door legende
in de grot hier
was opgesloten
had de muren aangekleed
met haar parelmoer
rocaille-leed.

Ze is voorgoed gevlogen
omdat haar tijd
erop zat.

In het koetshuis
zette ik
met een prinses
zonder gevolg
een uitbraak
in scène
in een karos
met paarden
door de nacht gedekt
naar een bestemming
die zich raden liet.

De modelspoorlijn
bracht mij binnen
een pygmeeënbos.

Bij de kinderboerderij
de welkomstpapegaai
door zijn slavenenkelband
gehouden aan
zijn toonloze triangel
de tropen
uit zijn veren gelopen
weggezet
als plumeau.

De geitjes gelukkig
even onnozel gebleven.

Uit het zwembad
blijft mij iets roepen
onverstaanbaar
onsamenhangend
over de groene hagen heen
het diepe in
het warme diepe in.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Er gaat niets boven…

De ‘Oale Grieze’ (de Oude Grijze, voor de
niet-Noorderlingen onder ons), een beeld waar
de rechtgeaarde ‘stadjer’ wat week van wordt.

Het is al even geleden (18 dagen! Dat is in deze snelle digitale wereld al een eeuwigheid!) dat ik iets van me heb laten horen op dit weblog, dus het wordt hoog tijd dat ik een item de ether inslinger. En wat is dan een mooier onderwerp dan mijn geliefde woonplaats Groningen?

Volkskrant-verslaggever voor het Noorden Jurre van de Berg (en ooit mede-Dichtclublid) schrijft vandaag (26 juni 2017) een artikel over het fenomeen dat menigeen met vuur/vertedering vertelt over zijn studietijd in de Martini-stad, maar dat zeven op de tien afgestudeerden het Noorden verruilt voor de Randstad, om de voor de hand liggende reden dat daar meer werk is.

Met aantrekkelijke multinationals als IBM en Google (dat niet zo lang geleden in de Eemshaven is neergestreken) in de ommelanden van Groningen vervalt die reden enigszins.

Toch komen afgestudeerden die de ‘Oale Grieze’ en de Grote Markt de rug hebben toegekeerd er meestal niet terug.

Door een ‘Groninginnedag’ in het leven te roepen (knullig genoeg vermeldt het artikel trouwens niet wanneer Groninginnedag valt, daarvoor moeten we HIERR re rade gaan (de eerste editie was dus op 24 juni), worden ex-Stadjers weer naar hun voormalige honk gelokt – voor even; een beetje zoals een zuiderling door het carnaval terug naar zijn roots gaat.

Ikzelf ben na mijn studie Franse taal- en letterkunde ‘gewoon’ in Groningen gebleven; aanvankelijk praatte ik mezelf aan dat ik weg moest, anders ‘bleef ik maar hangen’; hup, boeltje oppakken, zo hield ik mezelf voor, en snel naar naar Amsterdam of Utrecht, want ‘daar was het te doen’.

Maar al snel kwam ik erachter dat ik helemaal niet weg wilde uit mijn geliefde woonplaats. Je had hier toch alles? Een fantastische muziekscene (Eurosonic! Noorderslag!), een geweldig filmaanbod en een levendige dichtscene. En het was hier gemoedelijk, overzichtelijk, iets wat je van Amsterdam of Rotterdam toch niet kunt zeggen, hoe fantastisch die steden ook zijn.

Als ik moest optreden in het Westen (iets wat helaas niet zo vaak voorkwam), dan pakte ik wel de trein. ‘Na gedane zaken’ keerde ik maar al te graag naar Groningen terug.

Inmiddels woon ik alweer 31 jaar in Groningen en ik hoop daar nog minstens zoveel aan vast te plakken. Tegen die tijd zal ik alleen niet meer zo vaak op Eurosonic te vinden zijn…

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Poesiealbum

Een ‘poesiealbum’ (natuurlijk is het ‘poëziealbum’, maar toen ik jong was, zei niemand dat)

Leuke, herkenbare column vandaag (8 juni 2017) in De Volkskrant van Sylvia Witteman, in de rubriek ‘Lexicon der onterecht vergeten woorden’. Het woord dat ze deze dag in het zonnetje wil zetten is ‘poesiealbum’. Uiteraard, zoals Sylvia zegt, was de officiële term voor zo’n poezelig, typisch meisjesvriendenboekje ‘poëziealbum’, maar geen hond die dat zei in die tijd.

Als schooljongen van tien, elf heb ik ook menig suikerzoet versje in zo’n album geschreven. Wat dachten jullie van: ‘Er zat een kameeltje aan het strand/Dat poetste zijn tandjes met zuiver zand/O Marian, laat je hartje zo rein/ Als de tandjes van dat kameeltje zijn’.

Ik kan me voorstellen dat jullie na het consumeren van die kleverige regels lichte braakneigingen krijgen.

Wat ik altijd wel een aandoenlijk versje vond was (en dat ik nog wel eens tegenkwam in een poesiealbum): ‘Als je eens als grootmama/Deftig zit naast grootpapa/Denk dan eens met stil geluk/Aan de schrijfster van dit stuk’.

