Posts made in november, 2014

De vrouw met het houtblok

Er liep een vrouw rond met een houtblok in haar armen. Ze had het babykleertjes aangetrokken. Hoewel dat er natuurlijk raar uitzag, waagde niemand daar de spot mee te drijven. Als je in haar ogen keek, voelde je namelijk dat daarachter een groot verdriet moest liggen, zoals je achter een grotingang een enorme, donkere ruimte vermoedt.
Men liet haar lopen – ze deed geen vlieg kwaad – en speelde het spel mee. Sommigen gingen daar vrij ver in: die bogen zich bijna dagelijks over naar het roerloze kind, om te informeren naar zijn welbevinden.
Op een dag kwam er een meisje van buiten in onze kleine gemeenschap. We hadden haar nooit toe moeten laten. Met een stem die glas kon breken zei ze tegen de vrouw: ‘Wat gek: waarom draagt u een houtblok in uw armen met kleren aan? Het is toch geen kind?’
Eenieder die toevallig in de buurt was hield de adem in: hoe ging de dolende speelmoeder op deze ruwe vraag reageren? Ze zei niets, maar stille tranen vielen uit haar ogen op wat ze voor haar kind hield.
De volgende dag liep de vrouw, net als voorheen, rond met haar houtblok, maar met dit verschil dat ze het de babykleertjes had uitgetrokken. Daardoor was goed te zien dat er op verschillende plaatsen loten aan het houtblok waren ontsprongen.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Woudlopers

Een ademtocht zo diep
dat druppen moesten volgen
blies zich uit
in een vogelzwerm
in de knikkende kruinen.
En het bos werd een schip
met duizenden masten
dat zacht de wereld uitdreef.

Wij waren
tot de zeebodem verzonken
aardmannetjes.
Het licht raakte verstrooid.
De reuzen van het woud
spraken over onze hoofden heen.
Even lag het laatste daglicht
op de boomtoppen
als eeuwige sneeuw.
Wij stonden in een vitale kathedraal
die openstond voor iedere zucht.

Via slingerpaden
het toverbos van weleer binnenglippen
en het schuwe geluk besluipen…

Maar wij wisten niet:
Het hondsdolle ongeluk
had zijn burcht verlaten
en beet iedere indringer
met zijn waanzin aan.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Aujourd’hui, c’est la journée française!

Bleu, blanc, rouge
Het zal de meesten van jullie zijn ontgaan, maar vandaag (13 november 2014) is het ‘Journée française’, de Dag van de Franse taal. Gisteren stond er al een artikel over in de Volkskrant.

Boeeiuh!hoor ik jullie nu en masse krakelen, Frans was toch die moeilijke taal op de middelbare school waar je later niks meer mee kunt, behalve wanneer je op vakantie gaat naar Frankrijk? En dat gaan we niet, want die Fransen zijn zo onaardig.

Tsja, dat zal voor het gros der Nederlanders wel gelden; Frans is officieel nog een levende taal, maar in feite is zij schijndood. Ooit (in de negentiende eeuw) was la plus belle langue de tweede taal van de Nederlandse elite. Maar voor de Franse taal, ils sont passés, les jours victorieux, de glorietijd is voorbij voor het Frans.

Sowieso moet de Franse cultuur (tijdelijk) een toontje lager zingen. De bloeiperiode van de Franse cinema ligt alweer een tijdje achter ons, toonaangevende, gedurfde automodellen zoals de Citroën Idée of de Peugeot 504 rollen al jaren niet meer van de lopende band in Sochaux of Aulnay-sous-Bois en het verspreidingsgebied van de Franse taal lijdt ook al heel lang aan een gestage krimp.

Jammer? Ik vind van wel. Maar dat komt natuurlijk omdat ik de zoon ben van een gewezen leraar Frans. De liefde voor de Franse taal (en cultuur) is mij met de paplepel ingegoten. Al op zeer jeugdige leeftijd ging ik tijdens zomervakanties met mijn ouders naar dat enorme land waar majestueuze bergen oprezen en waar de zon altijd leek te schijnen. Dus vinden jullie het gek dat ik L’Hexagone (de Zeshoek) ging beschouwen als mijn tweede vaderland? (ja, jongens en meisjes, enige pathos was mij niet vreemd).

Het lag voor de hand dat ik Frans zou gaan studeren en dat ik daarna in de voetsporen van mijn vader ging treden. Het eerste is wel gebeurd, het tweede niet. Toch begint er nog altijd iets in mij te vibreren wanneer ik Frans gesproken hoor worden door een native speaker, pardon, een locuteur natif. En ik lees regelmatig een (moderne) Franse roman en ik kijk graag naar een Franse film.

Nu kan ik op deze plaats wel een gedicht van Baudelaire, Rimbaud of Apollinaire gaan citeren, om de Franse cultuur in het zonnetje te zetten, maar dat doe ik lekker niet. Nee zeg, laat ik een ‘link leggen’ naar de eigentijdse Franstalige cultuur, om te laten zien dat die nog steeds springlevend is. Alors, on chante, on danse! We gaan luisteren (en kijken) naar Stromae.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Dus bejaard = seniel?

Moestuinset

Oei, stuit ik me vandaag (11 november 2014) toch op een pijnlijke uitglijder! Niet van mezelf gelukkig, maar van de Gemeente Groningen. Ik werd daarop gewezen door het shocklog Geen Stijl dat nou niet bepaald bekend staat om zijn genuanceerde aanpak, maar wel vaak erg geestig is en regelmatig toch de spijker op de kop slaat. Het gaat om tips die in mijn gemeente via de website Wij.Groningen.nl aan bejaarden wordt gegeven. Lezen jullie even mee?

‘Als u een beker of kopje na gebruik even omspoelt met heet water, kunt u die daarna zelf wel weer gebruiken. Dan heeft u minder afwas. Als u kookt, kunt u proberen alles zo veel mogelijk direct weer op te ruimen of schoon te maken. Zo blijft uw aanrecht lekker opgeruimd.’ Potverdorie! Maar dat is een goeie! Daar was ik zelf niet op gekomen, dat geef ik eerlijk toe. Dank, dank, Gemeente Groningen, dat gaat me een hoop water schelen.

Nog een fijne: ‘Er zijn handige hulpmiddelen te koop die u het huishoudelijk werk gemakkelijker maken of uit handen nemen. Denkt u maar aan een afwasmachine.’ Wat zeggen jullie me daar? Een af-was-ma-chi-ne? Nog nooit van gehoord. Maar ze hebben tegenswoordigs ook allemaal van die nieuwerwetse apparaten, een mens ken het niet meer bijhouden.

Nog eentje om het af te leren: ‘Kunt u niet strijken omdat u niet lang kunt staan? Gebruik een stakruk of zet de strijkplank lager en ga er bij zitten.’ Ze zeggen wel eens dat de geniaalste ideeën gekenmerkt worden door hun eenvoud. Nou, dit is er zo eentje!

Het is nooit zo bedoeld, zegt wethouder Ton Schroor op Twitter. Nee, dat zal wel niet, maar het kwaad is al geschied, bovendien: dan had je maar beter na moeten denken (mij als tekstschrijver inhuren, ik noem maar een dwarsstraat). Schroor blijft onder alle kritiek overigens unverfroren: ”De tips waren hulpgevend bedoeld. Er staan veel tips in die bruikbaar zijn. De tip om de administratie op een vaste dag te doen bijvoorbeeld. Voor veel mensen is dit logisch, maar niet voor iedereen.’ zegt hij tegen RTV Noord.

Ondertussen is er in mijn geliefde woonplaats een ware twitterstorm over dit onderwerp losgebarsten, met grappige en creatieve aanvullende tips:

‘Kak lekker in uw bloempot! Gratis mest, en u bespaart zich een loopje naar de wc.’

‘Zet in de decembermaand lekker ramen en deuren open! Het ventileert goed, en u kan de vriezer uitzetten!’

‘Koude voeten? Laat de urine lekker langs uw benen lopen. Zo heeft u in een handomdraai warme voeten!’

UPDATE: SP-fractievorzitter Jimmy Dijk wil dat website uit de lucht gehaald wordt.

