Posts made in februari, 2015

Gerard Reve: (foto)genie

Reve in Greonterp
Gerard Reve te midden van parafernalia, waaronder enkele flessen drank ‘voor de instandhouding van het ‘image van drankzucht, verwording & ondergang’, zoals hij in een brief aan Josine M. schreef
© Eddy Posthuma de Boer

Vandaag (25 februari 20015) staat er een lang artikel over onze Grote Volksschrijver Gerard Reve in De Volkskrant (past goed: een Volksschrijver in de Volkskrant).

De aanleiding voor dit stuk is de verschijning van het fotoboek Door het oog van de tijd van de Amsterdamse fotograaf Eddy Posthuma de Boer. Posthuma de Boer ontmoette Reve vele malen en zijn poseersessies met de Grote Volksschrijver omspannen een periode van meer dan 40 jaar.

Over de fotogeniekheid merkt Posthunma de Boer op: ‘Zijn anatomie klopte, daar heb je als fotograaf oog voor. Hij had een goed gelaat, sterke handen ook. Een intelligent, geïnteresseerd gezicht. Had een politicus kunnen zijn.’ Mooie observatie, afgezien van die laatste zin die op mij wat bevreemdend werkt en waar Reve ook niet zo blij mee geweest moet zijn.

Reve was zijn tijd in meerdere opzichten ver vooruit: in de jaren zestig had hij al door dat een schrijver moet zorgen voor, wat decennia later door snelle marketingjongens rumour around the brand werd gedoopt; constante publiciteit rondom je persoonlijkheid, je ‘merk’ creëren en het doorlopend bouwen aan je imago. Wil het publiek een gekwelde, door drankzucht geteisterde auteur zien? Dan krijgt het publiek toch een gekwelde, door drankzucht geteisterde auteur! Of dat nou een waarheidsgetrouw beeld is of niet.

Zo omringde Reve zich met flessen drank, ‘voor de instandhouding van het ‘image’ van drankzucht, verwording & ondergang’, zoals hij in een brief aan Josine M. schreef. Terwijl de realiteit op dat moment nuchterder was: ‘Ik had in werkelijkheid 2 dagen geen druppel geproefd, want zodra ik alkohol in mijn lijf heb, ben ik niet fotosjeniek meer & krijgt ik iets bruuts, traags & dierlijks, terwijl mijn anders zo lieve kop door zwelling wordt ontsierd.’

Waarbij ik aanteken dat ik Reve’s eigenzinnige spelling heb gehandhaafd, inclusief het typische jarenzeventigachtige ‘fotosjenieks’. Reve wilde graag unzeitgemäß, tegen de tijdgeest zijn, maar ook hij ontkwam er natuurlijk niet aan af en toe ook het kind van zijn tijd te zijn.

‘Over de late foto’s hangt de schaduw van Reve’s alzheimer’, staat er in het Volkskrant-artikel. Ik betrap mezelf erop dat ik niet graag naar foto’s van hem kijk uit die periode waarin de sluipmoordenaar Alzheimer gaten sloeg in zijn geheugen en hem tenslotte het schrijven onmogelijk maakte. Naar aanleiding van het boekje De nadagen van Gerard Reve dat Ad Fransen schreef over de ‘geistige Umnachtung’ van de Grote Volksschrijver maakte ik ooit het volgende gedicht:

Levende legende

‘Ik moet nodig weer eens beginnen.’
Het nieuwe boek blijft hangen.
De schrijver voor wie het geheugen
een kwelling was
herkent zijn bevrijder niet:
Stukken hersenschors drijven
in troebel oogwater.
Op zijn verjaardag geen jaartje ouder
opgenomen in tijdloosheid.
‘Als ik doodga
word ik onverdwijnbaar,
of hoe heet dat ook alweer?’

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Korte adem, dus kort verhaal

kort verhaal
Dit geldt voor veel lezers.

Vandaag (22 februari 2015) staat er een artikel op nu.nl over de Ierse schrijver Kevin Barry (nog nooit gehoord van die man laat staan een letter van hem gelezen. Shame on me?). Hij is in ons land voor de promotie van de Nederlandse vertaling van zijn verhalenbundel Dark lies the island (in het Nederlands is dat geworden Donker ligt het eiland).

In het vraaggesprek toont Barry zich evenwichtiger dan uit andere uitspraken van hem zou kunnen blijken. Zo smeekt hij haast om de gunst van de lezer: ‘I want my reader to adore me, to a disturbing, stalkerish degree.’ En zijn ambities zijn ook nogal overspannen: ‘I won’t be happy until I’m up there, receiving the Nobel Prize.’ Goed, dat laatste is natuurlijk wat tongue in cheek, maar toch.

Barry heeft het in het interview over de aantrekkingskracht van het korte verhaal ten opzichte van een lijvige roman. Voorbij zijn de tijden dat mensen avondenlang met hun neus in de vuistdikke boeken van bijvoorbeeld Charles Dickens zaten:

“Misschien vanwege de kortere aandachtsspanne van de lezer. Vroeger zat iedereen bij ons altijd met zijn neus in een roman, want Ierland heeft een rijke literaire traditie. Dat fervente leesgedrag zie je steeds minder, naar ik meen is dat ook elders in Europa het geval. Ik heb het idee dat we als schrijver rekening moeten houden met zulke veranderingen. Korte aandachtsboog, korte verhalen.”

Zou het écht zo zijn, dat hedendaagse lezers romans van meer dan 300, 400 bladzijden links laten liggen? En moet je daar als romancier rekening mee houden?

