Posts made in juni, 2017

La belle époque

De hele dag draait de zon om haar heen. Zij trekt zich terug onder een fleurig hitteschild. Als gierennekken buigen de telelenzen naar haar toe, hengelend naar een brokje van haar vlees. Maar zij is van plan haar huid duur te verkopen.

Ze klemt de zon als een schijfje citroen op de rand van haar cocktailglas, laat de zonsondergangskleuren met elkaar spelen.
Ze tuurt naar het verschiet door de piratenkijker van het lege glas.
Als een hond ligt de zee aan haar voeten. Een vlinder landt op haar borst – levende broche, voor even.

Hier denk je er niet aan dat er een adertje knappen kan in je hoofd, of dat er een propje blijft steken in je bloedvaten, net zomin als je gedachten uitgaan naar het rioolbuizenstelsel onder de houten vloer van het strandpaviljoen. De ergste botsing hier is die van ijsblokjes tegen elkaar.

’s Avonds in de cabrio, stapvoets over de boulevard, legt ze haar hoofd in haar nek, zoals ze in een kapsalon haar haren ter wassing aanbiedt.
Ze ziet het oplichtende sterrenstof, de zee die kopjes geeft tegen de kade, ze hoort de palmenbladeren langs elkaar strijken, ze hoort de krekels hun vleugels wrijven tegen elkaar en ze weet: deze nacht zal even peilloos verlopen als de vorige – en de volgende.
Ze zal meegezogen worden, zich ‘s morgens even een adempauze gunnen op een badhanddoek en vanaf dat vliegende tapijt weer worden opgenomen in de volgende kolking.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Hoogzit

Ik zit op mijn houten troon. Hoewel ik de positie van umpire heb ingenomen, wil ik over niks oordelen. Ik zit en beschouw. Ik heb geen geweer, zelfs geen fototoestel; ik laat alle dieren die onderlangs mijn zitplaats scharrelen ongemoeid.
Als ik maar lang genoeg wacht in mijn hut-op-stelten zal het heideveld aan mijn voeten onderstromen en veranderen in moeras. Dat is niet goed, dat is niet fout, het gebeurt gewoon. Er treedt een nieuwe toestand in, dat is alles wat je ervan kunt zeggen.
De adder die nu in de zon ligt te stoven zal een veilig heenkomen moeten zoeken – of hij zal sterven. Moeten we zijn aftocht betreuren? In zijn plaats zal de ringslang kronkelen.
Het water zal verder stijgen. Dan zal ook de ringslang het veld moeten ruimen. Vissen zullen die leegte opvullen.
Het waterpeil zal nog verder rijzen, tot de golven tegen mijn voetzolen klotsen. En nog zal de opwaartse gang van het water niet te stuiten zijn. Het zal zo hoog komen dat mijn knieën nog net boven de waterspiegel uit komen, zoals de ruggen van een schildpad.
Nog maar kort geleden kon ik mij verheven voelen boven de dingen – maar die zijn allemaal ondergelopen. Wat ooit bovenwereld was is onderwereld geworden.
Eerder had ik nog kunnen ontsnappen; nu is het daarvoor te laat. Ik zit geïsoleerd in mijn stuurhut op een spiegelvlakte die zich uitstrekt tot zover het oog reikt.
Ik zou mezelf op mijn observatiehut kunnen hijsen, zoals mensen tijdens een watersnoodramp op de nok van hun huizen klimmen. Maar ik blijf zitten.
Door de kou van het water raken mijn benen verstijfd. Na mijn benen worden romp en schouders ondergedompeld.
Dan reikt het water tot mijn lippen.
Aan de klim van het water lijkt geen eind te komen. Het staat nu tot mijn neusgaten. Als het mijn neus binnendringt, blijf ik tot het laatste moment hopen dat er kieuwen achter mijn oren zullen openspringen.
Wanneer dat niet gebeurt en mijn longen waterzakken worden, zie ik de wereld zoals ik die gekend heb vׅóór de overstroming wegzakken op de bodem van de nieuwe wereld. Dat is niet goed, dat is niet slecht, het is niet jammer, het is gewoon een nieuwe toestand.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Er gaat niets boven…

De ‘Oale Grieze’ (de Oude Grijze, voor de
niet-Noorderlingen onder ons), een beeld waar
de rechtgeaarde ‘stadjer’ wat week van wordt.

Het is al even geleden (18 dagen! Dat is in deze snelle digitale wereld al een eeuwigheid!) dat ik iets van me heb laten horen op dit weblog, dus het wordt hoog tijd dat ik een item de ether inslinger. En wat is dan een mooier onderwerp dan mijn geliefde woonplaats Groningen?

