Posts made in juni, 2016

Levensmoed

Als zelfs moeders moeten sterven
vind ik het leven
definitief niet meer leuk.

Ik vond er al nooit veel aan
maar mijn moeder praatte
mij er altijd weer doorheen.

Zij hield mijn hart
aan de praat
wees de kruiden aan
die voor mij het beste waren.

Nu zij er niet meer is
laat ik mij gaan
in een vrije val.

Haar ‘Voorzichtig!’
‘Niet te hard!’
weerklinken hier niet meer.

Windgeruis en bloedgesuis
liggen in elkaars verlengde.

Niet verrast
niet verschrikt

zweef ik
aan haar zijde.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Hoe voetbal kunst werd

Cruijff in Colombes 1069 Johan Cruijff in het Stade de Colombes in Parijs, in 1969 in de beslissingswedstrijd tegen Benfica, in de kwartfinales van de Europa Cup I. Cruijff is op weg naar het Portugese doel en op weg naar een doelpunt (klik op de foto voor een VERGROTING).
© ANP

cruyff-genie-pop-despote-livre

Vandaag (30 juni 2016) te midden van allerlei ellendige nieuwtjes (ik doe maar een greep: dit en dit)
even een bericht over Johan Cruijff dat wat lichter van toon is:

Het gaat om een boek dat Chérif Ghemmour, een Franse (sport)journalist van Algerijnse afkomst, heeft geschreven over het voetbalgenie van de Lage Landen (het Volkskrant-artikel suggereert trouwens een beetje dat het om een nieuw boek gaat, maar dat klopt niet: ik vond een artikel uit november 2015 waarin er al sprake is van het boek over JC).

Waarom dit bericht nou juist op deze dag in de krant komt? Het is precies veertien weken na de dood van de grootste voetballer aller tijden, aldus Willem Vissers, voetbalverslaggever voor De Volkskrant. En dat is een goede reden, toch? Noem het een mini-gedenkjubileum.

De naam ‘Johan Cruijff’ (zijn achternaam in uitspraak verfranst tot ‘Kroeijff’) gonsde aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw in Frankrijk rond. Ghemmour, een jongetje van zes in die tijd, raakte in de ban van de man die voetbal verhief tot strategisch ballet.

Hij raakte gefascineerd door het Oranje-(totaal)voetbal en door de man die dat voetbal domineerde in het bijzonder. De sterrenstatus en het dienovereenkomstige gedrag van met name nummer 14 spraken hem bijzonder aan; voor hem (en zijn generatiegenoten) was Cruijff een soort popster.

In een vraaggesprek gaat Ghemmour helemaal los over de gratie, de lichtvoetigheid van Johan Cruijff. Zijn woorden spreken mij bijzonder aan; omdat het in het Frans is (altijd +1) en omdat ik mij kan vinden in zijn mateloze bewondering voor de onnavolgbare stijl van Cruijff. Kom er maar in, Chérif:

‘Cruyff, c’est la grâce à l’état pur. Je ne connais pas joueur plus élégant dans ses course (sic) et ses gestes.’ Oftewel: Cruijff, dat is gratie in zijn zuiverste vorm. Ik ken geen geen speler van wie de tred en de gebaren eleganter zijn.

En sprekend over de gracieuze manier van bewegen van JC heeft hij het over ‘une grâce féline qui donne l’impression de courir sur des coussins d’air, presque en lévitation.’ Dat wil zeggen: ‘[hij heeft] een roofdierachtige gratie die de indruk wekt alsof hij op luchtkussentjes loopt, bijna alsof hij zweeft.’

Ik kan me hier helemaal in vinden. Eenzelfde bewondering probeerde ik uit te drukken in mijn lofzang op de beste voetballer die deze planeet ooit heeft gekend in mijn gedicht Johan de Lichtvoetige, dat ik voor de gelegenheid nog maar eens van stal trek:

Johan de Lichtvoetige

Zijn voet schreef poëzie,
verhief parabool
tot stijlfiguur.

Hij schudde de zwaartekracht
af, zette zijn schaduw
op het verkeerde been.

Met de onmogelijke goal
vertrapte hij
de sterflijkheid.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Afwegen

In de dorpssupermarkt zie ik haar staan en
zie haar appels wegen, peren, bananen;
maar komt ze zo wel toe aan het balansen
van haar leven, haar geluk, haar kansen?

Ze staart van de kassa, met heiige blik
naar buiten. Op het klankbord toonloos getik
speelt ze voor degene die daar oor voor heeft
de rêverie van wat er stil in haar leeft.