Het boek waar ik dezer dagen in zit te lezen, is Der Zauberberg van Thomas Mann, een Bildungsroman van bijna 1000 dichtbedrukte bladzijden met zware onderwerpen. Ga er maar aan staan. Maar goed, dat was bijna een eeuw geleden. Ik denk niet dat het slim is om anno 2015 met zo’n dikke turf aan te komen zetten.

Ik schrijf momenteel driftig aan mijn tweede roman, Melancholia errabunda. Wat de precieze omvang zal zijn, weet ik uiteraard nog niet, maar ik kan mijn trouwe lezertjes nu alvast geruststellen: het boek zal ruim onder de 1000 pagina’s blijven.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Een nieuwe lente en een oud geluid

beleef de lente

Vandaag (17 februari 2015) weet ik het zeker: de lente kan niet lang meer op zich laten wachten. Gistermorgen hoorde ik namelijk voor het eerst dit jaar een scholekster en op deze, vanaf de middag zonnige, dag zag ik de eerste twee kieviten van 2015 en zag en hoorde ik de eerste veldleeuweriken.

Onmogelijk om op zo’n voorjaarsdag-in-spe als poëzieliefhebber niet te denken aan Gorters De lente komt van ver, ik hoor hem komen. Kom er maar in, Herman:

De lente komt van ver, ik hoor hem komen
De lente komt van ver, ik hoor hem komen
en de bomen horen, de hoge trilbomen,
en de hoge luchten, de hemelluchten,
de tintellichtluchten, de blauwenwitluchten,
trilluchten.

O ik hoor haar komen,
o ik voel haar komen,
en ik ben zo bang
want dit is het siddrend verlang
wat nu gaat breken –
o de lente komt, ik hoor hem komen,
hoor de luchtgolven breken
rondom rondom mijn hoofd,
ik heb het wel altijd geloofd,
nu is hij gekomen.

(Fragment uit: De lente komt van ver, ik hoor hem komen van Herman Gorter)

Zelf dichtte ik eens het volgende toen ik de lentesappen in mijn winterkoude lijf traag in beweging voelde komen:

Het aloude ontwaken

De lente kan nog maar net
op eigen benen staan,
om de zondooier
is het vlies gebroken,
een nieuwe generatie
moet uit holen en burchten
het land in.

We snuiven sporen
uit de lucht.

We wijzen windhanen aan
als wegwijzers
en beloven
hun richtingen te gaan.

Sportvliegtuigjes
omhangen de transparante lentetent
met vaandels.

De oude hond
tilt zijn kop op;
hij kan de dans
van lichte geuren
gewoon niet weigeren.

Ik moet mijn klimmende vertwijfeling
enten op de scheutige
opschietende hoop
die mij omsingelt.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Leek

Ik ben in Leek geboren
en ik vraag me nu af
waarom ik er ooit
ben weggegaan.

Want wat is er leuker
dan met medekolonisten
dammen opwerpen
in het Molenkanaal?

Fikkie stoken aan
de grens van bewoning
met vuurstokken wilde dieren
op afstand houden.

Blote bibsje spelen
met mijn buurmeisje
een erectie krijgen
voordat het woord bestond.

We plasten vlak na elkaar
in een lekke plastic po
waardoor onze ouders lucht kregen
van onze vochtvereniging.

Op Landgoed Nienoord stapte ik
aan boord van de Genzelbahn
zondagmiddagrondje rimboe
ongedeerd terug in mijn ouders lach.

Er sjokte een locomotief door het dorp;
wij noemden hem Grazende Bizon.
Indachtig onze broeders in Amerika
belaadden wij wagons met horizonhonger.

We lieten de schaduwen
achteloos uitlopen
als we blikspuit speelden
op verwilderd braakland.

Toen ik veel te vroeg was ontdekt
en afgeroepen naar de bal toe moest
bleef ik dralen bij
een meisje uit het achterland.

Ze trok zomaar haar broek naar beneden
omdat ze nodig plassen moest;
ze zei ‘Toe, ga maar’
toen ze mij zo zag staren.

Als ze ‘Toe, kom maar’ had gezegd
was mijn leven anders verlopen.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Gelukkig ontzet

Gelukkig Ontzet

Gisteren (14 februari 2015) was het Valentijnsdag, maar daar doe ik niet aan. Nee, de reden dat ik nog op die 14e februari terugkom is dat ik voor moest dragen bij Gelukkig Ontzet, de presentatie van de gelijknamige bundel die bij uitgeverij Palmslag is verschenen en waar mijn gedicht Het kastje van mijn vader in figureert:

Het kastje van mijn vader

Het kastje staat nu
bij ons op zolder.

Als er aan werd gebeld
vluchtte mijn vader
die schuilkelder in.

Lag dan dicht aan tegen
het aardedonker van de dood
met de bewegingsruimte
van een illusionist
en net genoeg lucht
om stil te zijn.

Met de verschijning
van mijn moeder
doemde kust veilig voor hem op.

Dankzij haar werd hij
opgevouwen foetus
steeds opnieuw geboren.

Door dit deurtje
kroop hij terug
de krappe vrijheid uit.

Bij ieder opstaan
dronk hij
een voorteug
van de bevrijding.

Ik heb ooit zelf geprobeerd
in dat kastje te kruipen
maar ons zo plooien
als men in de oorlog deed
kunnen wij niet meer.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Follow Us

facebooktwitterby feather