Volkskrant-verslaggever voor het Noorden Jurre van de Berg (en ooit mede-Dichtclublid) schrijft vandaag (26 juni 2017) een artikel over het fenomeen dat menigeen met vuur/vertedering vertelt over zijn studietijd in de Martini-stad, maar dat zeven op de tien afgestudeerden het Noorden verruilt voor de Randstad, om de voor de hand liggende reden dat daar meer werk is.

Met aantrekkelijke multinationals als IBM en Google (dat niet zo lang geleden in de Eemshaven is neergestreken) in de ommelanden van Groningen vervalt die reden enigszins.

Toch komen afgestudeerden die de ‘Oale Grieze’ en de Grote Markt de rug hebben toegekeerd er meestal niet terug.

Door een ‘Groninginnedag’ in het leven te roepen (knullig genoeg vermeldt het artikel trouwens niet wanneer Groninginnedag valt, daarvoor moeten we HIERR re rade gaan (de eerste editie was dus op 24 juni), worden ex-Stadjers weer naar hun voormalige honk gelokt – voor even; een beetje zoals een zuiderling door het carnaval terug naar zijn roots gaat.

Ikzelf ben na mijn studie Franse taal- en letterkunde ‘gewoon’ in Groningen gebleven; aanvankelijk praatte ik mezelf aan dat ik weg moest, anders ‘bleef ik maar hangen’; hup, boeltje oppakken, zo hield ik mezelf voor, en snel naar naar Amsterdam of Utrecht, want ‘daar was het te doen’.

Maar al snel kwam ik erachter dat ik helemaal niet weg wilde uit mijn geliefde woonplaats. Je had hier toch alles? Een fantastische muziekscene (Eurosonic! Noorderslag!), een geweldig filmaanbod en een levendige dichtscene. En het was hier gemoedelijk, overzichtelijk, iets wat je van Amsterdam of Rotterdam toch niet kunt zeggen, hoe fantastisch die steden ook zijn.

Als ik moest optreden in het Westen (iets wat helaas niet zo vaak voorkwam), dan pakte ik wel de trein. ‘Na gedane zaken’ keerde ik maar al te graag naar Groningen terug.

Inmiddels woon ik alweer 31 jaar in Groningen en ik hoop daar nog minstens zoveel aan vast te plakken. Tegen die tijd zal ik alleen niet meer zo vaak op Eurosonic te vinden zijn…

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Zuigen

Ze dook op uit een ver, smoezelig verleden, zoals een stervende brasem aan de oppervlakte van een vervuilde vaart.
Ik zag een onbekend nummer in het schermpje van mijn telefoon en ik aarzelde: opnemen of niet?
Het was als met het nummer van een lot uit de loterij: het kan je leven veranderen, maar achteraf was het verstandiger geweest het meteen weg te gooien, omdat je er toch niks mee won. Het had je een hoop ergernis en ellende bespaard.
Ze viel bij me binnen en na een kwartier had ik me al door misbruik, mishandeling, drankzucht, werkloosheid en gedwongen abortus heen geluisterd.
Ik moest opletten: deze lamprei had zich al eens aan mij vastgebeten – met succes.
Waarom belde ze mij? Had ze geld nodig? Als dat zo was, liet ze het niet doorschemeren. Stelde ze belang in mij? Dat bleek uit niets.
Door de rode knop te bedienen kon ik haar het zwijgen opleggen, laten verdwijnen, zoals een beul met één handbeweging de elektrische stoel in werking zet. Maar ik was haar genadig. Ik kon haar op elk gewenst moment wegdrukken.
Niet dat ik van die macht genoot, want in het kielzog van haar woordenstroom dreven allerlei wrakstukken mee van lang geleden. Ik moest daar behoedzaam omheen laveren om hier ongeschonden uit te komen.
Het lukte me dan toch me los te wringen uit de knellende band die ze om mijn hoofd legde. Ik deed de toezegging haar te ontmoeten, op neutraal terrein.

Ik heb ondertussen haar telefoonnummer geblokkeerd, anonieme oproepen beantwoord ik niet, ik kom zo weinig mogelijk mijn huis uit en als ik de post doorneem, beginnen mijn handen te trillen.
Zij is een gijzeling begonnen, maar tot op de dag van vandaag weet ik niet wat het losgeld is.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Merkteken

Voor één oom blijf ik
zijn leven lang
het mispuntneefje
dat stiekem
zijn in huiskamer
rondrennend zusje
pootje haakte
zodat ze het patroon
van de kokosmat
ingeprent kreeg.

Uit haar voorhoofd
is dat merkteken
al snel weer verdwenen.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Follow Us

facebooktwitterby feather