Terwijl in mijn handpalm het wisselgeld glijdt
dat, verbeeld ik mij, iets van haar warmte geleidt
– levenslijnen dicht langs elkaar gestreken –

wil ik haar vragen met mij uit te breken
maar een lafheid die de naam ‘noodlot’ kreeg
maakte dat ik tegenover haar stond en zweeg.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Vogels van Nepal

red faced liocichia Dit prachtige vogeltje heet in het Nederlands de roodmaskertimalia.

Vandaag (20 juni 2016) – één dag voor de zomer officieel begint – kan ik natuurlijk eens echt op z’n Hollands losgaan over het vreselijke weer (‘er is twaalf tot vijftien uur regen voorspeld!’, dat belooft wat voor de zomer’, etc), maar daar zit niemand op te wachten.

Nee, dan heb ik het liever over het feit dat er in Nepal voor het eerst in 178 jaar een uitgestorven gewaand vogeltje is opgedoken, de Liocichla phoenicea, oftewel de roodmaskertimalia (nooit geweten trouwens dat deze vogel bestond).

Toegegeven, dit is geen brekend nieuws voor niet-vogelliefhebbers, maar verheugend voor alle mensen die onze gevederde vrienden een warm hart toedragen. En het deed me denken aan mijn eigen ornithologische ervaringen in de Himalaya-monarchie.

Tijdens een van de eerste dagen van een tweeweekse trek vlogen enkele rotskruipers voor mij langs; de eerste en tot nu toe enige keer dat ik deze prachtige bergvogels te zien zou krijgen.

Verder zag ik enkele parkietachtige vogels die ik op dat moment niet kon determineren, omdat ik geen goede vogelgids van het land had. Ik was daarom op zoek naar een bird guide specifiek voor Nepalese vogels. Die vond ik tegen het einde van mijn vakantie in de stad Pokhara.

Het was in een klein boekwinkeltje, waar er maar één medewerker aanwezig was en die zat achter de toonbank in een boek te lezen, met de rug naar mij toe.

Op een gegeven moment stuitte ik in een van de schappen op de gebonden vogelgids Birds of Nepal, zo’n beetje de bijbel voor vogelaars in Nepal. Ik keek op het schutblad om de prijs te zoeken: $ 285,- Wat?? was mijn reactie, dat kan niet kloppen, tweehondervijfentachtig dollar?

Ik ging naar de vrouw achter de kassa en vroeg of de prijs voorin het boek wel klopte. Ja, ze bevestigde de prijs die ik zojuist gelezen had.

Ik liep terug naar het rek waaruit ik het boek even daarvoor gepakt had. Ik keek achterom naar de toonbank, waar de vrouw zich opnieuw aan de lezing van haar boek had gezet. Ze zat weer met de rug naar mij toe.

Ik keek om me heen. Zij en ik waren de enige aanwezigen in het winkeltje. En we schrijven 1994 in Nepal, dat wil zeggen: er was geen camerabewaking en de boeken waren niet voorzien van een beveiligingschip die af zou gaan bij het passeren van een detectiepoortje.

Even flakkerde er een vals lichtje op in mijn ogen, een dwaallichtje zeg maar: als ik het boek in mijn rugzak zou laten glijden, zou – om in ornithologische sfeer te blijven – er geen haan naar kraaien. En wie had er nou belang bij een vogelgids? Ik wist het boek tenminste op waarde te schatten. En $ 285,- was heel veel geld…

Maar nee, de gedachte verdween even snel als ze was opgekomen; ik zou die vrouw ernstig duperen en als ik de vogelgids dan zo graag wilde hebben, moest ik maar wat meer traveler cheques aanspreken.

Ik heb het winkeltje verlaten zonder het boek en nu, na al die jaren, ben ik nog steeds blij dat ik het boek niet gestolen heb; ik zou met mijn bezwaarde geweten waarschijnlijk ‘klapekster’ gelezen hebben als ‘gapekster’, ‘steltkluut’ als ‘steeltkluut’ en ‘kiekendief’ als ‘boekendief’. Vogels determineren aan de hand van een boek dat je achterover hebt gedrukt… nee, dat voelt niet goed.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Treeske

Geruisloos van de liefde afgedreven
stoot ik tegen haar naam.

Ik moest haar lichaam
uit handen geven

haar laten lopen
het schoolplein af.

Buiten mij is ze grijs geworden.
Ik houd haar vast in kastanjebruin.

In het verlengde van de laatste wegwijzer
hadden wij de vrije taal moeten opzoeken.

Als we maar lang genoeg wachten
zien we elkaar weer bij de reünie.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather