Posts made in december, 2016

Orgasme, goed voor u!

vrouw-schreeuwt-nog-harder Op deze foto zie ik veel positieve effecten.

Ik zat vandaag (18 december 2016), op de drempel van de nieuwe werkweek, te denken: wat kan ik jullie nou meegeven om het weekend passend uit te luiden? Nou, dit! Het hebben van een orgasme heeft ‘veel positieve effecten’ (trap open die open deur!). Ja, jongens en meisjes, dat klapt er even in, zo op de zondagavond!

Trouwe lezertjes van mijn weblog weten dan alweer hoe laat het is: we hebben hier opnieuw een onderzoek bij de kop Waar We Al Lang Op Zaten Te Wachten En Dat De Mensheid Vooruit Helpt.

‘Een orgasme heeft vooral te maken met eenheid. Het creëert een band met de partner’, zegt seksuoloog Goedele Liekens tegen NU.nl en dan is het WAAR. Goedele, meid, hoe kóm je erop. Goedele opent echt horizonten die voor anderen gesloten blijven.

‘Ook belangrijk om tot een orgasme te komen is ontspannen zijn’, vult seksuoloog Eveline Stallaart aan. Poeh, poeh; ook een inzicht waar we zonder specialisten nooit op gekomen zouden zijn.

Prettige bijvangst bij het bereiken van ‘het eerste station naar de eeuwigheid’ (Reve dixit) is trouwens dat het niet minder dan een panacee (een middel tegen alle kwalen) is:

‘Mannen hebben minder kans op prostaatkanker bij veel orgasmes. Daarbij komen bij mannen en vrouwen de hormonen dopamine en oxytocine vrij, die een beschermend effect tegen kanker en hartziekten hebben. Daarbij helpt het hebben van een orgasme tegen stress. Ook werkt het als pijnstiller bij migraine en hoofdpijn.’

O ja: aanstaande woensdag (21 december) is het Wereldorgasmedag. Het is maar dat jullie het weten. Wat daar de bedoeling van is? Nou, dit:

‘Al die miljoenen of miljarden orgasmes moeten zorgen voor een enorme hoeveelheid positieve energie’, staat er te lezen op Rubriek.nl (wie kijkt er niet dagelijks op?).

Of, zoals het heet op de ‘officiële’ website globalorgasm.org (of ‘.cum’:-)

‘We ask you to dedicate your orgasms on this day, and everyday, to World Peace.’

Dus, mensen, aan het werk op de kortste dag (en, gnuif, gnuif, de langste nacht) van het jaar. Zucht, kreun en gil. Alles voor de positieve energie en de wereldvrede!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De tael is gansch het volk

fokke-en-sukke-woord-van-het-jaar-2009

De laatste weken van 2016 houden we ons bezig met het populairste en het irritantste woord van het afgelopen jaar. Wat jullie zeggen: als we ons daarmee onledig houden, dan valt het allemaal nog wel mee.

Ook in Oostenrijk en Duitsland doet men aan deze uitverkiezing van het troetelwoord van het afgelopen jaar (waarbij ik me dan afvraag waarom onze oosterburen zo’n apoëtisch, ambtelijk woord als ‘postfaktisch’ hebben gekozen. Doch dit terzijde.).

En behalve deze woord(s)electies kom ik vandaag nog dit artikel tegen; de organisatie van het radioprogramma Taalstraat zal morgen (10 december 2016) een heus ‘Vergeetwoordengala’ houden, waarin schilderachtige woorden als ‘habbekrats’, ‘labbekak’ en ‘watjekouw’ nog eens in het zonnetje gezet zullen worden (waarna ze wellicht voorgoed in de vergetelheid weg zullen glijden). Ik hoop trouwens dat ze het woord ‘hassebassie’ tijdens dit feest van het vergeten woord niet zullen overslaan.

En dan heb ik de taalrubriek Taalgebruik!(met de subrubriek ‘Lexicon der onterecht vergeten woorden’) in de Volkskrant nog niets eens genoemd.

Oftewel, mensen: de taal leeft! En laten we daarom blij zijn, want, zoals de Vlaaamse taalstijder Prudens Van Duyse al zei: ‘De tael is gansch het volk!

UPDATE: Er is zelfs een Dordts woord van het jaar. Het moet niet gekker worden!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De Gieselgeer

Waar de duivelsstok in het water roert,
waar de donderpad schuins uit de modder loert;

Waar knistelkruid groeit, gamander, wiepeldoorn,
waar oempig de roep klinkt van de dompelhoorn;

Waar de loop over sluikpaden ploddig gaat,
waar de tijdsstroom hangen blijft achter het verlaat

Daar ligt het onland van de Gieselgeer.
Daar weerklinkt rauw zijn roep van derf en deer.