Ik vond het beeld van die stijfjes gezeten oude vrouw naast haar man nogal potsierlijk en ook dat bepaald aanmatigende idee dat dat mijmerende oude besje de spaarzame tijd die haar nog restte zou vullen met terugdenken – en dan ook nog met ‘stil geluk’! – aan de jeugdvriendin die ooit een paar regels in haar vriendenboekje had geschreven.

Een tijd geleden kreeg ik het ‘poesiealbum’ van mijn zus onder ogen. Daar had mijn vader ook iets in geschreven; het was een kwatrijn van – ik meen – Hendrik de Vries: ‘Daar blijven op aarde twee vragen/Waar wijzen geen antwoord op weten/Hoe moet men het leven verdragen?/En hoe moet men leren vergeten?’

Deze regels kregen voor mij een wrange bijsmaak bij de gedachte dat ze opgeschreven waren door iemand die op latere leeftijd geplaagd zou worden door dementie en alzheimer.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Een dagje Schier


Fietskaart van Schiermonnikoog die iedereen meekrijgt
die een fiets huurt bij Soepboer (klik op de foto voor een VERGROTING)

Nog even over gisteren (5 juni 2017). Ik was toen op Schiermonnikoog voor een dag. Omdat meer mensen dat idee gekregen hadden, waren er extra boten en daarop aansluitende bussen ingezet.

Een dagje Lytje Pole (de bijnaam die de eilanders aan hun gezellige zandbank geven), dat is: lekker uitwaaien aan het strand, brood mee, fietsen huren bij Soepboer, koffie drinken bij Van der Werff, over schelpenpaadjes knerpen, de rode vuurtoren op de foto zetten, fietsen inleveren en dan, rozig van de rosé op het terras van bijvoorbeeld strandpaviljoen Noderstraun, dommelen op de boot van half acht terug naar vaste wal. Oftewel: kneuterig maar oergezellig vertier.

Op Schiermonnikoog valt er niet te ontsnappen aan elkaar, dus geheid dat je mensen die je ’s morgens vroeg op de boot hebt gezien in de loop van de dag ergens weer tegenkomt. Niet dat dat heel erg is, trouwens, want de sfeer is heel gemoedelijk, maar voor sommigen kan zo’n onvermijdelijke confrontatie beklemmend zijn.

Gisteren bedacht ik wel: iedereen doet hetzelfde hier, vanaf het aflopen van de boot tot het weer inschepen zijn de ervaringen van alle dagjesmensen zo’n beetje inwisselbaar. Goed, de een zal de nadruk leggen op fietsen, een ander zal vooral willen wandelen en weer een ander zal het uitstapje naar dit dwergeilandje aangrijpen om te vogelen (tot die laatste categorie behoor ik).

Zo’n spectaculaire waarneming als bijna een jaar geleden mogelijk was geweest had ik de ‘vogelvangst’ niet verwacht (toen werd er namelijk een lammergier gespot op Schier), maar ik had stilletjes wel gehoopt op meer dan de vogels die geheel volgens verwachting voor mijn verrekijker verschenen: lepelaars, hoe mooi ook, ja, daar kon je hier, aan de Westerplas, op rekenen en ook de bruine kiekendief is geen verrassing op een Waddeneiland (hoewel ik blij was dat ik hem zag van behoorlijk nabij, laat dat duidelijk zijn). Speciale vermelding verdienen de bergeendkuikens die zich in grote getale om hun ouders groepeerden.

Toen we bij de Berkenplas langs fietsten, moest ik onwillekeurig denken aan het schoolreisje dat ik vierenveertig jaar geleden had gemaakt met mijn klas. Verscheidene van mijn toenmalige klasgenoten waren al niet meer onder ons – al jaren niet meer. Toen ik dat bedacht, trapte ik met hernieuwde kracht tegen de duinen op, terwijl ik kort daarvoor nog aan mijn vrouw had opgebiecht dat ik ‘pap in de benen had’. En ik dacht: hoe weinig avontuurlijk ook en hoe eenvormig de ervaringen ook zijn op dit eiland, ik hoop ze nog vaak te mogen hebben.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Mannen en vuur

Vandaag (26 mei 2017) is the day after. Gisteren voer JC ten hemele en AD vierde zijn verjaardag. Zo deed ieder het zijne op 25 mei.

Op de avond van Hemelvaart zat ik met mijn verjaarsgezelschap rondom een vuurpot en declameerde onderstaand gedicht dat ik de dag vóór mijn 54e verjaardag had geschreven:

Het vuur en de mannen

Mannen willen
in vlammen staren
niet hoeven praten
en drank
in schedels gieten.

Mannen willen
vlammen voor hen
zien dansen
heet, grillig, onvermoeibaar.

Vonken zien opspringen
vuurvliegjes die even
naar de hemel reiken
en dan uitdoven.

Mannen willen vlammen
om takken zien likken
zo lang in de vlammen kijken
dat ze ’s nachts in hun bed
achter hun oogleden
het vuur nog zien branden.

Mannen vormen
een gesloten cirkel
om de gloedplaats heen
en wisselen woorden in
voor geknisper en geknetter.

Uit hout ontsnappende
sissende sappen
lessen een dorst
en de andere
houden ze zelf
in de hand.

Mannen willen alle lucht
sparen voor het vuur.

Mannen laten
hun stemmen doven
om het vuur
te laten spreken.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Follow Us

facebooktwitterby feather