UPDATE: Ton Schroor blijft keihard vasthouden aan de kwaliteiten van de ‘neerbuigend-zijn-doe-je-zo-site’. Zo lees ik net (13.15 u.) het volgende op RTV Noord : ‘Wij.groningen.nl is in de kern een hartstikke goede site. Dat zegt wethouder Ton Schroor in reactie op de kritiek op de lijstjes met tips die daarop staan. Zeker 61 andere gemeenten gebruiken precies dezelfde lijstjes, zegt hij.’

Tsja, als ik dan een tip mag geven: Ton Schroor, pak je verlies en haal zo snel mogelijk deze website uit de lucht, want dit komt niet meer goed.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Groeten van Schiermonnikoog

Vuurtoren,_Schiermonnikoog_(369251042)
Gisteren (8 november 2014) was ik de hele dag op Schiermonnikoog. Een dagje Lytje Pole (de bijnaam die de eilanders aan hun gezellige zandbank geven), dat is: kom, we gaan lekker uitwaaien aan het strand, hè ja, gezellig, kadetjes mee, fietsen huren bij Soepboer, koffie drinken bij Van der Werff, over schelpenpaadjes knerpen, de rode vuurtoren op de foto zetten, fietsen inleveren en dan, rozig van de rosé op het terras van bijvoorbeeld strandpaviljoen Noderstraun, dommelen op de boot van half acht terug naar vaste wal. Oftewel: kneuterig maar oergezellig vertier.

Zo ken ik Schiermonnikoog en zo heb ik het zelf vele malen gedaan.

Wat deze knusse idylle enigszins kwam verstoren, was, het links en rechts opduiken naast het gezellig knisperende schelpenfietspaadje, van konijnenlijkjes, in diverse staten van ontbinding. Af en toe zat er ook aan langoor langs de kant van de weg te knabbelen. Toen ik die aan een nadere inspectie onderwierp, stelde ik vast dat die beesten er niet al te gezond uitzagen. Ze zaten nogal stilletjes in de berm te knagen en van sommige leken de ogen weggevreten. Al met al zagen de holengravende grasknabbelaars er niet al te florissant uit. Vandaar dat ik weer thuis maar eens googlede of mijn waarneming ook enige aansluiting had met een werkelijkheid. Nou, dat bleek zo te zijn, helaas. Kijk maar hier en hier.

Gelukkig lees ik ook dat herstel (‘bijplaatsing’) van de konijnenpopulatie op Schiermonnikoog haalbaar is. De duinen, daar horen toch konijnen in rond te huppelen, zoals je je geen wei voor kunt stellen zonder koeien en meeuwen boven het strand moeten cirkelen.

Jaren geleden schreef ik een gedicht over zo’n dagje Schiermonnikoog. Ik las het gisteren nog eens door en eigenlijk geldt wat ik toen schreef nog steeds. Alleen gaat de boot nu ’s avonds niet om half zeven maar om half acht.

Schiermonnikoog

In onze ogen
gaan we het zeegat uit
al doet de horizon
lang niet overal mee.
Tussen de kades
van half tien ’s morgens
en ’s avonds half zeven
mogen wij ronddobberen
in een pierenplasje
waar de zeebonk om snuift.
De wind waait een wak
van warrelgedachten
onze kruinen in.
De neus weet zich
in het verlengde
van de echte verte.
Het kinderboerderijvoederen
van de meeuwen sur place;
ze hebben het blauw
achter zich staan
van Madeira tot Tahiti.
De boezem stroomt vol
eb en vloed
die communiceren met
de wereldgetijden.
Van de ontscheping verlangen wij
vast vestzakavontuur.
De schierlingen
nemen ons met zwijgklem op.
Met een lach
proberen we hen
te ontwapenen.

Het avondrood
blijft nahangen
op onze wangen.
In de thuishaven
kiest meeuw op dukdalf
het ruime sop
volgens het boekje.
We zien hem terug
in miniatuur
op onze schouw
vanwaar hij nooit meer
zonder onze toestemming
zal weggaan.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Follow Us

facebooktwitterby feather