Daar dansen in slierten de witte wijven
het nachttij door met hun ijle lijven.

Wee, o wee, wie nu niet binnen muren is;
hij zal denken dat zijn hoofd aan ‘t guren is.

De garrelwind giert door het gagel.
Voeten dabben de nacht door in bragel.

Deze ommering is ilpig en driezelig.
Het weer wabbert er tussen gaal en miezelig.

In het zwerk is verloop, en het is rosse maan.
De henne neervogelen klapperen aan.

De ieze kalivaar en de narre tempeloer
liggen hier om midnacht op de loer.

De nachtraaf dompelt in dit oord van donk,
de grondeling strompelt van brak naar zonk.

Dit is het uur van de bietebauwen,
de viezevazen en de garsenauwen.

Arre spinsels omhangen duivelskoppen.
Druilende ronkels donkeren kale toppen.

In dit land van verdolf waar de moor rondronkelt
is menige reiziger ontijdig verstronkeld.

De lange wapper joelt als het nachttij waalt,
als de maan koloogt en de flodder dwaalt.

In dit dompe Land van Ongelegen
kwam men sinds lang geen sterveling meer tegen.

Maar langs vliet, door laak dolen al uren
twee onzichtig genevelde figuren.

Het zijn vader en zoon, van de kaart geraakt,
daar het allemanskompas hier stadig wraakt.

Hun stemmen verdoffen, wazen weg in de mist.
De ommelanden worden nog slechts gegist.

De zoon is zo bang dat bij hem elke hoofdhaar
uitgroeit tot voelhoorn voor loerend gevaar.

‘Vader, hoor je dan niet vlakbij dat gehuil?’
-‘Jongen, dat is gewoon de roep van de gloeruil!’

‘Nee, nee, het is de schreeuw van het Oele Moerbeest.’
-De vader wil niet denken aan wat zijn zoon vreest.

‘Ze noemen hem ook wel de Gieselgeer.
Wie hem tegenkomt, die zie je niet weer.

Waar hij langskomt hangen planten vol roetdauw.
Op hun blad kruipt zwadder en het weer wordt rouw.

Hij houdt zich op bij dobbes en konkels,
Hij krijgt zijn kracht van dollekervel, ranonkels.

Zijn ademtocht duivert door de struiken.
Waar hij gaat, begint het stilletjes te smuiken.

‘s Nachts krijgen paarden zomaar heksevlechten.
Zo kel worden ze, dat ze zich amber vechten.’

‘Vader, hoor jij ook remelen, heel dichtbij?
-‘Nee, dat is gesnuif van een paard in de wei.’

-De witte wieven hebben zich opgedrongen
en ze hebben de zoon lokkend toegezongen.

‘Word licht als wij, dan kun je met ons vliegen.
Kom toch bij ons slapen, wij zullen je wiegen.

Wij tillen je op tot waar je zinnen
een tintelnieuwe ommeloop beginnen.’

‘Vader laat mij maar los, laat mij gaan.
Daar, de Gieselgeer komt achter mij aan.’

Was zijn zoon al aan het ijlen geslagen?
Hij heeft hem snel opgepakt en weggedragen.

Bij elke stap is het of scheuten elvenschot
hem lammelings doorschieten, tot op het bot.

Hij strompelt langs driesland, waar het ruzelt en kwart,
waar een dwaalgast zich steevast in ladde verwart.

Hij kijkt op voor een ster, maar slechts een tegenmaan
is daar, laag aan de hemel, om op koers te gaan.

Over stroeve jaagpaden versnelt hij zijn loop.
En nergens verschijnt licht als een brandpunt van hoop.

Hij wijmelt door vliedland vol kraailook en ort
terwijl zijn zoon al zwaarder en zwaarder wordt.

Dan ontspringt – op zijn flanken woest vlokkende broes -,
een paard aan de nacht, dat klawiert door de droes.

Was dat een eunjer op de rosvale rug?
-De vader omklemt zijn zoon vaster, deinst terug…

De zwarte ruiter stoot in het voorbijgaan
een dorre lach uit, kijkt de vader wijlings aan.

Over hem valt de schaduw van de monnikskap.
Hij wankelt, wijkt terug, het is zijn laatste stap…

De loper die later in ‘t moeras rondstrijkt
denkt ginds een arm te zien die naar de hemel reikt.

Maar als hij schuchter dichterbij is gekomen
ziet hij slechts twee verknarde, vergroeide bomen.

‘t Is of aan de ielgoezen en zeekagen
de kruinen uit de zomp een uitweg vragen.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather