Posts made in februari, 2017

Majesteit

Een godin
liet de witte stola
glijden van haar
hemelse schouders
en stond daar toen
in volle présence
in de
doorluchtige koepeltent
waar een koord voor haar
de grens was tussen
twee oneindigheden.

Wij keken op
en de adem
gleed ons terug
in de keel.

Haar machtigstille voortschrijden.

Even legde elk ding
op de wereldwijde zonneweide
zich bij zijn schaduw neer
lag ermee in evenwicht.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De dichter een dronken schip

Le bateau ivre1

Vandaag (26 februari 2017) las ik tijdens het ochtendlijke koffiedrinken de zaterdageditie van De Volkskrant, zoals het een hoogopgeleide, vaak vrolijke en soms boze witte man betaamt. Daarin stuitte ik, in de bijlage Sir Edmund, op deze column van Arjan Peters.

Arjan Peters stipt daarin alleen maar even aan dat onze varende dichterprins Slauerhoff enkele strofen van het honderd regels tellende gedicht Le Bateau Ivre van Arthur Rimbaud heeft vertaald, maar wanneer ook maar ergens de naam van Arthur Rimbaud valt, spitsen mijn oren zich onmiddellijk.

Zoals Sigmund Freud onze grote schrijver Willem Frederik Hermans de ogen opende naar innerlijke vergezichten (zo lees ik in diezelfde Sir Edmund-bijlage), zo was Rimbaud voor mij eenzelfde eyeopener of, om het toepasselijker te zeggen, celui qui m’a ouvert les yeux.

Je bent een romantische jongeman die zelf ook al jaren dicht en daarbij droomt van verre landen, je woont in een dorp waar geen ene reet te beleven valt en dan vallen de woorden van een geniale rebelse puberdichter in goede aarde.

Ik maakte kennis met Rimbaud tijdens mijn allereerste reis naar Londen in 1980, via de voortreffelijke biografie over de poète-voyant (dichter -ziener) van Enid Starkie.

Er waren wel enkele overeenkomsten tussen de grote dichter uit Charleville en de iets minder grote dichter uit Tietjerk: we waren beiden zeventien, alle twee dichter (al was hij wat beter dan ik…) en beiden gingen we, in gezelschap van een ouder iemand (in mijn geval mijn broer), via Oostende naar Engelands hoofdstad. En de beide broers Degen verloren zich dan wel niet in zulke uitspattingen als de beide Franse dichters, maar in de Londense pubs lieten ook wij ons niet onbetuigd…

Tot dat moment had ik nog niets van Rimbaud gelezen, maar intuïtief voelde ik aan dat deze dichter mij veel te zeggen had. En dat klopte helemaal. Na die vakantie in Londen ging ik naar Frankrijk, las er de biografie van Starkie en kocht er mijn eerste gedichtenbundel van het wonderkind uit de Ardennen. En was meteen verkocht.

Hoewel ik nog lang niet alles begreep (mijn kennis van het Frans was nog niet op het huidige peil), bliezen de raadselachtige zinnen van de Illuminations (een bundel prozagedichten van Rimbaud) mij omver.

Ik las toen ook Le Bateau Ivre, het laatste gedicht dat Rimbaud componeerde in de strakke vorm die werd voorgeschreven door de Parnasse-beweging waar Rimbaud aan het begin van zijn carrière grote bewondering voor had; daarna zou hij zich van het strakke, knellende keurslijf van de vormvastheid bevrijden (en de Parnassiens gaan bespotten).

Na al die jaren vind ik het misschien wel het mooiste gedicht van Rimbaud en, vooruit, in één moeite door, het mooiste gedicht uit het Franse taalgebied. Juist door de spanning van de strakke versvorm, de – jawel – exuberantie van verrassende en bevreemdende beelden en de (tot mislukken gedoemde) hang naar vrijheid verlenen het gedicht zijn charme.

Het dronken schip bevat prachtige zinnen als

*Et j’ai vu quelquefois ce que l’homme a cru voir! (En soms zag ik wat de mensheid meende te zien)

*J’ai heurté, savez-vous, d’incroyables Florides (Ik stootte, weet u, op fantastische Florida’s)

*Je regrette l’Europe aux anciens parapets! (Ik verlang terug naar het Europa met zijn oude omwalling!)

Hoewel het gedicht al bijna anderhalf eeuw oud is, is het prima te lezen (mits je uiteraard beschikt over een uitgebreide woordenschat in het Gallische dialect).

Maar goed, wie leest er nog Frans (laat staan Franse poëzie?) in dit land? (‘Nou niet zuur worden, opa, het ging juist zo goed!’)

Arthur Rimbaud is wereldberoemd, maar als je een willekeurige klas op een middelbare school binnenstapt, zal de naam ‘Rimbaud’ geen bel doen rinkelen. Hoewel… toch wel: een beginnende docent in Nederland vroeg eens dapper of zijn leerlingen Rimbaud kenden. O ja hoor, klonk het van verschillende kanten, die kennen we wel! Rambo, van die actiefilms in Vietnam…

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Beslissend punt

Die hele partij
had ik al
buitencategorie geslagen.

Vanuit de hoogte
had Jacco Elting
mijn slagen bijgestuurd.

‘Door de knieën,
kijk naar de bal,
schouder naar het net,
verplaats je gewicht steeds
naar voren.’

En toen: ’t beslissend punt.
De wereld trok samen
om de parallellen en meridianen
van mijn racket.

Rondom mijn slagwapen
was windstilte.
De slinger stond
op zijn hoogste punt.

In mijn hijgen
kroop een snik mee omhoog
omdat Jacco er niet bij kon zijn.

Alle technieken
van hem geleerd
kwamen samen
simultaan.

Eindelijk eens
op tijd bij de bal
in het hart
van mijn bespanning
ver genoeg
door de knieën
en uitgezwaaid
volgens het boekje.

Meteen na afloop
moest ik
de sporen uitwissen
van de strijd.

De rest van mijn speeltijd
nabeschouwing
van die ene bal.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Neem uw rugzak op, en wandel!

Gezicht op St. Odiliënberg Gezicht op Sint Odiliënberg (klik op de foto voor een VERGROTING)

Nog even over het afgelopen weekend (17/18 februari 2017). Met goede vriend C. heb ik afgelopen vrijdag en zaterdag in ‘ós sjoeëne’ Limburg onze traditionele jaarlijkse Pieterpad-sessie gehouden.

Het Pieterpad volgen, dat is ‘kijken in het gezicht van Nederland. Het is een ontdekkingsreis, kán dat zijn, als we de ogen openhouden.’ Dat staat in het voorwoord van mijn Pieterpad-wandelgids en, zoals Heer Bommel zou zeggen, ‘daar houd ik mij aan.’

Het Pieterpad volgen, dat is uren achter elkaar lopen, langs weilanden en akkerzomen over karrensporen, bospaden en veldwegen, en als een marskramer terugvallen op de oudste en ‘eerlijkste’ manier van voortbewegen, met alles wat je voor die dagen nodig hebt op je rug.

Opvallend is dat je niemand onder de veertig tegenkomt; het Pieterpad lijkt iets voor ‘krasse knarren’, de jeugd laat het langeafstandspad massaal links liggen. Toch wat merkwaardig, want je krijgt je eigen land te zien zoals je het anders nooit ziet en het is een ideale manier om te – excusez le mot – onthaasten.

Voor enkele dagen worden afstanden weer teruggebracht tot ‘zoveel uur gaans’, even is er geen Inbox meer die zo nodig geleegd moet worden en tussen de roerloze eiken, die als mastadontpoten uit een andere tijd oprijzen kun je voor even de illusie hebben dat het jachtige leven aan je voorbijtrekt, zoals de auto’s voorbijrazen die je helaas maar al te vaak onderweg hoort.

Goede vriend C. en ik pakten de draad op waar we hem ongeveer een jaar geleden hadden laten vallen: in Venlo. De eerste dag was het te lopen traject Venlo-Swalmen, de tweede dag van Swalmen naar Montfort. Beide keren betekende dat een voettocht van 22, 23 kilometer. En in ons geval stond dat beide dagen voor 4½ uur netto looptijd. Een aardige ‘benenstrekker’ voor vijftigplusmannen!

We voerden gesprekken, mijmerden, hadden even gemoedelijke als vluchtige ontmoetingen, dronken en spraken ’s avonds verder. En gingen ‘met de kippen op stok’.

De ‘loopdagen’ waren dus bepaald prettig, maar op de dag van afscheid sloop er een donkere toon in het weekeinde. Op het perron van station Nijmegen keek ik namelijk op de mededelingenborden, om te zien vanwaar mijn aansluitende trein zou vertrekken. Daarop stond dat er vertraging was op het traject Assen – Groningen in verband met ‘aanrijding met persoon’. Wat een leed schuilt er achter die drie simpele woordjes!

Ik raakte hierover in gesprek met een N.S.-medewerkster. Zij vertelde mij dat er eens iemand van de Waalbrug was gesprongen. Een daardoor gedupeerde treinreiziger was daarop bij haar gekomen, witheet, en hij had haar toegeblaft: ‘Kunnen ze dat niet buiten de spits doen?!’

Als ik zoiets hoor, dan begrijp ik Joussenels overpeinzing: ‘Plus on apprend a connaître l’homme, plus on apprend a estimer le chien.’ (Hoe beter ik de mens leer kennen, hoe meer ik de hond leer achten). Doch dit terzijde.

In de trein naar Assen werd mijn mensbeeld weer positief bijgesteld door de ontmoeting met een aardige vrouw. Zij dacht er zelfs over mijn onvolprezen prachtboek De geluksverdeling aan te schaffen en te lezen. En ja, dan keert een naar somberheid neigende stemming natuurlijk weer geheel ten goede!

Nog twee trajecten te gaan en wij tikken de Sint-Pieterberg aan!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Ga toch hosselen, mens!

Fokke en Sukke zijn moeilijk plaatsbaar

Nog even over gisteren (15 februari 2017). Toen stond er in De Volkskrant in het katern Brieven een Brief van de dag van ene Karin Bruines.

Die brief gaat over het taaie gevecht van de oudere sollicitant om een baan te vinden. Zelf kende ik ook eens mijn moment of fame met een Brief van de Dag in De Volkskrant over hetzelfde onderwerp, doch dit geheel terzijde.

De 47-jarige Karin Bruines kreeg op haar sollicitatiemails ook vaak te horen ‘Past niet in het profiel’.

Ik herken dat wel; ik kreeg op een gegeven moment zelf zo vaak deze gigantische dooddoener in mijn Inbox dat ik eens, in een dolle bui, een mail heb teruggestuurd aan een of ander non-descript bedrijf dat ik zo langzamerhand het gevoel kreeg dat ik behoorlijk uniek was, aangezien ik werkelijk in geen enkel profiel paste.

Zoiets is natuurlijk alleen voor je eigen genoegdoening, want je lost er niks mee op en je krijgt er zeker geen baan door (al hoop je dat idioot genoeg stiekem ook nog een beetje).

Na een aantal sparsessies met een loopbaanbegeleidster nam ik het kloeke besluit gewoon maar te stoppen met solliciteren, aangezien ik dat wel tot sint juttemis had kunnen blijven doen, zonder ook maar enig resultaat.

Ik ben gaan netwerken, heb enkele interessante deeltijdfuncties als docent Frans gekregen en verder ben ik gaan ‘hosselen’ (je kostje bij elkaar scharrelen): dat betekent concreet dat ik mijn geld ook probeer te verdienen (of dat lukt is een tweede) met allerlei, uiteenlopende klussen.

Een onzeker bestaan? Zeker, maar ach, het bestaan was toch al onzeker. Daarom: moedig voorwaarts! Dan maar als hosselaar!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather